Wat lezen kan losmaken

Taal gehoorzaamt niet alleen aan abstracte regels, maar is ook verweven met emoties. Taalpsycholoog Jos van Berkum houdt morgen zijn oratie over taal en gevoelens.

scene uit de film Becoming Jane (2007) FOTO: A-Film Anne Hathaway
scene uit de film Becoming Jane (2007) FOTO: A-Film Anne Hathaway

Hoe komt het dat woorden ons soms zo raken? Dat we intens meeleven met romanfiguren of ons kwaad maken op een columnist? Taalpsycholoog Jos van Berkum onderzoekt de koppeling tussen taal en gevoel om de onderliggende hersenmechanismen te ontrafelen. In zijn oratie als hoogleraar ‘Discourse, cognitie en communicatie’ in Utrecht bepleit hij morgen een bredere onderzoeksagenda voor taalpsychologen.

„In het voetspoor van Chomsky willen veel taalkundigen de taalkennis in het hoofd van de moedertaalspreker zo abstract en spaarzaam mogelijk beschrijven”, zegt Van Berkum. „Zo hopen ze te verklaren waarom een zin al dan niet grammaticaal correct is en hoe wij in staat zijn om oneindig veel verschillende zinnetjes te genereren. Als taalpsychologen hebben wij ons jarenlang op sleeptouw laten nemen door die zoektocht naar de abstracte talige code. Maar hoe wordt nu die taalkennis ingezet als mensen een gesprek voeren, of een krantenartikel lezen? Die talige code bepaalt tenslotte maar een klein stukje van de menselijke communicatie – je kunt in een gesprek ook een veelzeggende stilte laten vallen.”

Van Berkum onderzoekt hoe taal en gevoel in de geest van lezers en luisteraars verweven zijn. Wie een zin leest over kindermishandeling, of met een taboewoord erin, pompt meer aandacht in het taalbegripssysteem, blijkt uit EEG-metingen van hersenactiviteit. Streng christelijke of juist uitgesproken linkse proefpersonen kregen teksten voorgelegd van een auteur met een sterk afwijkend waardensysteem, om te zien wat er tijdens het lezen in het brein gebeurt. Als een strikte christen het zinnetje leest ‘Ik vind euthanasie een prima zaak’, reageert zijn brein razendsnel op zo’n afwijkende waarde, binnen een kwart seconde na lezing van ‘prima’.

„Die talloze zaken en ideeën waar je een goed of slecht gevoel bij hebt, beïnvloeden je perceptie”, concludeert Van Berkum.

Wie op empathievragenlijsten hoog scoort, kruipt gemakkelijk in de huid van een ander. Zo iemand vertoont ook een sterke hersenreactie op boodschappen die niet bij de spreker passen, als bijvoorbeeld een zesjarig piepstemmetje zegt ‘ik drink elke avond een glas bier’, of als een Haagse Harry zegt ‘ik ga elke avond naar de opera’.

Onder ons taalvermogen zitten diepere vermogens. Anders dan bijvoorbeeld apen kunnen mensen dingen aanwijzen om er zo de aandacht van de ander op te vestigen (joint attention). Ze kunnen inschatten wat hun gesprekspartner wel of niet weet (theory of mind). En vooral ook willen ze graag hun emoties en perspectief met anderen delen. „Samen genieten en samen lekker roddelen is minstens zo belangrijk als de pure informatie-uitwisseling”, zegt Van Berkum. „En als ik jou vraag of je mijn tekst leuk vond en jij antwoordt dat het nu eenmaal moeilijk is om een goed stuk te schrijven, dan zit achter jouw letterlijke antwoord een indirecte, diepere betekenislaag, waarbij jij ook rekening houdt met mijn gevoelens. Het tevoorschijn halen van die diepere bedoelingen is de crux van goed taalbegrip.”

Onderzoek hiernaar wordt nu voortgezet met behulp van de MRI-scanners bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hierbij krijgt de proefpersoon, liggend in de scanner, verhalen en dialogen te horen, waarbij breinreacties op zo’n zinnetje met diepere, gevoelige betekenis worden gemeten. Die respons wordt vergeleken met andere situaties, waarbij dezelfde zin in een volstrekt neutrale context wordt aangeboden.

Naast kortstondige, heftige emotionele reacties, zoals boosheid of blijheid, kent de mens stemmingen, mildere gemoedstoestanden die als een soort achtergrondgevoel je waarneming kleuren, net zoals je persoonlijke standpunten en voorkeuren dat doen. Zonder die inkleuring van dat affectieve systeem zou je niet overleven, omdat je geen keuzes kon maken. Er zijn mensen met een bepaalde hersenbeschadiging, vertelt Van Berkum, die dat inderdaad niet meer kunnen. Ze kunnen nog wel uitstekend de feitelijke voor- en nadelen van bijvoorbeeld twee verschillende restaurants opnoemen, maar ze missen het vermogen – het affectieve vermogen – om tot een beslissing te komen.

„Stel dat je in je auto op Terschelling zit, in je eentje, ergens bij Midsland”, legt Van Berkum zijn favoriete metafoor uit. „Op je TomTom zie je de hele kaart van het eiland, in alle detail. Dorpen, wegen, zandpaden, de veerpont en de vogelreservaten en je eigen camping. Zonder affectief systeem zou je gewoon naar je TomTom blijven turen tot je er dood bij neervalt, omdat niets je in beweging brengt. In werkelijkheid zijn het jouw belangen die kleur geven aan de kaarten van de wereld om ons heen, als een soort overlay.” Het besef dat gevoel ervoor zorgt dat je knopen doorhakt, dringt nu ook door in de taalpsychologie: „Ons brein is voortdurend bezig met het inkleuren van de kaarten van de wereld om ons heen en die affectieve kleuring grijpt in op de allervroegste processen in onze waarneming – ook bij taal.”

Raadselachtig blijft hoe ons brein erin slaagt om de diverse betekenislagen van een tekst uit elkaar te houden. Hoe kan de lezer meeleven met verschillende romanpersonages tegelijk, en intussen de onderliggende moraal van de auteur en zijn eigen waardensysteem uit elkaar houden? „Dat uitzoeken zal nog een hele kluif worden”, zegt Van Berkum. „Je kunt dat niet met hersenscanners onderzoeken door zomaar wat emotiewoordjes in een proeftekst te stoppen. Waarschijnlijk kun je beter de variabelen één voor één variëren, en bijvoorbeeld nagaan in hoeverre een man anders op een mannelijke hoofdpersoon reageert dan een vrouw. Hersenmetingen zijn niet altijd de aangewezen weg. In elk geval geeft veel lezen je een beter inlevingsvermogen in de waarden van anderen. Meer inzicht in de machinerie daarachter kan ook leiden tot effectievere communicatie, zoals betere gezondheidsvoorlichting.”