De Uitspraak: Moet de registratie van een kleine schuld altijd grote gevolgen hebben?

Moet een consument die een kleine schuld niet voldoet altijd centraal worden geregistreerd, zodat ook hypotheekleningen kunnen worden geweigerd? Met commentaar van NJB redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg, NJB medewerker Hester de Vries, advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam en NJB medewerker Gerrit Jan Zwenne, advocaat bij Bird en

Moet een consument die een kleine schuld niet voldoet altijd centraal worden geregistreerd, zodat ook hypotheekleningen kunnen worden geweigerd?
Met commentaar van NJB redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg, NJB medewerker Hester de Vries, advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam en NJB medewerker Gerrit Jan Zwenne, advocaat bij Bird en Bird in Den Haag en verbonden aan eLaw@Leiden, het onderzoekscentrum voor recht in de informatiemaatschappij.
De Zaak. Een consument heeft een schuld van 315,18 euro bij een creditcard maatschappij. Het bedrijf, Comfort Card, eist dit bedrag na enige tijd op, omdat het de maandelijkse termijnen van 20 euro niet meer ontvangt. De consument wordt per brief eraan herinnerd dat bij drie termijnen achterstand een vermelding bij het Bureau Kredietregistratie (BKR) volgt. De consument wordt nog een paar keer schriftelijk gesommeerd om te betalen. Maar die brieven komen niet aan, wegens verhuizing. De creditcard maatschappij draagt de vordering over aan een incassobureau. Die traceert na een jaar de klant, schakelt een deurwaarder in waarna de klant betaalt. Maar de registratie bij BKR blijft staan. Daardoor wordt de consument later door een andere bank een hypothecaire lening geweigerd. En dat vindt deze burger niet eerlijk.
  
Wat eist de consument? Die doet een beroep op de wet bescherming persoonsgegevens. Hij wil geschrapt worden uit het BKR en vindt eigenlijk dat hij daar nooit in vermeld had mogen worden.
  
Wat brengt het bedrijf daar tegen in? Die zegt netjes volgens de wet te hebben gehandeld. De wet zou het bedrijf namelijk verplichten om een betalingsachterstand en de hoogte van dat krediet te melden. Ongeachte de omvang. Het is bovendien ondoenlijk om onderscheid te gaan maken tussen wanbetalers en beslissingen op maat te gaan nemen. Verder geeft iedere klant toestemming voor een registratie bij het BKR, als het zo ver mocht komen.
  

 

 

Wat zegt de rechter? De rechtbank, het gerechtshof én de Hoge Raad bogen zich hierover. De rechtbank en het gerechtshof geven de consument voluit gelijk. Het gerechtshof vindt dat de creditcardmaatschappij zijn ex-klant niet had bij het BKR had mogen laten registreren. Het bedrag is daarvoor te laag en de klant betaalde jarenlang trouw. En toen de consument reclameerde had het bedrijf alsnog de registratie ongedaan moeten maken. 
 De Hoge Raad is het met de lagere rechters zeer eens. Toen de consument klaagde over de registratie had het bedrijf een nieuwe afweging moeten maken en de registratie moeten intrekken. Dat de klant ooit toestemming gaf voor een registratie mag nu niet tegen hem worden gebruikt. Toestemming is ‘in het algemeen’ bedoeld, maar ontslaat in een concreet geval een bedrijf niet van een nieuwe belangenafweging. Ook het beroep op de wettelijke plicht om betalingsachterstanden te laten melden door bedrijven als Comfort Card verwerpt de hoogste rechter. Zo’n plicht rechtvaardigt ‘niet iedere’ registratie van een wanbetaler. Bedrijven moeten dus steeds controleren of vermelding bij het BKR in concreto wel noodzakelijk is.
De Hoge Raad bevestigt daarmee dat in klantrelaties proportionaliteit en subsidiariteit bepalend moeten zijn. Inbreuk op de belangen van de klant mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met registratie wordt gediend. En dat doel moet in redelijkheid niet op een andere, voor de klant minder nadelige, wijze kunnen worden gerealiseerd.
 
Lees hier het arrest van de Hoge Raad (LJ BQ 8097).
  
 Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding verplicht.