Het poepdrama is terug

Met het bizarre fecaliëndrama ‘De Presidentes’ boekte Theu Boermans achttien jaar geleden groot succes. Nu is die voorstelling terug, en is er bovendien een Friese versie.

erner Schwab gaf de poep een podium. In De Presidentes (1991), een van de vier zogeheten Faecaliëndrama’s, gaat het non-stop over stront. De simpele Marietje schept erin op over hoe handig zij verstopte toiletten ontstopt, uit principe met haar blote handen. De aardse Greet gebruikt vaak en gretig het woord stronthoop. Maar ook de preutse Erna komt steeds weer op het onderwerp, al spreekt zij liever over ‘een hoopje’, of ‘een stoelgang’. Schwab laat zijn personages, gezeten aan de keukentafel, even makkelijk over die stoelgang praten als over hun geloof. Dat was een ontheiliging, niet alleen van religie, maar ook van het theater. Want hoe verheven is nog het koningsdrama, als er ook poepdrama’s zijn? Het was begin jaren negentig, en Schwabs nihilisme was een openbaring en een verademing: Inderdaad! Alles is enkel stront! Zoiets.

Regisseur Theu Boermans ontdekte de inktzwarte werken van de Oostenrijker voor het Nederlands toneel, en dan vooral wegens de bizarre taal. Schwab (1958-1994) schreef vreemde, gekunstelde zinsconstructies, die tegelijk de inspanning tonen van zijn personages om de wereld beter te begrijpen, en een uiting van hun falen zijn. Ze verzelfstandigen werkwoorden, zetten overal ‘een’ voor (‘een stoelgang’, ‘een geslachtsgemeenschap’), en plakken ergens zo vaak mogelijk ‘-heid’ achter, om het plechtiger te laten klinken. Praten is werk voor hen, ze spannen zich enorm in, maar zeggen intussen niks. In de monumentale vertaling van Tom Kleijn van De Presidentes (1993) klinkt dat ongeveer zo: „Als je een jong mens bent en de wereld stormt binnen met haar geslachtelijkheid in de menselijkheid, dan is het vaak het geslachtelijke, dat het menselijke naar buiten jaagt uit de wereld.”

Boermans bedacht er ook nog een zwaar accent met zachte ‘g’ bij. Hij voerde de vier drama’s in 1993 en ’94 achter elkaar op, met groot succes. Anneke Blok won een Theo d’Or voor haar vertolking van Marietje.

Nu zijn ‘De Presidentes’ terug. En niet alleen die van Boermans, met Myranda Jongeling (Greet), Marisa van Eyle (Erna) en Anneke Blok, ergens onder de rivieren, maar ook bij Tryater in Friesland. In dezelfde week herneemt Boermans met enkele aanpassingen zijn succesversie van toen en maakt regisseur Jos van Kan een eigen nieuwe enscenering, die straks in het Fries in theaters en dorpshuizen in Friesland speelt. ‘In ferkear’, klinkt het dan, in de vertaling van Bouke Oldenhof. En: ekskreminten, hoopke, strontbult of skite.

Na achttien jaar zitten ze nu weer in dezelfde constellatie bij elkaar. Toen eind twintig, begin dertig, nu in de vijftig. Jongeling voor de kijkers links, wijdbeens, onderuitgezakt, haar lichaam stevig in de stoel geplant. Van Eyle rechts, alsof ze elk moment op kan springen: knieën tegen elkaar, rug recht, de billen aangespannen. In het midden Anneke Blok, het hoofd onder de tafel, eindeloos op zoek naar een verdwaalde knoop. En op de eerste rij Theu Boermans, die zin voor zin met hen de tekst doorneemt. „Haal de blijdschap er daar even uit”, zegt hij. “Wégpoetsen, dáár ligt de nadruk!” „Kom op, eroverheen, zo sluipt het eerste conflict erin.”

Want conflictueus, dat is De Presidentes zeker. Het gaat over ontevreden, verongelijkte vrouwen die van het leven (of, ‘de voorzienigheid’, volgens Greet) niet krijgen wat ze vinden dat ze verdienen. Ze zijn gescheiden of weduwe, hun kinderen zijn van hen vervreemd, en natuurlijk is dat verder niet hún schuld. In de tekst staan terloops de gruwelijkste dingen over de kinderen: misbruik, psychoses, zelfhaat en alcoholisme. De zoon van Erna neemt wraak door haar geen kleinkind te gunnen. Hij stuurt haar kaarten waarop hij schrijft weer ‘een geslachtsgemeenschap’ te hebben geweigerd – dat zou tenslotte zomaar een kleinkind kunnen veroorzaken. Nou, jij krijgt tenminste nog af en toe een geslachtsgemeenschapskaart, bitst Greet.

Het recht op geluk

Na al die tijd zijn de actrices niet anders over hun personages gaan denken, zeggen ze. Marisa van Eyle: „Daar is het stuk ook vrij dwingend in. De personages of waar ze voor staan, dat is in al die tijd niet veranderd.” Maar hun positie in de maatschappij is dat intussen wel: de boze, verongelijkte ‘gewone man’ (of vrouw) is nu alomtegenwoordig. Dat geeft het stuk een nieuwe, actuele relevantie.

„Heel erg van nu”, zegt Myranda Jongeling, „is het idee van het recht op geluk. Dat aspect krijgt in deze herneming een groter belang. Want het idee dat je recht hebt op geluk, maakt de ontevredenheid groter als het niet lukt.” Marisa van Eyle: „En als het niet lukt, is het altijd de schuld van de anderen. Want ze nemen niet zelf de verantwoordelijkheid. Het gaat ook over laffigheid, want ze ondernemen niks, maar vluchten in de fantasie, wat mensen nu doen met een dvd-box op de bank.”

Die groteske fantasiescène is een bizar hoogtepunt van het stuk. Hier buitelen de dames over elkaar in hun buitenissige wensdromen. Marietje fantaseert voor zichzelf een hele reeks verstopte plees, alwaar cadeautjes uit opduiken wanneer zij erin graaft. Zo vist ze een blik Hongaarse goulash op: „Dat had Marietje nog nooit meegemaakt, een pleeverstopping die je op kunt eten.” Greet en Erna draaien tegelijkertijd volledig door in hun verhitte liefdesfantasieën. Erna over de Poolse slager Ratzinger, wegzwijmelend bij de gedachte aan voor altijd gratis leverkaas, en Greet over de brutale tubaspeler Freddy, die direct na hun ontmoeting zijn stevige wijsvinger in haar achterste plant. Als Marietje het gezwijmel uiteindelijk zat is en de twee hypocriete fantasten op de harde werkelijkheid wijst, moet zij dat met de dood bekopen.

De ontevredenheid van de vrouwen is precies de reden dat Jos van Kan bij Tryater juist nu De Presidentes wilde doen. „Het gaat over woede, en dat is een actueel thema; ontzettend veel mensen zijn boos.” Schwab legt volgens Van Kan een loep op menselijk gedrag: hoe we naar elkaar kijken, wat we van elkaar weten, of we elkaar wel echt willen ontmoeten. „Welk beeld hebben we van de ander? Kunnen we dat in onze kwaadheid nog wel goed zien? En kunnen we nog tot communicatie komen?” Naast het onmiskenbare nihilisme schuilt daarin uiteindelijk de hoop, volgens Van Kan. „We kijken toch naar hun pogingen tot communicatie, hoe onmachtig ook. Het gaat ook over het verlangen naar contact, en vriendschap.”

Van Kan (1962) zag Boermans’ voorstelling nooit. Hij las wel Schwabs tektst toen die verscheen. „Dat was een sensatie, dat mocht je niet missen.” Hij erkent dat de betekenis van het stuk in de afgelopen twintig jaar wel is veranderd. „Het gelijkschakelen van religie aan uitwerpselen was toen op toneel nog nooit vertoond. Persoonlijk heb ik niet zoveel met alleen dat zwarte nihilisme: van de wereld is stront en de mensheid is tot niets in staat. Wie zit er nog op die mededeling te wachten? Die vernieuwing die dat toen had, die is er niet meer. Maar er zit veel méér in die tekst. Door de fantasieën van die vrouwen leer je toch ook hun verlangens kennen. Ik hoop dat ik daar iets van op de planken kan krijgen.”

Opstapje voor eigen leed

In Boermans’ versie moet ook wel het een en ander anders dan toen. Schwab dicteerde in zijn Presidentes een experimentele theatervorm, waarbij de hoofdpersonen uiteindelijk in de zaal plaatsnemen om naar een lawaaiige, geperverteerde versie van zichzelf, gespeeld door andere acteurs, op toneel te kijken. In Boermans’ enscenering liep het stuk dan ook niet af; het publiek moest op zeker moment uit zichzelf maar vertrekken, of werd uiteindelijk door de technici de zaal uit geveegd. Die wending blijft in de ‘remake’ achterwege. Want, zo stellen de actrices, ook die vormvernieuwing is intussen wel passé. Leuk; mogen ze nu eindelijk eens buigen.

Maar nog altijd actueel zijn wel de menselijke mechanismen waar het over gaat, zegt Van Eyle. Hoe de ene vrouw de ander gebruikt als opstapje voor een verhaal over haar eigen leed. Die thematiek voelt nu anders, volgens Anneke Blok. „Destijds waren we ontzettend gefocust op die taal, om die bizar geconstrueerde zinnen goed uit onze mond te krijgen. Theu heeft dat er toen heel strak in geregisseerd, zodat we het nu vrij makkelijk terug kunnen halen.” „Alsof je taalrijtjes van school weer opzegt”, vult Jongeling aan. Of, zegt Van Eyle, als zo’n zeefje in een pot cornichons waarmee je alles weer naar boven haalt.

Nu de tekst vanzelf vloeit en daar minder op gestudeerd hoeft te worden, is er voor hen meer ruimte voor emoties. „We waren toen vooral bezig die taalschoteltjes in de lucht te houden”, aldus Van Eyle. „Het ging alsmaar over taal, tempo, ritme, energie, melodie. Nu dat minder speelt, kunnen we een beweging van buiten naar binnen maken. Plus: er is achttien jaar levenservaring over heen gekomen.” Dat manifesteert zich volgens Blok vooral in het kunnen navoelen van het leed van de vrouwen. „Alles wat er gezegd wordt heeft veel meer lading: je neemt eigen ervaringen mee, je hebt er andere beelden bij. Dat konden we toen wel spelen, maar het voelt nu toch echt anders.” Myranda Jongeling: „Het is alsof we nu pas toekomen aan wat er werkelijk met die vrouwen aan de hand is.”

Gastarbeider wordt allochtoon

Jos van Kan heeft er in zijn Friestalige versie minder last van, maar bij een stuk over een ontevreden onderklasse, gespeeld met een zachte ‘g’, denk je tegenwoordig toch meteen: Limburg, Venlo, PVV. Boermans en zijn actrices bedachten het taaltje, in werkelijkheid een mengeling van accenten, er destijds bij om de religiositeit van de vrouwen te benadrukken. Maar zijn actrices hebben niet het gevoel PVV-stemmers te spelen, al werd het woord gastarbeider in de tekst vervangen door ‘allochtoon’ – omdat ‘gastarbeider’ nu een gedateerd begrip is. Jongeling: „Natuurlijk, zo’n associatie komt zijdelings mee. Maar volgens mij gaat het niet over een bepaalde bevolkingsgroep. Het gaat over de treurige beperkingen van de geest. Je denkt: als je fantaseert ben je vrij, maar daarin blijk je net zo goed vast te zitten aan je eigen biografie. De geest is net zo’n gevangenis als het lichaam.”

Wel ontdekten ze een andere, onverwachte actuele parallel. Anneke Blok: „Marietje prikt hardhandig die fantasieën van Greet en Erna door. Zij ontstopt wc’s, maar haalt ook figuurlijk de stront naar boven. Dat kunnen die twee niet accepteren, en dus moet Marietje dood.” Ergo: de waarheid moet dood. „Ze willen geen spiegel voorgehouden krijgen. Dat is onaangenaam, confronterend, en dus moet het weg. Tja, dan kom je toch uit bij de kunst.”

Van Kan trof in de tekst nog iets anders verrassends aan: een verdediging van religie, toch paradoxaal bij de anti-religieuze Schwab. Maar dat is wat de tijd kan doen. „Ik denk dat het wegvallen van geloof deels de huidige verongelijktheid verklaart. Zonder geloof is lijden zinloos. Dan krijg je dat gevoel van: waarom overkomt mij dit? Waar heb ik dat aan verdiend? En vooral: wiens schuld is het?”

Voor Van Kan gaat zijn Presidentes zeker óók over PVV’ers; „Ik hoop dat ze komen. Ik maak een voorstelling voor Friezen, daar zullen ook PVV-stemmers onder zijn.” Maar het gaat hem niet alleen om de boosheid van PVV’ers, maar net zo goed om die onder kunstenaars. „Heel veel mensen zijn momenteel boos.” En hoewel het stuk nadrukkelijk in een lager sociaal milieu is gesitueerd, weet Van Kan: „Die woede en de argwaan jegens de ander, dat komt in alle klassen voor.” Hem gaat het erom die woede een podium te geven, er als het ware een röntgenfoto van te maken. „Ik wil onderzoeken wat er onder die kwaadheid zit. Woede is een uiting van niet-willen, maar vaak zit daar juist een wel-willen onder: een gefnuikt verlangen, een wens, een droom, dat zit ook in die tekst, en daar wil ik aandacht aan geven.”

Die thematiek te combineren met een heleboel ‘skiten’, is volgens Van Kan helemaal niet raar. „Mensen lachen niet voor niets om poep- en piesgrappen. Het is gek om het daarover te hebben; we voelen er gêne bij, en dus is het grappig. Dit stuk gaat over een heel bittere, kwade wereld, waar het publiek bij moet zien te komen. De humor werkt als breekijzer. Nee, ik denk niet dat de onsmakelijkheden zullen choqueren. Het publiek zal er allereerst plezier aan beleven.”

‘De Presidentes’ bij Het Derde Bedrijf. Première 4/10, inl. hetderdebedrijf.nl. ‘De Presidintes’ bij Tryater, première 7/10. inl. tryater.nl