Schreeuwen om reanimatie

Het is een trend in de Nederlandse kunstfilm: vrouwen in psychische nood.

Eenzaam, verkrampt, seksloos, doods. Maar gaat het wel over vrouwen?

Code Blue: als er iemand 'doods' leeft, is het Marian wel. Foto Wild Bunch scene uit de film Code Blue (2011) FOTO: Wild Bunch
Code Blue: als er iemand 'doods' leeft, is het Marian wel. Foto Wild Bunch scene uit de film Code Blue (2011) FOTO: Wild Bunch

Ze is in niet te vrolijke gedachten verzonken, de jonge vrouw. Met een rugzak op trekt ze door een ruig en wild landschap. Geen idee waarom ze daar is. Ze probeert een lift te krijgen, een auto rijdt haar bijna aan. De passagier stapt uit. En zij? Zij schreeuwt. Ze staat midden op de weg in een verlaten landschap en schreeuwt het uit.

Ze lijkt op het schilderij van Edvard Munch. De Schreeuw.

Nothing Personal, zo heet de film waar deze scène in voorkomt. Daarin heeft een jonge vrouw, Anne, huis en haard verlaten. Ze komt op een Iers schiereiland in contact met een oudere man – nou ja, contact – ze zegt ‘niets persoonlijks’ te willen. Intussen lijkt ze juist heel erg naar contact te snakken, net als de man trouwens.

Terwijl Angelsaksische vrouwen zich in woord en beeld storten op de grappige vrouw, en humor als het frisse nieuwe wapen zien in een vrouwenbestaan (het boek How to be a Woman, de film Bridesmaids), buitelen in Nederland films waarin vrouwen in psychische nood verkeren, over elkaar heen. De films van Nanouk Leopold (Brownian Movement, Guernsey), Mijke de Jong (Joy), Urszula Antoniak (Nothing Personal, Code Blue) en Esther Rots (Kan door huid heen) tonen een zelfde soort vrouw. Ze is alleen, eenzaam en verlangt naar contact. Aangeboden hulp of contact wijst ze af. Ze is mager, vleesloos en besteedt niet veel aandacht aan haar uiterlijk – is op het verwaarloosde af bijna aseksueel. Niet dat ze geen seks heeft, maar die seks (solo of met anderen) lijkt zo losgezongen van plezier en liefde, dat hij eerder doet denken aan een reanimatieoefening op een dood lichaam. Ze gaat zonder steun van familie of vrienden door het leven. Slechts in één geval is het duidelijk wat precies de oorzaak is van haar pijn – de hoofdpersoon in Kan door huid heen heeft een geweldsdelict meegemaakt en trekt zich daarna terug uit het leven, maar meestal weten we niet precies wat er nu eigenlijk echt met haar aan de hand is – en zij weet het trouwens zelf ook niet.

Als deze films een diagnose stellen van de psyche van de hedendaagse vrouw dan is die alarmerend. Vooral omdat ze zelf niet precies weet wat er nu eigenlijk aan schort.

Brownian Movement schetst dat gebrek aan inzicht over het eigen probleem het sterkste. De film gaat over Charlotte, een arts. Zij huurt zonder dat haar knappe man het weet een kamer en ontvangt daar mannen met wie ze de liefde bedrijft. Lompige, dikke, zwetende mannenlijven zijn het – zij raakt hun haren en plooien aan. Het is ongemakkelijk om te zien, omdat je sterk het gevoel krijgt dat Charlotte niet zelfbewust handelt. Dat gevoel wordt bevestigd wanneer ze een van de minnaars onverwachts tegenkomt in een andere setting, in een openbare ruimte op een werkplaats. Als hij haar begroet, schreeuwt en slaat ze het uit.

De Schreeuw. Het psychologisch rapport van de medische tuchtcommissie over haar functioneren is hard. Omdat ze te weinig inzicht heeft in haar eigen handelen, moet Charlotte haar functie neerleggen. Een traan biggelt over haar wangen, maar verder zwijgt ze.

In Code Blue overschrijdt de verpleegster ook de medisch-ethische grenzen: Marian werkt op een afdeling voor terminale patiënten. Deze mensen zijn eenzaam, en een van hen, een oude man, vraagt hardop om hulp. Hij wil verlossing. Ze pakt zijn hand, maakt contact en ‘verlost’ hem door hem een injectie te geven.

Code Blue is de naam voor een medisch urgente situatie waarbij een patiënt direct reanimatie nodig heeft. In deze film is er eigenlijk vooral één iemand die nodig gereanimeerd moet worden: Marian. Als er iemand ‘doods’ leeft, is zij het wel. De zelfreanimatie helpt niet: Marian huurt porno en schildert nachtelijk woest rood op de muur. Grote halen. Het ziet eruit als bloed, die woeste verfstrepen. De Schreeuw.

Het lijkt een trend, al die ongelukkige vrouwen bij elkaar. Maar hoewel de films over vrouwen gaan, zetten ze niet aan tot nadenken over ‘de vrouwenzaak’ noch over ‘de psyche’ van de Nederlandse vrouw. Omdat we zo weinig te weten komen over de achtergrond van de vrouwen, is identificatie moeilijk.

Echt persoonlijk wordt het eigenlijk nooit. Door de strakke enscenering van de vrouwen in lege ruimtes – kamers, landschappen, ziekenhuisgangen, landhuizen – verdwijnt haar individualiteit. Ze wordt een abstractie, een metafoor, niet een vrouw van vlees en bloed. Het zijn dan ook eerder allegorische, abstracte films. Als de vrouwen schreeuwen, dan schreeuwen zij voor de abstracte mensheid in haar geheel.

Dat vrouwen nu de zorgelijke toestand van de mensheid kunnen representeren is een emancipatoir stapje vooruit, maar de diagnose waar ze ons mee confronteren is ernstig: we zijn in deze tijd eenzaam, niet in staat tot intimiteit, snakken naar contact en gaan gekneusd door het leven. Zoals Edvard Munchs schilderij de crisis van de moderne mens representeerde, die niet wist wat hem allemaal te wachten stond, zo lijken ook deze vrouwen de psychische noodklok te luiden van de westerse mens.

Doods is die mens. Verkrampt, in zichzelf gekeerd en angstig. Erover praten kan ze niet. Er komt alleen maar die schreeuw. Dat is geen schreeuw om hulp, geen schreeuw om aandacht, geen schreeuw van woede. Het is een existentiële schreeuw. Reanimeer mij!

De laatste twee scènes in Code Blue tonen de allegorische wanhoop het allerbeste. Daar is hij dan, de onverwachte buurman die mogelijk verlossing gaat brengen. Maar ook hij is niet in staat toch echt contact, en wat seks zou moeten worden, loopt uit op slaan en afzondering. In het ijzingwekkende aftitelingsshot zien we het lichaam van een vrouw (Marian?), badend in licht en in het pikdonker. Ze lijkt nu Jezus wel in een soort horrorvariant. Ze neemt alle zonden van de mensheid op zich, voor haarzelf is het te laat.

En wij? Wij gaan somber naar buiten. Niet vanwege de toestand van de hedendaagse vrouw, maar vanwege de existentiële eenzaamheid die over ons heen gestort wordt en het menselijk onvermogen daar iets aan te doen. Wat kunnen we doen? Zwijgen. Schreeuwen. Zwijgen. Toch maar schreeuwen.