Geef startershulp aan alle creatieven

Het kabinet wil steun aan beginnende kunstenaars afschaffen. Vandaag praat de Kamer daarover.

Goedkoper en slimmer is juist: verruim die regeling.

Het kabinet zegt in het regeerakkoord dat het versterken van de innovatiekracht van ons land cruciaal is voor de economische ontwikkeling. Juist daarom is het een goed idee om de sociale regeling die wij nu kennen als de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) uit te breiden naar álle startende creatieve ondernemers.

De wet, die het kabinet wil afschaffen, is een succesvolle regeling die cultureel ondernemerschap stimuleert. Gedurende 48 maanden krijgen deelnemers een springplank naar een succesvolle creatieve beroepspraktijk, waarvan ze overigens gemiddeld niet langer dan twee jaar gebruik maken.

Op welke pijlers rust dit succes? In de eerste plaats worden de deelnemers gedwongen om hun productie elk jaar te verhogen. Daarbij moeten zij om in de regeling te kunnen blijven, jaarlijks een stijgend inkomen realiseren. Ook moeten de deelnemers zodra zij genoeg verdienen, de regeling verlaten. De stimulans om als zelfstandige te slagen zit dus in de regeling ingebakken. Het succes is tevens af te meten aan het percentage kunstenaars dat na beëindiging van de regeling economisch zelfstandig is: maar liefst 94 procent!

In de tweede plaats is de regeling goedkoper dan de bijstand. Deze bedraagt circa 70 procent van de bijstandsuitkering. Dat is lager dan het sociaal minimum, maar daar staat tegenover dat de beginnende ondernemer niet hoeft te solliciteren. Bovendien mag hij zijn uitkering met eigen inkomsten aanvullen tot 125 procent van het geldende bijstandsniveau.

Duidelijke voordelen dus en het werkt. Daarom pleiten wij ervoor om de regeling uit te breiden naar beginnende creatieven zonder een erkende kunst- of bouwkunstopleiding, zoals softwareontwikkelaars, reclamemakers, wetenschappers, ingenieurs, redacteuren, analisten, trendwatchers en opiniemakers.

De overheid kan deze starters helpen door hun de volgende keuze te geven: ofwel de weg van de ‘normale’ bijstand (de WWB), met een uitkering op het sociaal minimum en de plicht om te solliciteren. Of kiezen voor de (via een kleine hervorming van de WWIK tot stand te brengen) Wet Stimulering Creatief Ondernemerschap (WSCO) die helpt om creatief ondernemer te worden.

Dat is een mooi alternatief en past uitstekend in het kabinetsbeleid. Bovendien kan het met enkele eenvoudige aanpassingen. En het kost geen extra geld. Sterker, het levert de regering juist geld op, niet onbelangrijk, in tijden van bezuinigingen.

Willem van der Schoot is voorzitter Raad van Toezicht Cultuur-Ondernemen; Jo Houben directeur Cultuur-Ondernemen.