Altijd iets toe

Op de markt in Groningen, Hoofdstad van de Smaak 2011, koopt de thuiskok huiselijke toetjes.

et hoeft natuurlijk niet per se van iemand, maar het voelt alsof het wel moet: gangen. In een maaltijd bedoel ik. In plaats van gewoon één bord met eten en dat is het dan. Er is veel voor gangen te zeggen natuurlijk, je kunt verschillende soorten eten opdienen en opeten, en als kok dus verschillende soorten dingen maken en je zit daardoor langer aan tafel en dat is gezellig.

Maar al wil de kok nog zo graag verschillende dingen maken, de kok is niet altijd in de gelegenheid. Of de kok is er zo eentje die heel graag verschillende dingen zou willen maken, virtueel als het ware, maar in de echte economie komt het er gemakkelijk niet van.

Ik ben als een dergelijke situatie zich voordoet, iedereen is wel eens een luie kok of een thuiskok in tijdnood, geneigd het toetje maar te laten zitten en hardop te zeggen tegen wie het maar horen wil, uitsluitend om mezelf te overtuigen: ik heb nog kaas en dan een stukje chocola bij de koffie, dat is ook goed.

Maar het bevredigt toch niet helemaal, want ik weet best dat veel mensen dol zijn op iets zoets na het eten. En dat is ook lekker.

Laatst liep ik over de markt in Groningen, me het hoofd brekend over wat de mensen die kwamen eten, en die ik echt wel iets leuks voor wilde schotelen, nu eens graag als toetje zouden willen en vooral wat ik nog zou kunnen fabrieken in de tijd die mij restte.

Eigenlijk moet je, als je de boodschappen gaat doen voor de avond, het toetje al klaar hebben. Dat is het rustigste. Of je moet royaal de tijd hebben voor het koken. Geen van beide was die dag het geval. Een taart bakken, wat een mooi werkje is en altijd ook erg bevredigend voor kok en eters, is het handigste om te doen vóór je aan de uien begint. De zoete keuken eerst, dan opruimen en dan beginnen aan het hartige gedeelte. Dat is mooi. Anders moet er een vliegensvlug toetje komen en wat kan dat zijn? De tijd voor aardbeien met slagroom is al voorbij. Al tobbend rende ik langs de kramen. Tot er ineens belletjes klonken, lichtjes flonkerden en een toverfee verscheen die zei…

Nee, zo ging het niet. Maar wel bijna. Want ineens stond er op de markt een kraam en daarachter stond een meisje met een rond gezichtje en overal op haar kraam stonden taartjes en het woord Toet. Toet van toetje.

Arretjescake

Ik dacht aan Elisabeth David, leidsvrouwe in veel culinaire aangelegenheden. Wat schreef die ook alweer? Dat het in Frankrijk helemaal geen schande is om een taart te kopen, integendeel, als je maar een goede taart koopt. Dat heb ik altijd met instemming gelezen al roept een stemmetje binnenin hardnekkig dat je alles zelf moet doen.

Hoe dan ook: hier stonden taartjes en toetjes en een persoon die die vervaardigd had, allemaal precies op het moment dat dat nodig was.

Citroentaartjes. Muffins. Chocoladekoek genre ‘arretjescake’. Tarte Tatin. Ik voelde een sterke inwendige jubel opstijgen.

Wilt u iets proeven? vroeg de jonge vrouw. Nou en of.

Ik ging naar huis met vier chocoladefondants. Die moeten thuis nog tien minuten in de oven op 220 graden, zei de toverfee, en dan is de buitenkant warme chocoladecake en daar stroomt dan gesmolten witte chocolade uit. Ik vind het zelf heel lekker, glunderde ze.

Mijn gasten ook.

Ze heet Joanna Schouten en als zij moet koken en ze heeft weinig tijd, laat ze altijd het voorgerecht weg. Nóóit het toetje. Want toetjes zijn haar droom, dat wil zeggen: ze droomde er al heel lang van een toetjeswinkel te beginnen. Maar toen bleek ze een glutenallergie te hebben en moest ze dus ineens zonder tarwebloem bakken. Weg droom. Want wat kan een cake worden zonder tarwebloem? Ze zag zich nog niet in een winkel vol kleffe toetjes een groot succes worden.

Maar Joanna probeerde, omdat ze het niet laten kon, toch hardnekkig lekkere toetjes te fabriceren, zonder gluten. En het lukte. Met behulp van amandelmeel, boekweitmeel, aardappelmeel, kastanjemeel. Toetjes waar gluteneters niets aan proeven behalve dat ze heel lekker zijn en waar zijzelf en haar lotgenoten ook onbekommerd van kunnen eten.

Thuis nog even nagekeken wat Elisabeth David ook weer zei over desserts in haar geweldige boek De keuken van de Franse provincies. Ze zegt eigenlijk hetzelfde als ze altijd zegt: faites simple. Waarmee ze bedoelt: dirk de dingen niet op, eet liever iets dat eenvoudig is maar goed dan allerlei blingbling. Dat woord kende ze natuurlijk niet maar ze bedoelde het wel, dat zie je zo: „Persoonlijk eet ik liever een ouderwetse vla, compote of huiselijke vruchtentaart dan al die glanzende en glorieuze zoetigheden uit banketbakkerijen, en aan oprecht roomijs van gegarandeerd zuivere ingrediënten geef ik de voorkeur boven een ijsgateau met vijf verschillende smaken en een hele massa krullen, tierelantijnen en bigarreaux, waarvan de ingrediënten voor de meeste mensen een mysterie zijn. En dat is misschien maar goed ook, want als u wist wat erin zat, zou u het waarschijnlijk niet kopen.”

Het klinkt helemaal van nu, ook al schreef David dat al minstens dertig jaar geleden. Zuivere ingrediënten waren toen ook al zeldzaam. En ook nu nog.

Joanna Schouten van Toet (www.toet.nu) speurt voortdurend naar verse, lokale, antibioticavrije ingrediënten om haar huiselijke toetjes mee te maken. Ze bakt nu een dag en staat een dag op de markt in Groningen, maar wie weet kan zij haar activiteiten uitbreiden, naar eetcafés, naar wijdere omtrek...

Er is natuurlijk niets tegen zelf taart bakken, integendeel. Het is erg leuk werk en wie goed zijn best doet, kan een prima resultaat behalen. (Al geldt bij bakken zeker dat ervaring een groot goed is.) En er zijn vieze en stomme toetjes genoeg in de wereld, laten we wel wezen. Hoe vaak krijg je niet half bevroren appeltaart, mierzoete maar verder smakeloze cakejes, smerige room? Ze zien er schitterend uit, maar ze smaken nergens naar.

De toetjes die Schouten maakt zijn zo niet. En ze was zo alleraardigst om een paar recepten af te staan. Dan kunnen wij, als we even tijd hebben, ook weer goed voor de dag komen.