Twee experts over de zorg voor Tristan

Drie jaar voor de schietpartij werd Tristan van der V. steeds zieker. Zijn wanen namen toe, evenals zijn fascinatie voor wapens. De behandelaars hadden zich moeten afvragen of het geen tijd werd het beroepsgeheim te schenden.

Als patiënten niet gedwongen kunnen worden opgenomen, kun je ze alleen verleiden. Daarom zou een nieuwe wet die in zulke gevallen geestelijke gezondheidszorg verplicht stelt, snel moeten worden ingevoerd.

Monique Schippers is programmadirecteur GGZ bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Zij onderzocht of de behandelaars van Tristan van der V. hun werk goed hebben gedaan.

De inspectie vindt dat de behandelaars van Tristan van der V. hun beroepsgeheim hadden moeten doorbreken?

„Nee, zo hard zeggen we dat niet. We zeggen dat de behandelaars in 2008, toen de ziekte van de jongen begon te escaleren, tegen elkaar hadden moeten zeggen: moeten we nu niet toch eens overwegen om hiermee naar buiten te gaan? Laten we een juridisch expert inschakelen. Laten we advies vragen aan andere collega’s, buiten Rivierduinen.”

Hoe zag die escalatie er in 2008 uit?

„De toenemende fascinatie voor wapens van de jongen, zijn zeer sterke behoefte om in het bezit te komen van een wapen, de schizofrenie, zijn toenemende wanen, zijn suïcidegedachten. Daarbij de expliciet uitgesproken zorgen van de ouders. De behandelaars hadden zich toen moeten bezinnen op de vraag: moeten we nu niet eens overwegen om ons beroepsgeheim te doorbreken?”

Juristen van de artsenorganisatie KNMG hebben na de schietpartij gezegd dat de behandelaars volgens de richtlijnen gehandeld hebben en dat ze strikt genomen niet eens naar de ouders van een volwassen kind mogen luisteren. Dus dat hadden ze dan in 2008 waarschijnlijk ook gezegd.

„In de richtlijnen staat dat het beroepsgeheim alleen doorbroken mag worden als er acuut en direct gevaar dreigt, zeker. Maar uit de jurisprudentie blijkt wel dat de interpretatie van wat ‘acuut en direct gevaar’ is rekbaar is.

„Het is gemakkelijk hoor, om achteraf te zeggen wat ze in dit geval hadden moeten doen. Behandelaars zeggen: patiënten dreigen zo vaak met moord en zelfmoord. Maar toch zeggen wij: het feit dat de ouders expliciet hun zorgen uitspraken, en dat opgeteld bij al die andere feiten – daar had een rood licht moeten gaan branden.”

De inspectie zegt ook er „onvoldoende systematisch aandacht is besteed aan het risico van suïcide en het risico voor derden”. Hoe had het dan wel gemoeten?

„Er zijn in de psychiatrie internationaal allerlei instrumenten ontwikkeld om die risico’s in kaart te brengen, door middel van vragenlijsten, gesprekken met de familie, en dat dan ook gedurende het ziekteproces blíjven doen. Die instrumenten hadden beter moeten worden ingezet. Waarmee we overigens niet zeggen dat de schietpartij dan voorkomen had kunnen worden, want dat weten we niet.”

Marjolein ten Kroode is voorzitter van de raad van bestuur van GGZ Rivierduinen. Zij werkt daar sinds 2009, dus ze was er niet bij toen de behandelaars van Tristan van der V. volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg hadden moeten overwegen om hun beroepsgeheim te doorbreken. Ze is nu wel verantwoordelijk voor de afwikkeling.

Wat vindt u ervan dat de inspectie zegt dat de behandelaars van Tristan van der V. te strikt zijn omgegaan met hun beroepsgeheim?

„De feiten in 2008 overziende, zegt de inspectie, hadden de behandelaars toen een andere afweging moeten maken. Dat nemen we ons ter harte. We worden alerter. We zijn al alerter geworden en we zijn zeer geïnteresseerd in de vraag hoe de richtlijnen van de KNMG verbeterd kunnen worden, want nu voldoen ze niet.”

Hoe voorkomen we dat straks alle patiënten die roepen dat ze een wapen gaan kopen en iedereen gaan omleggen meteen bij de politie worden aangegeven?

„Het grote dilemma is dat er ernstig zieke patiënten zijn die elke behandeling weigeren en daarmee een gevaar voor zichzelf en anderen kunnen vormen. Als we ze niet gedwongen kunnen opnemen, dan is het enige middel dat we nu hebben: verleiding. Je bouwt een relatie op en je hoopt dat die in stand blijft. Maar bij het minste of geringste ben je ze kwijt.

„Daarom pleiten wij voor een snelle invoering van de nieuwe Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Dan kunnen we patiënten bijvoorbeeld dwingen om weer thuis te gaan wonen of om hun medicijnen onder toezicht in te nemen. Dan kun je ernstig zieke patiënten als Tristan van der V. beter onder controle houden.”

Hoeveel Tristan van der V.’s zijn er in Nederland?

„Dat weet ik niet en dat weet niemand. Maar ik weet wel dat het om een zeer kleine groep gaat. Het is een ernstig ziektebeeld dat bovendien progressief is. Maar het is een zeldzaam ziektebeeld, dat kan ik niet genoeg benadrukken.”

Is het geen illusie om te denken dat we deze patiënten met een nieuwe wet allemaal onder controle kunnen houden?

„Nou, het helpt wel echt als we deze groep in het vizier hebben en ook tegen hun zin in kunnen behandelen. Pillen helpen, dat in elk geval. We hebben het over een ziekte, een hersenziekte, die in de adolescentie ontstaat en zich snel ontwikkelt. Nogmaals, de ziekte komt in deze vorm niet veel voor. Maar we kunnen wel iets doen.”