O ja? Sneller dan het licht?

Vreemd is het niet. Natuurlijk is iedereen enthousiast over het idee dat er deeltjes bestaan die sneller kunnen reizen dan het licht. Heeft Einstein zelf destijds niet uitgelegd wat er gebeurt als je informatie in zulke deeltjes kan versleutelen? Je kunt een telegram naar het verleden sturen. Een brief naar jezelf als kind. De gedachte alleen al laat je hersenen jeuken.

Het is onmogelijk, zei Einstein óók. Tot dusver was er niemand die dat serieus betwistte. Einstein is hét icoon van de natuurkunde, hij is voor de natuurwetenschap wat Marilyn Monroe is voor de film. In het kwadraat. Bovendien: duizenden experimenten bevestigden zijn gelijk. Wie toch zijn ongelijk wil aantonen, moet dus van goeden huize komen.

Een uitzonderlijke claim vereist uitzonderlijk bewijs. En dat hebben de CERN-fysici van de snelheid brekende neutrino’s niet. Zij traden naar buiten om een andere reden: ze geloofden hun eigen meting niet. Ze wilden anderen laten meekijken. Daarom kon iedereen vorige week via internet zien hoe de experimentatoren tot in slaapverwekkend detail hun metingen uitlegden. En hoe ze daarna door kritische collega’s werden gegrild. Dit was een les in transparantie en openheid – zo hoort het in de wetenschap.

Of was het een les in het bespelen van de media? Waarom mochten de collega’s niet op de gebruikelijke wijze, in betrekkelijke stilte, meekijken? Was CERN bang dat een journalist ermee aan de haal zou gaan? Wilde het de regie in eigen hand houden?

En ja, het is waar, de experimentatoren en theoretici van het instituut zelf waren enorm terughoudend. Maar andere wetenschappers kregen er geen genoeg van om te speculeren over deze ‘nieuwe bladzijde in het jongensboek van de natuurkunde’. Tijdreizen, brieven aan jezelf, het verdwijnen van oorzaak en gevolg – alles kwam voorbij.

Kwam dat niet ook goed uit? CERN is een van de grootste spelers in de deeltjesfysica. Een vakgebied waarin wereldwijd al jaren wordt gesmacht naar nieuwe vondsten, nieuwe inzichten, meer geld. Precies wat deze meting – misschien – kan bieden. Alleen: vereist een uitzonderlijke claim zonder uitzonderlijk bewijs niet op zijn minst uitzonderlijke voorzichtigheid? Zoals de toevoeging dat neutrino’s uit de supernova van 1987 zich tijdens een nauwkeuriger meting wel aan de snelheidslimiet hielden. En dat het echt razend moeilijk was om tijdens de meting het vertrek van neutrino’s te klokken.

Zoveel scepsis bij zoveel jongensboekvreugde, dat klinkt zuur. Toch lijkt toch maar één ding zeker: het meeliften op de cultstatus van Einstein is voor fysici nog altijd de snelste weg naar aandacht en aanzien.