Lang Langs Chopin kan stekeliger

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding, m.m.v. Lang Lang. 28/9 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 29 en 30/9. ***

Bij welk orkest Lang Lang nog eens wil debuteren, was onlangs de vraag. „Ach, misschien het orkest van de maan, of van Mars”, antwoordde hij luchtig. De 29-jarige pianist is de wereld al vele malen rond geweest. Zo loert het gevaar van gemakzucht.

Natuurlijk, het Eerste pianoconcert van Liszt weet Lang Lang met imponerende virtuositeit en effectieve contrasten tot leven te wekken, zoals gisteren bleek met het KCO. Er moesten stoelen tegen het orgel worden geplakt om alle bewonderaars van zijn dromerige rubato te huisvesten.

Maar bij Liszt verwacht je óók verontrustender demonie. En de Grande polonaise brillante mag dan niet Chopins meest diepzinnige werk zijn, het verdient meer dan een volmaakt glanzende en dus vrij saaie aanpak.

Vorige week speelde Lang Lang – ongebruikelijk – ook een concert van Bartók bij hetzelfde orkest, al met iets stekeliger resultaat.

Dat het intenser kan, bleek na de pauze in Beethovens Derde symfonie. Dirigent Daniel Harding koos een grote bezetting maar hield de totaalklank wendbaar. De treurmars was net niet larmoyant en daardoor groots, de finale schuimde van ongeremd speelplezier.