Bloopers

Reiziger van beroep Ivo Weyel schrijft over zijn vakantieblunders.

Het Javaanse hotel Amanjiwa ontleent zijn bestaansrecht aan het uitzicht over de Borobudur. De zonsopgangen op de tempel vanuit het hotel zijn legendarisch. Het is de voornaamste reden dat gasten er logeren. Ik ging er ook speciaal daarvoor naar toe. ’s Avonds inchecken, fantastisch eten in het hotelrestaurant, naborrelen op het privéterras bij de kamer, en nog meer naborrelen (het is moeilijk afscheid nemen van zo een mooie sterrenhemel) en dan nog wat naborrelen na het naborrelen en dan pas zo laat in slaap vallen dat je je verslaapt en de zonsopgang mist.

Op televisie zou zoiets vakantiebloopers heten, en ik heb er heel wat op mijn conto staan. Wat te denken van die reis door Chili waar overal, bij elke parkeerplaats, toegangsweg of bospad, mannetjes op eigen initiatief slagbomen hebben neergezet, daarnaast in een fantasie-uniform plaats hebben genomen, met geweer binnen handbereik, om vervolgens fors entreegeld te heffen. Tot we er bij de zoveelste zo schoon genoeg van hadden dat we dachten, pleurt op, we doen niet meer mee en rijden gewoon door om er dan (door een blik in de achteruitkijkspiegel) achter te komen – mannen die hun geweer laden, anderen die in klaarstaande auto’s springen en de achtervolging inzetten – dat dit nou net de grensovergang met Argentinië was.

Nadat we al eerder die reis de vergissing hadden gemaakt vanuit Nederland een huurauto te bestellen in Santiago, om er bij aankomst geen aan te treffen („We staan echt voor het Hilton”, zei Avis. „Waar bent u dan?” „Nou, ook voor het Hilton”, zeiden we, „maar we zien niemand”), waarna we er gaandeweg achter kwamen dat zij met de auto voor het Hilton in Santiago, USA, stonden en wij voor het Hilton in Santiago, Chili.

Ik kan boeken vol schrijven met dit soort vakantieblunders. In Provincetown op Cape Cod bewaarden we het beste voor het laatst: een diner in het beroemdste restaurant waar je weken van tevoren moet reserveren. We verheugden ons al de hele reis, kleedden ons netjes aan, kamden onze haren en fietsten erheen, onderweg opgeschrikt door een vuilniszak – of iets anders, het was moeilijk te zien in de schemer die over de weg woei en waar ik overheen fietste.

De maître haalde bij binnenkomst zijn neus voor ons op. De gastvrouw leidde ons rap naar een leeg achterafkamertje en plaatste twee ventilatoren die ons bijkans van de tafel bliezen. We stonken een uur in de wind. Ik had met de fiets een stinkdier overreden. Ongemakkelijk aten we alleen een voortje en bliezen schielijk de aftocht via de achterdeur. Door het raam zagen we een ober de kamer met een luchtverfrisser bestuiven.

    • Ivo Weyel Schrijft over Zijn Vakantieblunders