Natuurmecenassen

Dit najaar ben ik ‘fellow’ in een landhuis in de duinen, waar ik een werkkamer heb tussen veertig wetenschappers, die elke middag een warme lunch krijgen van de huiskok. Vertel het maar niet aan Henk en Ingrid als die bij u op bezoek zijn, want dat trekken ze niet. Wetenschap, kunst (ik werk er aan een roman) en dan ook nog eens natuur: drie staatsvijanden op één plek, één verborgen subsidie-enclave.

In de duinen wordt drinkwater gefilterd, en iemand van het waterbedrijf leidde ons langs de schitterende stroompjes en vertelde intussen iets schokkends. Het duinwaterbedrijf gaat binnenkort land kopen en/of pachten van Staatsbosbeheer en/of Natuurmonumenten, aldus onze gids. Want wat is het geval? Het budget voor natuurbeheer gaat namelijk meer dan halveren: van de 1.029 miljoen die er in 2010 nog was naar 340 miljoen in 2016. De duinfilteraars doen het natuuronderhoud er nu groothartig bij, en berekenen dat door aan de drinkers van hun water. Dat zijn er immers zo veel, dat ze er met amper een euro per maand al zijn.

Nou, da’s mooi geregeld toch, zullen de Colgategebitten van Neoliberaal I grijnzen: de markt ‘pakt’ het zelf ‘op’. Minder overheid, minder belasting, minder gezeur. Dat is allemaal prachtig, behalve dan dat je de natuur zo uitlevert aan de barbaren. Die meneer van het duinwaterbedrijf leek me betrekkelijk integer. Niet iemand die subiet tienduizend extra putten slaat en/of alle bomen kapt om meer filterkanaaltjes te frezen die z’n omzet stuwen. Maar gaat dit overal goed? Waarom zou het elders niet een vastgoedmagnaat en/of ramenexploitant kunnen zijn die zich opwerkt als natuurredder? Even met je ogen knipperen en de Biesbosch is een bordeel geworden.

De neoliberalen maken het natuurbeheer afhankelijk van mecenassen, van wie je maar moet afwachten wat ze met die natuur uitspoken. Hetzelfde geldt overigens voor wetenschap en kunst, die ook hun waarde verliezen als bedrijfseigendom. Wie roept dat de markt het zelf wel ‘oppakt’, heeft de markt nog nooit van dichtbij gezien. Hij heeft een veel te charitatief beeld van de gemiddelde opkoper.

Christiaan Weijts