Noodwetje lost echte probleem niet op

De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke grondslag ontbreekt om burgers te laten betalen voor een ID-kaart.

Donner wil dat oordeel met een spoedwet terugdraaien.

Spoed? Haast? Behandeling van dit wetsvoorstel op de kortst mogelijke termijn? Dat zal allemaal best, maar zorgvuldigheid gaat voor. De Eerste Kamer blijkt niet onder de indruk van de haast die minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) wil maken met zijn wetsvoorstel over het betalen voor identiteitskaarten.

Vorige week stuurde Donner een spoedwet naar het parlement, waarin hij bepaalt dat gemeenten per direct weer geld van burgers mogen vragen voor een identiteitskaart. De minister wil daarmee een uitspraak van de Hoge Raad in Den Bosch repareren. Die oordeelde op 9 september dat de wettelijke grondslag ontbreekt om burgers te laten betalen voor een ID-kaart. Hij heeft er haast bij, omdat de gemeenten flinke inkomsten mislopen als de ID-kaart gratis blijft: die kostte 43 euro per stuk, wat neerkomt op 80 miljoen euro per jaar.

Nu lijkt het erop dat Donner buiten de Eerste Kamer heeft gerekend. Juist omdat de minister met deze nieuwe wet tegen een uitspraak van de Hoge Raad ingaat, is zorgvuldigheid volgens de senatoren extra geboden. Dus brengt de Eerste Kamer het voorstel niet volgende week dinsdag al in stemming, zoals Donner het graag had gezien, maar op zijn vroegst over twee weken. En dat wordt dan nog een week later, als de Eerste Kamerleden bijvoorbeeld nog deskundigen willen horen, of mondelinge uitleg van de minister willen.

SGP-senator Gerrit Holdijk noemde de uitspraak van de Hoge Raad revolutionair. „En dat betekent dat je terdege moet nadenken of je die uitspraak op zo’n simpele wijze, gemotiveerd vanuit financiële motieven, kunt herstellen.” Holdijk heeft sinds de laatste senaatsverkiezingen afgelopen voorjaar een doorslaggevende stem in de Eerste Kamer. Hij hecht – zoals de meeste senatoren – aan staatsrechtelijke correctheid en is er allergisch voor onder druk te worden gezet.

De Tweede Kamer debatteerde gisteren wel alvast over de spoedwet. ’s Ochtends, en ’s avonds nóg een keer omdat de oppositie nog juridisch advies wilde inwinnen voordat een stemming zou plaatsvinden. De oppositie zegt: minister Donner schrijft in het wetsvoorstel dat burgers per vorige week woensdag weer moeten betalen, maar kan hij dat wel zomaar eisen als de wet formeel nog helemaal niet van kracht is? Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) zei gisteren in het debat dat als de wet het níét haalt, de burgers hun geld terugkrijgen. Leers verdedigde het voorstel gisteren in plaats van Donner, omdat die een werkbezoek brengt aan Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

En er was meer inhoudelijke kritiek: Donners reparatiewet mag er wettelijk misschien voor zorgen dat burgers weer moeten betalen voor een ID-kaart, maar de wet gaat totaal voorbij aan de vraag of burgers wel zouden hóren te betalen voor zo’n ID-kaart. SP-Kamerlid Ronald van Raak: „Hierover zouden we een fundamentele discussie moeten voeren. Maar in plaats daarvan komt de minister met een noodwetje dat hij met haast en spoed door de Kamers wil jassen.”

PvdA’er Pierre Heijnen voorspelde zelfs dat als een burger straks opnieuw een procedure aanspant, die van de Hoge Raad opnieuw gelijk zou kunnen krijgen, ondanks deze „gelegenheidswetgeving”. „Want de ID-kaart is volgens de Hoge Raad geen rijbewijs of visvergunning. Dat zijn zaken waarbij de burger zelf een belang heeft en waarvoor hij dus moet betalen. De kaart is volgens de Raad vergelijkbaar met inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, of het aangeven van een pasgeboren kind.” Die laatste zaken zijn verplichtingen vanuit de overheid, en dus hoeft de individuele burger daar niet voor te betalen, maar delen de belastingbetalers die kosten samen.

Ondanks deze kritiek leek gisteravond in de Tweede Kamer toch een meerderheid van VVD, CDA en PVV vóór de reparatiewet. Daarom vestigde de oppositie gisteren al openlijk haar hoop op de Eerste Kamer. SP’er Van Raak moedigde de senaat aan om de wet af te wijzen. „Zet hem op, en doe waartoe u op aarde bent.”