Ik print wel even een vaas

In Rotterdam is te zien hoe kunst- en designobjecten uit de 3D-printer komen. En hoe de consument zelf een virtuele pottenbakker wordt.

at kun je eigenlijk nog niet in 3D-printen? Ok, glas is nog niet eenvoudig thuis te printen. Maar het is al wel mogelijk om in de huiskamer telefoonhoesjes, sieraden, woondecoraties, puzzels en bordspellen uit te printen. En, als je het uitbesteedt, kunnen er zelfs glazen muiltjes, betonnen bouwplaten, fikse vazen van klei, sieraden van edelmetaal, auto-onderdelen en andere complexe artikelen voor je uitgeprint worden, in drie dimensies.

Er zijn 3D-printers voor alle materialen. Laagje voor laagje kunnen objecten geprint worden in glas, plastic, nylon, porselein en metaal; in gips, zand en karton. Zulke apparaten worden nu al ingezet om modellen voor architectuur te printen. En op modetentoonstellingen zien we gewaden, jurken, bikini’s en hooggehakt schoeisel, allemaal geprint in 3D. Medische apparatuur, machineonderdelen en tandartskronen komen ook al uit de printer.

Voor beeldend kunstenaars biedt de 3D-printer veel mogelijkheden. Kunstenaar Theo Jansen maakt al jarenlang beesten van pvc-buizen. Hij laat zijn schepsels los op het strand waar ze, door de wind aangedreven, rondwandelen.

Jansen ontdekte tot zijn plezier dat zijn creaturen een nieuw leven leiden op internet. De beestjes worden, op schaal, uitgeprint in 3D. Jansen is enthousiast dat zijn strandbeesten, zoals hij dat noemt, ‘zich voortplanten’.

Ook 3D-kunstenaar Dolf Veenvliet print creaturen, Entoforms, die wel wat weg hebben van prehistorische diertjes.

Veenvliet werkt sinds 2000 met Blender, een gratis softwareprogramma waarmee je 3D kunt modelleren. Volgens Veenvliet bestaat het DNA van zijn computerbeestjes uit computercodes.

In de Vishal in Haarlem werd eerder deze zomer voor het eerst in Nederland een groepsexpositie gewijd aan 3D-kunst. En nu is deze maand nog in het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam de expositie Another Dimension te zien die zich vooral richt op design. Joris van Tubergen toont 1 euro per minuut: zijn ‘Ultimaker’ print voor het publiek pistooltjes, vazen en armbanden. Een vaas die er een uur over doet, kost dus 60 euro; een armbandje is een stuk goedkoper. Van Tubergen, verbonden aan het openbare technologielab Protospace, maakt onderdeel uit van een internationale kring die experimenteert met machines, software en materialen om zelf objecten te printen en kennis daarover te delen. Voor Sinterklaas printte Tubergen speculaas.

Een aantal exposanten van Another Dimension is deze zomer aan de slag gegaan bij Protospace. Resultaten zijn te koop in ‘de winkel van de toekomst’: potten, vazen, maar ook rode ringen van Atelier Ted Noten, in de vorm van een hart. Ook toont Noten een ketting van driftige, aan elkaar geregen, gehakte schoenen. Op de expo zijn vele gebruiksvoorwerpen te zien: asbakken (Otto Poiesz), brilmonturen (Daisy Kroon), een stoel die bestaat uit een lange draad (Dirk van de Kooij), een sexy kledingsstuk (Freedom of Creation) en opvallende sieraden met felgekleurde bollen van Alissia Melka-Teichroew.

In Rotterdam is ook het resultaat te zien van de 3D-performance ‘Solar Sinter’ die de Britse kunstenaar Markus Kayser deed in de Sahara. Een door zonne-energie aangedreven machine print de woestijn een voorwerp uit. Deze objecten worden op Another Dimension voor het eerst tentoongesteld. Met een begeleidend YouTube-filmpje van de actie, met het indrukwekkende ‘Do-It-Yourself’-apparaat, dat zeer de moeite waard is om te zien.

Zo’n zelfde wow-gevoel krijg je ook van de virtuele ‘pottenbakkers’ draaischijf, L’Artisan Electronique, van Unfold en Tim Knapen. Vlak voor je neus, in de lucht, zweeft een draadmodel, een projectie van een ronddraaiende vaas die de bezoeker met zijn handen kan vervormen. Als je tevreden bent over de vorm, heb je met een druk op de knop het bestand opgeslagen in een databank. De vaas kan vervolgens in klei worden geprint, in welke oplage dan ook.

De printende onderklasse

In sciencefiction bestaat het concept van driedimensionaal printen al langer. In de post-cyberpunkroman The Diamond Age van Neal Stephenson, uit 1995, is sprake van een ‘matter-compiler’. Een van de personages, het jonge meisje Nell, leeft in een wereld waar nanotechnologie een allesbepalende rol speelt. De matter-compiler is een soort super-3D-printer. Ik stelde me een apparaat als een magnetron voor, die alles uitprint wat een mens nodig heeft: een kast, een stoel en tafel (die je vervolgens zelf als een bouwpakket in elkaar kunt zetten). De matter-compiler print overigens ook maaltijden. In The Diamond Age is een dergelijk apparaat er niet voor de technologische avant-garde, maar juist voor de onderklasse die gebruiksvoorwerpen uitprint in goedkoop materiaal dat snel verslijt. Rijke mensen, de Victorianen, bezitten nog echte houten voorwerpen, echt staal, of edelmetalen zoals goud. Dat is voor de printende onderklasse niet weggelegd.

Al in 1996 raakte Cory Doctorow de kern van 3D-printen met zijn korte sciencefictionverhaal Printcrime, gepubliceerd in Nature Magazine. Het gaat over de vader van Lanie, die in de bak belandt om zijn illegale home-3D-printer. Als hij uit de gevangenis komt, wil hij weer aan de slag. Waarop zijn dochter zegt: „Je hebt net tien jaar gevangenisstraf achter de rug voor het printen van blenders, geneesmiddelen, laptops en designhoeden.” Maar haar vader antwoordt dat het een zaak is die het waard is om voor in het gevang te komen. „Lanie, ik ga meer printers printen. Veel meer printers. Voor iedereen één.”

De essentie van Doctorows verhaal is dat 3D-printen zou kunnen leiden tot andere productieprocessen waarin de gebruiker thuis bepaalt wat hij wil hebben. En hij kan artikelen, waar auteursrecht op zit, naar eigen inzicht kan aanpassen. Is 3D-printen wellicht het volgende Napster – het inmiddels illegale downloadprogramma op internet? Digitale bestanden, ook van objecten in 3D, zijn immers makkelijk te delen om vervolgens uit te printen, te verbeteren en weer te delen.

Een paar maanden geleden maakte ingenieur Ulrich Schwanitz een ‘Penrose triangle’, een tweedimensionaal voorwerp dat ons oog interpreteert als een 3D-object. Schwanitz vertaalde deze optische illusie naar drie dimensies en zette het te koop voor 70 dollar op Shapeways, een bedrijf dat 3D geprinte voorwerpen aanbiedt (zoals de strandbeesten van Jansen). Na een paar weken maakte 3D-ontwerper Artur Tchoukanov een vergelijkbaar object dat hij beschikbaar stelde via Thingiverse, een opensourcedatabase voor 3D-objecten. Er rezen vragen over het auteursrecht. Betreft dat de 3D-file, het idee van de vorm of het uitgeprinte beeld? En wat houdt het intellectueel eigendom nog in? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als er een ontwerp van Marcel Wanders of Atelier Ted Noten, omgezet in een 3D-printbestand, gratis wordt verspreid zodat iedereen die over een printer beschikt het kan namaken?

Auteursrecht en internetvrijheid staan op gespannen voet, en die strijd raakt direct de praktijk en de toekomst van het 3D-printen. Schwanitz liet eerst zijn ‘originele’ ontwerp verwijderen, maar gaf het uiteindelijk, onder druk van de internetgemeenschap, toch vrij.

De expositie ‘Another Dimension’ in CBK Rotterdam sluit 2/10 af met een debat over de toekomst van 3D-printen. Inl.: cbk.rotterdam.nl