Rekenkamer kritisch over innovatie

De Rekenkamer kan niet vaststellen of meer bedrijven zijn gaan innoveren door het stimuleringsbeleid van de regering. Ook heeft de kamer kritiek op de evaluatie door minister Verhagen.

Het is onduidelijk of de verdubbeling van de uitgaven voor innovatiebeleid tot enig resultaat heeft geleid.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar het innovatiebeleid in de periode 2003-2010. Het budget waarmee de overheid innovaties probeert te stimuleren is in deze periode verdubbeld van 1,8 miljard euro tot 3,7 miljard euro. „In een tijd van financiële krapte lijkt het mij relevant dat de effectiviteit van een miljardenuitgave aantoonbaar is”, zegt Mark van Twist. „Dat is bij de twee miljard euro extra niet het geval.”

Van Twist is buitengewoon collegelid van de Rekenkamer en nam de leiding van het onderzoek over van Gijs de Vries, die begin dit jaar de overstap maakte naar de Europese Rekenkamer. Van Twist is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

De Algemene Rekenkamer is een onafhankelijke instantie die controleert of het Rijk geld uitgeeft en beleid uitvoert conform afspraak. In het onderzoek heeft de Rekenkamer niet kunnen vaststellen of de verdubbeling van het innovatiebudget heeft geleid tot een vergroting van het innovatief vermogen van Nederland. Dat blijkt uit de drie belangrijkste doelen van het innovatiebeleid:

Of meer bedrijven innoveren is niet vast te stellen;

Het merendeel van de private investeringen in speur- en ontwikkelingswerk is niet gestegen, maar gedaald;

Nederland behoorde in 2010 niet top de top-5 van de economieën met het grootste concurrentievermogen.

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het percentage van het bruto binnenlands product dat Nederlandse bedrijven gezamenlijk uitgeven aan research & development lager is dan gemiddeld in Europa (zie grafiek 3). Het verschil tussen Nederland en Europa is sinds 2000, ondanks de verdubbeling van het budget in 2003-2010, alleen maar toegenomen.

Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) ziet in het Rekenkamerrapport een bevestiging van zijn keuze om het innovatiebeleid anders aan te pakken. Daarbij gaat het om een verschuiving van subsidies voor generiek beleid naar belastingverlagingen die innovatie stimuleren. Daarbij zet Verhagen ondernemers en onderzoekers ‘in de cockpit’.

Het kabinet heeft negen sectoren (creatieve industrie, logistiek, tuinbouw, agrofood, life sciences, energie, water, chemie, hightech) geselecteerd en voor elk ervan is een ‘topteam’ ingesteld. Dit team bestaat uit een boegbeeld uit de sector, een vertegenwoordiger uit de wetenschap, een hoge ambtenaar en een innovatieve ondernemer uit het midden- en kleinbedrijf. De topteams zeggen welke doelen ze zichzelf stellen en hoe de overheid de negen topsectoren kan faciliteren, zodat ze concurrerend blijven op de wereldmarkt.

„Het bedrijvenbeleid van minister Verhagen lijkt erg op het innovatiebeleid van zijn voorgangers”, zegt Van Twist. „De topsectoren van nu zijn de sleutelgebieden van toen. Verhagens beleid verschilt niet veel van het innovatiebeleid sinds 2003.”

Het kabinet wil innovaties niet langer met subsidies stimuleren, maar via de fiscale weg. In de aanloop naar Prinsjesdag maakte Verhagen bekend dat er volgend jaar een belastingaftrek voor innovatie komt. Deze maatregel lijkt sterk op de bestaande Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. Met deze WBSO worden de loonkosten – via een fiscale aftrek – voor speur- en ontwikkelingswerk verlaagd. Het budget voor de WBSO wordt met 14 miljoen verhoogd tot ruim 800 miljoen euro. Naast de loonkosten komt er nu ook een aftrek voor computers en technische installaties. Daarvoor trekt het kabinet volgend jaar 250 miljoen euro uit, oplopend tot 500 miljoen euro in 2015. De belastingaftrek is een ‘sigaar uit eigen doos’: het kabinet schrapt, conform het regeerakkoord, voor een half miljard euro aan ondernemerssubsidies.

Uit onderzoek naar de WBSO blijkt dat een bedrijf tegenover elke euro die het minder aan belasting afdraagt, het 0,75 eurocent meer aan speur- en ontwikkelingswerk investeert. Het is, zo constateert de Rekenkamer, onduidelijk hoeveel het totale WBSO-budget aan extra investeringen oplevert. „De groei van de overheidsuitgaven aan innovatiebeleid resulteert nauwelijks in extra uitgaven aan research & development door bedrijven”, constateert de Rekenkamer.

De Rekenkamer vindt dat minister Verhagen te weinig aandacht besteedt aan de evaluatie van zijn beleid. „De minister geeft niet aan hoe hij het beleid gaat meten”, zegt Van Twist. „Verhagen gaat afzonderlijke instrumenten beoordelen, maar als coördinerend minister zou hij ook de samenhang moeten onderzoeken.”

Van Twist breekt een lans voor meer transparantie bij het innovatiebeleid. „De belastingbetaler heeft het recht om te weten of zijn geld goed wordt besteed”, zegt Van Twist. „Je kunt dan, wellicht ook, de kritiek wegnemen dat het geld naar de gevestigde partijen gaat die toegang hebben tot het Haagse circuit. Follow the money en laat zien waar het terecht komt. De huidige technologie maakt dat mogelijk.”