Wat is daar eigenlijk op tegen?

Volgens Kamerlid Joram van Klaveren (PVV) leidt toepassing van recht uit islamitische landen ertoe dat mannen en vrouwen door een Nederlandse rechter soms ongelijk worden behandeld. Bijvoorbeeld in het geval van een Nederlandse vrouw die in Iran was getrouwd met een Iraanse man – en zo automatisch de Iraanse nationaliteit had gekregen. Toen zij bij een Nederlandse rechter echtscheiding aanvroeg, besloot die dat het Iraanse recht van toepassing was, want dat was hun gemeenschappelijke nationaliteit. De vrouw bleef met niets achter, want Iran kent geen huwelijk in gemeenschap van goederen. De PVV vindt dat onterecht en vraagt aan staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) welke mogelijkheden hij ziet om situaties als deze te voorkomen.

Dat neemt niet weg dat ook het Nederlandse huwelijksvermogensrecht afspraken toestaat waarin bijvoorbeeld een partner na de scheiding het huis mag houden, bijvoorbeeld omdat hij of zij dat sowieso ‘in bracht’ in het huwelijk. Ongelijke uitkomsten zijn dus ook binnen de Nederlandse rechtsorde toegelaten.

Nederlandse rechters passen dus inderdaad af en toe vreemd recht toe. Maar alleen als burgers daar zelf een beroep op doen, ze daar een hele goede reden voor hebben en het resultaat geen onrecht is naar Nederlandse maatstaven.