Kleurplaten van bommen en granaten

Hoewel de Tamil Tijgers in Sri Lanka zijn verslagen, is de organisatie hier springlevend, zegt het Openbaar Ministerie.

Tegen vijf Tamil Tijgers zijn langdurige straffen geëist.

De gemeenschap van Tamils in Nederland (tussen de 9.000 en 13.000 man) is door de terroristische organisatie Tamil Tijgers „verregaand geannexeerd” voor de gewelddadige strijd in Sri Lanka. Door afpersing en opruiing is onder Nederlandse Tamils „een klimaat van angst” geschapen.

Dat betoogden de officieren van justitie Ward Ferdinandusse en Maartje Nieuwenhuis dinsdag voor de Haagse rechtbank. Tegen vijf in Nederland wonende Tamils die in 2010 werden gearresteerd, eiste het Openbaar Ministerie langdurige gevangenisstraffen. Volgens justitie zijn de verdachten in Nederland opererende zetbazen van de Tamil Tijgers (Liberation Tigers of Tamil Eelam, LTTE) in Sri Lanka. Het OM acht bewezen dat de verdachten leiding hebben gegeven aan een internationale criminele en terroristische organisatie met als oogmerk onder meer brandstichting, het teweegbrengen van ontploffingen, moord, doodslag en zware mishandeling.

De in Schagen wonende 52-jarige hoofdverdachte Ramachandran S. was volgens justitie de internationale boekhouder van de LTTE. Hij moet volgens het OM tot zestien jaar cel worden veroordeeld. Tussen 2005 en 2009 beheerde hij 135 miljoen euro voor de LTTE. Hij stuurde wereldwijd koeriers op pad met contant geld om wapens te kopen voor de Tijgers. De vermeende leider van de Nederlandse tak van de Tamil Tijgers, de 46-jarige Srirangam R. uit Den Haag, hoorde 12 jaar cel tegen zich eisen. Tegen drie andere Nederlandse Tijgerbestuurders werden straffen van 10 jaar gevorderd.

De Tamil Tijgers vechten sinds 1983 tegen het leger van Sri Lanka voor een onafhankelijk thuisland in het noorden van het eiland. Wegens veelvuldige aanvallen op burgerdoelen, de inzet van zelfmoordcommando’s en het gebruik van kindsoldaten is de LTTE vijf jaar geleden door de Europese Unie geplaatst op de lijst van terroristische organisaties. Twee jaar geleden werden de Tijgers op Sri Lanka militair verslagen. „Maar hier in Europa is de LTTE nog springlevend”, aldus Ferdinandusse.

Hij noemde het „ronduit schokkend” dat Tamilkinderen in Nederland „vanaf hun jongste jaren worden gehersenspoeld met het zeer gewelddadige gedachtegoed van de LTTE”. In Nederland beschikken de Tijgers over twintig leslokalen waar kinderen in het weekeinde met propaganda worden bestookt. Ze maken er kleurplaten van bommen en granaten. „Ze krijgen van jongs af aan te horen dat hun toekomst niet in Nederland ligt, maar in een zelfstandige Tamilstaat en dat zelfmoordaanslagplegers helden zijn.”

De Nederlandse Tamil Tijgers zijn volgens justitie druk met het werven van fondsen voor de strijd op 8.500 kilometer afstand. In Nederland hebben ze frontorganisaties zoals de Stichting Tamil Vrouwen Organisatie, de Tamil Youth Organisation en de Tamil Kunst en Culturele Organisatie Nederland, die gemeentelijke subsidies proberen binnen te halen. Geld dat volgens justitie deels wordt gebruikt om de oorlogsmachine te smeren. Justitie heeft bijvoorbeeld vastgesteld dat de gemeente Zeist een sportdag financierde (2.000 euro) voor Tamils terwijl het geld bestemd was voor de LTTE.

De verdachten eisten ook oorlogsbelasting van de Tamils in Nederland. Bij niet betalen kon de familie in Sri Lanka niet worden bezocht en mocht de familie op het eiland ook niet reizen.

De verdachten hoorden het requisitoir, dat dinsdag de hele dag in beslag nam, stoïcijns aan. Ramachandran, die al sinds 1985 in Nederland woont, staarde tijdens de zitting onveranderlijk roerloos voor zich uit, de gespierde armen voor de borst gevouwen. De beelden die justitie in de rechtszaal op een scherm naast hem liet zien, toonde hij geen blik waardig. Het OM vertoonde onder andere opnames van marcherende Tamil-kindsoldaten op Sri Lanka, een „opruiende speech” die medeverdachte Srirangam in 2007 in Utrecht hield bij de herdenking van een gesneuvelde kameraad en een foto waarop Ramachandran poseert met LTTE-oprichter Velupillai Prabhakaran op Sri Lanka.

De houding op de zitting komt volgens justitie overeen met de opstelling van de verdachten tijdens het onderzoek. Volgens Ferdinandusse „ontbreekt het de verdachten volledig aan spijt, schuldbesef of enig inzicht in het strafwaardig karakter van hun handelen”. Hij wees erop dat ze wel „graag met de vinger wijzen naar vermeende misdrijven van de overheid van Sri Lanka maar het ontbreekt ze aan zelfreflectie over hun eigen misdrijven”.

Lange gevangenisstraffen zijn volgens het Openbaar Ministerie noodzakelijk omdat de angst bestaat dat ze anders opnieuw misdaden plegen. „Gelet op het bewuste, ideologische en hardnekkige karakter van het strafbare handelen van verdachten en het volledig ontbreken van schuldinzicht, moet gevreesd worden voor herhaling.”