Kamer wil spoed, geen schoonheid

Een Kamermeerderheid van VVD, CDA en PVV stemde gisteren voor de spoedwet die burgers weer laat betalen voor de ID-kaart. De oppositie heeft principieel bezwaar.

Garanties krijg je op stofzuigers, niet op wetten. Met die vergoelijkende woorden steunde Tweede Kamerlid Andre Elissen (PVV) gisteravond de spoedwet die bepaalt dat burgers weer moeten betalen voor hun identiteitskaart.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) verdedigde de wet tot gisteravond laat in de Tweede Kamer. Namens minister Donner, die „in de West verkeert”, zoals Leers het zei. Het voorstel haalde het net, met een meerderheid van alleen VVD, CDA en PVV. Maar de plaatsvervangend minister gaf na flinke druk uit de oppositie zelf ook toe: de garantie valt niet te geven dat de Hoge Raad straks deze nieuwe wet voldoende grondslag vindt om burgers zelf hun identiteitskaart te laten betalen.

Grote vraag was gisteren of de minister burgers wel met terugwerkende kracht zou mogen laten betalen voor de ID-kaart, dus al vanaf vorige week donderdag. Zonder dat de Eerste en Tweede Kamer al goedkeuring hadden gegeven aan de wet. De reden dat Donner deze wet met terugwerkende kracht wil laten ingaan is simpel: als hij het niet doet, kost dat de overheid geld.

De identiteitskaart kost jaarlijks ongeveer 80 miljoen euro. In de anderhalve week dat de kaart gratis was, vroegen ruim 155.000 mensen er één aan. Kosten voor de overheid: zes à zeven miljoen euro. Zoveel mensen maakten dus gebruik van het vacuüm tussen de uitspraak van de Hoge Raad, die oordeelde dat de wettelijke grondslag voor de betaling ontbreekt, en het moment van Donners wetsvoorstel. Dat maakt de argumenten vóór terugwerkende kracht extra geloofwaardig, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht. „Hoe langer de behandeling in de beide Kamers duurt, hoe groter de schade voor de overheid als Donner de wet níet met terugwerkende kracht laat werken.”

De Kamer vroeg gistermiddag advies aan het eigen Bureau Wetgeving, dat voor Kamerleden beoordeelt of teksten van wetsvoorstellen juridisch juist zijn. Kán de minister dit wel met terugwerkende kracht doen? De coalitie legde de uitlegbrief van dat Bureau positief uit. VVD-Kamerlid Jeanine Hennis: „Blijft het droog als er een gang naar de rechter komt? Op die vraag lijkt het antwoord ‘ja’.”

Kamerlid Ronald van Raak (SP) zag in de uitleg juist bevestiging dat géén rechtvaardiging bestaat voor het met terugwerkende kracht invoeren van de wet. Het Bureau noemde vier criteria waaraan een wet moet voldoen, om met terugwerkende kracht te kunnen werken. Van Raak: „Volgens mij voldoet dit wetsvoorstel aan geen enkele van de vier.”

Stel dat de Eerste Kamer de spoedwet over enkele weken ook goedkeurt, dan is die terugwerkende kracht een feit. Al verdient de gang van zaken geen schoonheidsprijs, gaven de coalitiepartijen gisteren toe. Hoogleraar Douwe Jan Elzinga verwacht, ondanks het gemor van eerder deze week, dat de senaat zal instemmen. „Het hoort ook bij het imago van de Eerste Kamer dat ze hun tijd willen nemen.”

Daarna blijft de fundamentele vraag: zou een burger wel of niet moeten betalen voor een identiteitskaart? De Hoge Raad stelt in de uitspraak van 9 september vast dat burgers de kaart niet aanvragen vanwege een individueel belang, zoals bij een rijbewijs of paspoort. Ze voldoen met zo’n kaart aan de identificatieplicht van de overheid, dus zouden ze niet hoeven te betalen. Kamerlid Ineke van Gent (GroenLinks): „Kennelijk krijg je op stofzuigers in Nederland wel garantie, maar bestaat er geen garantie dat een uitspraak van de Hoge Raad wordt nageleefd.”

Deze wet lokt nieuwe procedures uit, waarschuwde ook advocaat Clemens Meerts, die sinds 2004 strijdt tegen de kosten van een ID-kaart. Minister Leers ziet die rechtszaken ook wel aankomen. Of de wet standhoudt, zei hij, zal blijken „uit verdere procedures die gevoerd gaan worden, wellicht ook bij de Hoge Raad”.