Meeuwen en pinguïns ruiken 'goede genen'

Vrouwelijke vogels die inteelt willen voorkomen, doen er goed aan om hun reukorgaan te gebruiken bij het kiezen van een partner.

De geur die vogels uitscheiden, verraadt de mate van verwantschap – in elk geval bij drieteenmeeuwen en humboldtpinguïns. Twee onderzoeksteams meldden dat afgelopen week onafhankelijk van elkaar in de Proceedings of the Royal Society B en PLoS One. Bij zoogdieren is bekend dat geur de verwantschap verraadt, maar bij vogels was het nog niet eerder aangetoond.

Het eerste team analyseerde de olie waarmee drieteenmeeuwen hun veren poetsen. Pieken in het geurenspectrum daarvan bleken bij mannetjes sterke overeenkomsten te vertonen tussen verwanten. Bovendien was het geurenspectrum een voorspeller voor het percentage genen waarvoor mannetjes heterozygoot zijn. Dat wil zeggen: van hoeveel genen ze twee verschillende versies hebben in plaats van twee gelijke kopieën. De verscheidenheid in genen, leggen de onderzoekers uit, weerspiegelt kwaliteit. Dat is bij diverse vogelsoorten aangetoond. Hoe breder de genetische variatie van een mannetje, hoe minder parasieten hij heeft, hoe sterker hij is, hoe langer hij leeft en hoe beter zijn nakomelingen het doen.

Het tweede onderzoeksteam deed een serie gedragsproeven bij humboldtpinguïns in een dierentuin. De pinguïns mochten steeds kiezen tussen twee hokken om in te verblijven. De biologen hadden de hokken ingesmeerd met poetsolie afkomstig van andere humboldtpinguïns.

De dieren vertoonden een sterke voorkeur voor de geur van individuen die ze kenden. Maar moesten ze kiezen tussen twee onbekende geuren, een van een familielid en de andere van een niet-verwante soortgenoot, dan kozen ze steevast de laatste. In het wild, denken de biologen, helpt die strategie om inteelt te voorkomen.

Ook de meeuwenonderzoekers willen nu met aanvullende gedragstests onderzoeken of de vrouwtjes zich bij hun partnerkeuze door geur laten leiden. (NRC)