Overheid onderschatte komst Oost-Europeanen

De Nederlandse overheid is de afgelopen jaren niet in staat geweest de snelgroeiende komst van werknemers uit Midden- en Oost-Europa in goede banen te leiden. Dat heeft geleid tot onderbetaling en uitbuiting en tot overlast in de steden en regio’s waar veel Oost-Europeanen wonen en werken.

Dat concludeert de Tijdelijke commissie Lessen uit recente Arbeidsmigratie onder leiding van CDA-Tweede Kamerlid Ger Koopmans. De commissie onderzocht de recente arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa. De zes Kamerleden van PVV, CDA, SP, PvdA, D66 en VVD hielden openbare hoorzittingen, spraken met ambassadeurs en deskundigen en gingen op werkbezoek in Roemenië en Bulgarije en op plaatsen in Nederland waar veel Oost-Europeanen werken. Het doel: lessen trekken voor 2014, wanneer ook Roemenen en Bulgaren vrij in Nederland mogen werken. Sinds 2007 mogen werknemers uit acht Midden- en Oost-Europese landen, waaronder Polen, zich hier al vrij vestigen.

Omdat de aanwezigheid van deze tijdelijke arbeidsmigranten de komende jaren verder zal groeien, moet het kabinet de opvang en registratie van Oost-Europese werknemers verbeteren. Zo is niet duidelijk hoeveel Oost-Europeanen in Nederland werken. Het zijn er ten minste 200.000, maar een deel is niet geregistreerd. Voorzitter Koopmans: „Betere registratie is van belang omdat we de problemen ontkennen.”

De commissie is „geschrokken van het groot aantal malafide uitzendbureaus en de slechte, soms schrijnende, huisvestingssituaties van arbeidsmigranten”. „Migranten worden onderbetaald door hun werkgevers en huisjesmelkers laten migranten te veel betalen voor kleine en slechte huisvesting.” Het kabinet is niet doortastend genoeg bij het corrigeren van deze misstand en gemeenten blijven te veel op afstand.

Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) nam in het voorjaar al maatregelen. Zo moeten de 5.000 tot 6.000 malafide uitzendbureaus zich registreren. De commissie wil dat het kabinet meer doet. „Nederland kan het zich niet permitteren nog langer te overleggen, te verkennen en te onderzoeken.”

Magneet voor Oost-Europeanen: pagina 25