Een magneet voor Oost-Europeanen

De Nederlandse overheid heeft sinds 2004 nooit vat gekregen op de instroom van arbeiders uit Oost-Europa. Een onderzoek van de Tweede Kamer waarschuwt nu voor een nieuwe golf.

Nederland, Rijsbergen, 27-07-2009 Seizoensarbeiders op de aardbeienboerderij van Toon en Nettie van den Berg. De teler heeft huisvesting voor 80 tijdelijke krachten op zijn erf gebouwd. Op dit moment werken er 75 mensen, van wie de helft uit Polen en de andere helft uit Litouwen. De groep uit Litouwen bestaat voor driekwart uit studenten. Student uit Litouwen eten tussen de middag pasta op zijn kamer. Foto: Joyce van Belkom
Nederland, Rijsbergen, 27-07-2009 Seizoensarbeiders op de aardbeienboerderij van Toon en Nettie van den Berg. De teler heeft huisvesting voor 80 tijdelijke krachten op zijn erf gebouwd. Op dit moment werken er 75 mensen, van wie de helft uit Polen en de andere helft uit Litouwen. De groep uit Litouwen bestaat voor driekwart uit studenten. Student uit Litouwen eten tussen de middag pasta op zijn kamer. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Iedere minister van Sociale Zaken loopt er sinds 2004 tegenaan. De magnetische aantrekkingskracht tussen Nederlandse bedrijven en Oost-Europese werknemers. De tuinders in het Westland, West-Brabant en Limburg zijn dol op de goedkope en gemotiveerde werknemers uit Polen, Tsjechië, Litouwen of Hongarije. De Oost-Europeanen komen graag, want ze verdienen meer dan in hun eigen land. Zelfs als ze minder betaald krijgen dan het minimumloon, zullen ze niet snel spreken over uitbuiting.

De lijst met misstanden rond de honderdduizenden Oost-Europeanen die in Nederland werken, is lang, zo constateert de Tijdelijke commissie Lessen uit recente Arbeidsmigratie, de onderzoekscommissie van de Tweede Kamer onder leiding van Ger Koopmans (CDA), die vandaag haar bevindingen naar buiten bracht.

Bedrijven betalen hun Oost-Europese personeel onder het minimumloon, ze houden onredelijk hoge huisvestingskosten in, ze innen boetes voor het niet buitenzetten van de vuilnis van het huis waar hun werkgever ze laat verblijven. Grote boosdoener volgens de commissie zijn de vijf- tot zesduizend malafide uitzendbureaus, die rechtstreeks in Oost-Europa personeel werven.

De overheid heeft nauwelijks vat gehad op de onverwacht grote toestroom van Oost-Europeanen sinds 2004. Toen traden acht landen toe tot de Unie. Telkens werden kabinetten door de omvang verrast. De eerste schattingen in 2004 gingen bijvoorbeeld uit van 15.000 migranten per jaar. Het bleken er al snel 75.000 te zijn. Nog steeds weet de overheid niet hoeveel Oost-Europeanen in Nederland werken. Nu zijn er hier minimaal 200.000 Oost-Europeanen.

Als het kabinet vanaf begin 2012 vrij verkeer van werknemers toestaat, dan zullen tussen de 1.000 en 20.000 Roemenen en Bulgaren per jaar in Nederland komen werken, stelt de commissie op basis van berekeningen van het Centraal Planbureau. Op de lange termijn is de groei niet te voorspellen.

Het kabinet moet dit najaar beslissen om de grenzen open te gooien of tot 2014 dicht te houden. In het regeerakkoord spraken CDA en VVD af tot 2014 geen vrij verkeer toe te staan. Het bedrijfsleven is helder. „Wij zijn voor vrij verkeer van werknemers”, zegt een woordvoerder van ZLTO, de organisatie van land- en tuinbouw in Zuid-Nederland.

Voor een nieuwe grote toestroom is Nederland niet klaar, concludeert Ger Koopmans. De grote toestroom zorgt nu al voor teveel problemen. Ongeveer de helft van de Oost-Europeanen registreert zich niet bij de gemeente. Daardoor kunnen gemeenten geen belastingen innen, maar ontvangen de Oost-Europeanen ook bijvoorbeeld geen huurtoeslag. Ook blijken de Oost-Europese werknemers vaak niet verzekerd tegen ziekte. In de vier grote steden groeien de zorgen dat Oost-Europeanen een steeds groter beroep zullen doen op de sociale zekerheid en andere sociale voorzieningen. Dat beroep is nu nog laag, maar het stijgt wel.

Oost-Europeanen zijn zo goedkoop en aantrekkelijk dat het geen wonder is dat het tot nu toe geen minister lukte om Nederlandse uitkeringsgerechtigden aan banen te helpen in de kassen, op de velden en in de fruitboomgaarden. Daartoe is sinds 2004 het ene na het andere project opgestart. Ook Henk Kamp (VVD), minister van Sociale Zaken, schreef het dit voorjaar weer in een brief aan de Tweede Kamer: „Het is voor het kabinet onacceptabel dat in ons land honderdduizenden mensen die kunnen werken een uitkering krijgen, terwijl steeds meer arbeidsmigranten worden aangetrokken."

Kamp spreekt van oneerlijke concurrentie. Niet alleen voor bedrijven die wel netjes het minimumloon betalen, maar ook voor Nederlandse werkzoekenden. Zij kunnen niet concurreren met Oost-Europeanen die zich voor minder geld aanbieden dan het minimumloon. De commissie liet SEO Economisch Onderzoek uitpluizen in hoeverre Oost-Europeanen banen inpikken van Nederlanders. Die verdringing valt mee, concludeert het wetenschappelijke onderzoeksbureau, maar in sommige sectoren niet: de transport- en bouwsector. Daar worden mensen wel uit hun banen gedrukt door goedkopere Oost-Europeanen.

Kamp maakte het sinds begin dit jaar moeilijker voor bedrijven om Roemenen en Bulgaren in te huren. Werknemers uit die landen mogen pas in 2014 vrij in Nederland werken. Tot die tijd hebben ze een zogenoemde tewerkstellingsvergunning nodig, die uitkeringsinstantie UWV alleen toekent als bedrijven aantonen geen personeel te kunnen vinden in Nederland of uit de acht Oost-Europese landen die sinds 2007 wel vrij mogen werken. Kamp vond dat de tewerkstellingsvergunningen te makkelijk werden afgegeven. Vooral tuinders in West-Brabant werkten al jaren met deze Roemenen en Bulgaren. Niet alleen de tuinders protesteerden, ook de Tweede Kamer. Kamp veranderde de regels van het spel midden in het seizoen.

Bedrijven konden hier niet op anticiperen en zaten met een probleem. Ook de regeringsfracties van CDA en VVD ondertekenden een motie voor meer uitstel.