Welkom op deze wereld, relatiekiller

Sociologen Renske Keizer en Niels Schenk onderzoeken de uitwerking van kinderen op de relatie van hun ouders.

Die is eerst negatief, maar later wordt het beter.

Ouders hebben na de geboorte van hun kinderen minder tijd voor en contact met elkaar. Foto Peter Hilz Nederland, Hollum, Ameland, 27 juli 2009, Strand badgasten gezin schuilen tijdens een regenbui in een windscherm tentje / regen regenen neerslag verregenen ameland waddeneiland waddeneiland eilanden Noordzee strand zee branding kust stranden zand zee vakantie tenten mensen recreatie zeegezicht foto: Peter Hilz
Ouders hebben na de geboorte van hun kinderen minder tijd voor en contact met elkaar. Foto Peter Hilz Nederland, Hollum, Ameland, 27 juli 2009, Strand badgasten gezin schuilen tijdens een regenbui in een windscherm tentje / regen regenen neerslag verregenen ameland waddeneiland waddeneiland eilanden Noordzee strand zee branding kust stranden zand zee vakantie tenten mensen recreatie zeegezicht foto: Peter Hilz

Advies voor verse ouders: even geduld alstublieft, met je relatie. Mensen worden na de geboorte van het eerste kind gemiddeld minder tevreden met hun partner – maar dat is maar tijdelijk. Als het kind een jaar of zeven, acht is beginnen ze weer uit het dal te klimmen. En tegen de tijd dat het kind naar de middelbare school gaat, zijn de ouders, mits ze bij elkaar zijn gebleven, zelfs tevredener met hun relatie dan mensen zónder kinderen.

En ja, dan komt het kind in de puberteit. Maar het langetermijneffect daarvan op de relatie van de ouders is nog niet onderzocht, vertelt socioloog Renske Keizer (Erasmus Universiteit Rotterdam). „Het is al heel uitzonderlijk dat ons onderzoek zich over zo’n lange periode uitstrekt. De meeste studies naar ouderschap volgen mensen maar een paar jaar.”

Keizer en co-auteur Niels Schenk maakten gebruik van de (openbare) gegevens van een Brits langlopend onderzoek, de British Household Panel Survey (BHPS), waarin alle gezinsleden in een representatieve steekproef van Britse huishoudens sinds de jaren negentig jaarlijks over allerlei onderwerpen worden ondervraagd. Een Nederlandse studie met vergelijkbare opzet loopt nog niet zo lang, maar Keizer en Schenk verwachten dat de resultaten in grote lijnen wel te generaliseren zijn naar de Nederlandse situatie.

Ze bekeken over een periode van twaalf jaar hoe het alle aanvankelijk kinderloze heteroseksuele stellen verging waarvan aanvankelijk beide partners werkten: een steekproef van 689 paren waarvan er 530 in de onderzochte periode ouders werden – met die onderzoeksopzet kun je ouders en niet-ouders het best vergelijken en weet je ook hoe het met mensen ging vóór ze een kind kregen. De sociologen publiceren hun resultaten deels in het komende nummer van Mens en Maatschappij; een ander deel wordt nu beoordeeld door Journal of Marriage and Family.

Hun studie overschat de positieve langetermijneffecten van kinderen trouwens wel, benadrukt Keizer, omdat alleen stellen die gedurende de hele periode bij elkaar bleven, zijn onderzocht. „En over het algemeen gaan partners die heel ongelukkig met elkaar worden na de komst van kinderen, uit elkaar.”

In de hele BHPS gebeurde dat bij 22 procent van de stellen met kinderen. Na zo’n scheiding werd in de BHPS niet meer naar relatietevredenheid gevraagd. Als deze gescheiden ouders in het onderzoek meegenomen hadden kunnen worden, dan had het gemiddelde effect van kinderen op het leven van ouders er minder zonnig uitgezien.

„Maar een nadeel van spreken in gemiddelden”, zegt Keizer, „is dat je de verschillen tussen stellen niet meer ziet. Bij een meerderheid van de mensen daalt de relatietevredenheid na de geboorte van het eerste kind, maar een klein percentage werd tevredener.”

Verrassend was ook dat de tijdelijke ontevredenheid met de relatie lang niet alleen maar samenhing met een toename van huishoudelijk werk en betaald werk van de man en met afname van betaalde werkuren van de vrouw. „Die verklaringen zie je in de literatuur het meest, maar het effect was minimaal.” Waar worden mensen dan wél ontevreden door? „In een recente Amerikaanse studie werden vrouwen ontevreden doordat ze minder spousal time hadden”, zegt Keizer. „Minder tijd en contact met de partner. Na de geboorte van het eerste kind treedt er een verschuiving op: de seksuele frequentie neemt af, partners praten minder met elkaar. Uit eigen ervaring weet ik dat het die eerste periode bijna alleen maar gaat over: wat heeft-ie gegeten en gedronken en hoeveel heeft-ie gepoept? Het gaat weinig over jou en heel veel over het kind.”

Juist mannen, denkt Keizer, moeten wennen aan deze verschuivingen als er een kind komt. Het is een van de redenen dat ze nu onderzoek gaat doen naar vaders; ze kreeg er onlangs een grote NWO-subsidie voor. „Heel veel onderzoek naar ouderschap is gedaan bij vrouwen, ook omdat men ervan uitging dat mannen minder betrouwbaar kunnen rapporteren over het aantal kinderen dat ze hebben voortgebracht dan vrouwen. Maar nog steeds wordt aangenomen dat het al dan niet hebben van kinderen er voor mannen niet zo veel toedoet.”

Ten onrechte, zegt Keizer: „Mannen worden op een andere manier geraakt dan vrouwen als er een kind komt, dat wel. Vrouwen gaan minder uren werken; mannen juist méér, die voelen zich kostwinner. Vrouwen neigen naar familiecontacten; mannen gaan zich inzetten voor de sportclub of de buurtvereniging – voor de samenleving dus.”