BRIC-landen niet immuun voor eurocrisis

Opkomende markten bieden nog steeds de beste kansen, maar beleggers gingen zich deze week steeds meer zorgen te maken over besmetting door de eurocrisis.

Het grootste pensioenfonds ter wereld weet eindelijk wat iedere beleggingsadviseur, vermogensbeheerder en bestuursvoorzitter al jaren denkt te weten: in opkomende economieën is geld te verdienen. Deze week maakte GPIF, het pensioenfonds van Japanse ambtenaren met een belegd vermogen van 114.000 miljard yen (1.099 miljard euro), bekend te investeren in opkomende markten. Noodgedwongen, dat wel.

Het pensioenfonds belegt vooral binnen de landsgrenzen, maar gezien de extreem lage rente in het snel vergrijzende Japan levert dat niet genoeg rendement op. „Het ziet er naar uit dat dit een goed moment is om te investeren in opkomende markten”, zei topman Takahiro Mitani van GPIF gisteren op een persconferentie.

Dat de Japanners nu de sprong wagen is niet vreemd. Ondanks interventies van de Japanse centrale bank blijft de yen ongekend sterk. Gisteren kondigde het ministerie van Financiën aan nieuwe ingrepen op de valutamarkt goed te keuren. Om de yen goedkoper te maken ten opzichte van andere belangrijke munten zoals de dollar mag de Japanse centrale bank 15.000 miljard yen verkopen. Het pensioenfonds kan van de situatie profiteren. De sterke yen vergroot de slagkracht in buitenland. Opkomende landen in Azië en Latijns-Amerika bieden volgens topman Mitani de beste perspectieven. Dat bleek vorige week ook uit de World Economic Outlook van het Internationaal Monetair Fonds. Ontwikkelde landen groeien volgens het IMF dit jaar met 1,5 procent. In opkomende landen is de groei met 6 procent veel krachtiger.

Op basis van die prognoses lijkt het besluit van Mitani en zijn GPIF slim, logisch en zelfs een beetje traag. Opkomende landen zijn immers al jaren in trek. China, India en Brazilië staan centraal in de meerjarenplannen van multinationals. Waar grote banken in Europa en de VS tiendduizenden banen laten verdwijnen, nemen ze in Azië bijna evenveel mensen aan.

Toch betwijfelen beleggers of Azië en Latijns-Amerika ongeschonden door de Europese staatsschuldencrisis komen.

Op de beurzen werden de grootste verliezen het afgelopen kwartaal geleden in het hart van de eurozone. De crisis draait immers in de eerste plaats om de economieën eurozone. De beurzen van Parijs, Frankfurt en Milaan verloren in drie maanden een kwart van hun waarde. De AEX sloot vrijdag op 280 punten, 17,5 procent lager dan aan het begin van het kwartaal. Buiten de eurozone waren het de opkomende markten die het meest verloren. De Hangseng in Hongkong sloot de periode 21 procent lager af. De Braziliaanse beurs daalde met 16 procent. De FTSE in Londen en de S&P in New York daalden minder hard. Beide beurzen verloren 13 procent de afgelopen drie maanden.

Investeerder George Soros denkt dat de crisis de snelgroeiende economieën van Azië en Latijns-Amerika hard kan treffen. „Vooral een crisis bij Europese banken is riskant, want dat zijn de belangrijkste investeerders in opkomende markten”, aldus Soros vorige week tijdens een debat op de jaarvergadering van het IMF. „Europese banken zitten er voor 3.500 miljard dollar in. Amerikaanse banken zijn goed voor 750 miljard en Japan banken voor 310 miljard dollar.” Soros redeneert dat als Europese banken moeilijker aan kapitaal kunnen komen ze eerst terughoudender zullen worden met investeren in en zelfs hun geld zullen terugtrekken uit opkomende landen.

Uit cijfers van EPFR, een Amerikaanse bedrijf dat investeringsstromen wereldwijde bijhoudt, blijkt dat beleggers de afgelopen weken al geld uit opkomende markten terughaalden. Het gaat om zowel aandelen als bedrijfsobligaties. De vrees bestaat dat er door de eurocrisis minder vraag zal zijn naar exportproducten uit opkomende landen, schrijven analisten van EPFR. In China komt daar nog toenemende vrees voor een dreigende vastgoedbubbel bij.

Hoofdeconoom Philips Suttle van het Institute of International Finance, de branchevereniging van banken, ziet de uitstroom ook. Investeerders in Europa en de VS verkopen hun belangen in Azië en Latijns-Amerika en stoppen hun geld in staatsobligaties van ontwikkelde landen. Zij mogen dan wel minder hard groeien, zij genieten volgens Suttle nog steeds „thuisvoordeel”. Veiligheid boven alles.