OK-punten, voor melden geweld, weinig gebruikt

De gemeente Rotterdam stopt met de 230 meldpunten.

Slachtoffers van geweld maken nauwelijks gebruik van de zogeheten OK-punten. Van de bijna vierhonderd locaties waar ze hulp kunnen krijgen, hebben slechts enkele tientallen wel eens een slachtoffer of getuige opgevangen.

OK-punten bestaan sinds 2003. Ze zijn een initiatief van de stichting Meld Geweld, die burgers helpt bij geweld op straat. Elf Nederlandse gemeenten hebben OK-punten ingericht, herkenbaar aan blauwe, verlichte borden met witte letters. Ze hangen bij cafés, bibliotheken, winkels en andere locaties die als ‘veilige haven’ kunnen dienen.

Rotterdam telt de meeste: ruim 230. En de gemeente stopt ermee. Ze bezuinigt, en vindt de OK-punten onvoldoende effectief.

In Tilburg bleek vorig jaar dat 35 OK-punten samen in zo’n zeven maanden tijd achttien keer mensen opvingen. In acht gevallen was sprake van geweld. Andere meldingen betroffen verloren portemonnees en verkeersongevallen. Zes keer blies de bezoeker stoom af, viermaal werd een hulpinstantie gebeld.

Tilburg erkent dat „nauwelijks” gebruik wordt gemaakt van de hulplocaties. Dat betekent volgens een gemeentewoordvoerder niet dat ze geen zin hebben: „Het geringe aantal meldingen kan ook komen omdat de buurt veiliger is geworden. Misschien wel dankzij zo’n OK-punt.”

Onderzoek voor Veiligheid en Justitie in 2010 toonde niet aan dat OK-punten de veiligheid vergroten. „Het is onwaarschijnlijk dat OK-borden in het straatbeeld tot een veiliger gevoel leiden”, zeiden de onderzoekers. „Aandacht voor risico’s kan zelfs leiden tot een ónveiliger gevoel.”

Ze stelden vast dat de punten „een relatief klein aantal slachtoffers” opvangen, en dat dit aantal „in het niet valt bij het totaal aantal slachtoffers van geweld”. De onderzoekers noemen Rotterdam als voorbeeld, waar jaarlijks tienduizend geweldsdelicten plaatsvinden. Bij de lokale politie kwam in anderhalf jaar tijd één telefoontje binnen vanuit een OK-punt. (NRC)