Blijf nou maar niet tussen de lijntjes

Nice. Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporaine, zo heet hier het museum aan, inderdaad, de Promenade des Arts. Het houdt het onbekommerd op de kunst die sinds de jaren vijftig ontstond aan de Côte d’Azur. De tentoonstelling van dit najaar heet La couleur en avant. Kleur voorop.

Nou zeg. Hoezo, kleur voorop? Kleur in de kunst, dat is een gevalletje van nogal wiedes, geen thema voor een tentoonstelling. Ik keer me om. Op het terras van het museum staat een vrolijke draak van pop-artkunstenares Niki de Saint Phalle. Ze heeft haar (dit is beslist geen hem) ingelegd met spiegelscherven. Daardoor versmelt het gevaarte met hemel en aarde en met Nice. Zelf doet ze niet aan kleuren, realiseer ik me, die neemt ze over. Uit haar muil komen geen vlammen, maar water – kleurloos. Ik ken dit monster langer. Desondanks valt me haar kleurloosheid nu pas op. Dat komt door dat omineuze La couleur en avant.

Toch maar even naar binnen. Een gang als een buis leidt naar de tentoonstelling. De buis werkt als een caleidoscoop want in het verschiet zie ik, links en rechts, de helften van twee doeken van Ellsworth Kelly: grote vlakken in primaire kleuren (uit 1952 en uit 1963). Daartussen, zo’n twee meter dieper, hangen een stuk of wat kleinere schilderijen van Yves Klein (halverwege de jaren 50). Elke rechthoek draagt één kleur. Ik onderscheid Kleins spreekwoordelijke blauw. Ik zie ook zijn onderschatte ouwelijk-roze. Ik stap de caleidoscoop binnen.

Kleur is helemaal niet nogal wiedes, krijg ik te verstaan. Ik laat me dwingen kleur niet te zien als deel van het geheel van een schilderij, tekening of sculptuur, maar als te ontketenen kracht. En doe je dat, dan zie je vreemde dingen. Zaal na zaal schuift kleur over me heen. Stuift mijn hersens binnen. Knijpt in mijn hart of het mijn kont is.

Ik bedoel, wat een opwekkende tentoonstelling is dit. Kleur is rekbaar. Kijk naar Ciel et mer (Nicholas de Staël, 1954). Onder De Staëls penselen lopen de blauwen zo in elkaar over dat je niet kunt aanwijzen waar de hemel ophoudt en de zee begint.

Kleur is een dwingeland. Op een aquarel van Fernand Léger trekken banen kleur zich niets aan van de zwarte omtrekken van de figuren op zijn La partie de campagne (1953). Niettemin bepalen ze het humeur van het werk.

Kleur wil gemorst worden. Op Alias van Cedric Tesseire (2000) vermengen saaie verticale strepen zich onderaan het schilderij tot dikke klodders. Niet saai. Onvoorspelbaar. Mooi zo.

Kleur gedijt bij drama. Nicky de Saint Phalle loste geweerschoten op haar doeken. Zo verloste ze de kleuren uit de tubes erachter, met druipende wonden.

Bij een meters hoog en breed rood vlak met witte graffitiletters (Détenus de l’intérieur) loop ik bijna tegen een jonge vrouw op. Ze heeft zichzelf gestyled zoals meiden dat zo goed kunnen. Peroxideblond. Zwartgerande bril. Welgemikte piercings in neus en lipgloss-roze onderlip. Zwart topje met herfstblad-motieven. Grote leren short: cognac. Zeegroene benen. Ze is een verzameling kleurvlakken. En ze merkt dat ik naar haar staar. Ik complimenteer haar met haar outfit. Ze kleurt rood.

Als kind leerden we dat kleuren aan regels gebonden zijn en dat wij ze tot gehoorzaamheid moesten dwingen: een dak is rood, gras is groen, een muur is wit of bruin. En denk erom, blijf tussen de lijntjes.

Kunstenaars gaan over de lijntjes heen. Wat heet, ze provoceren de lijntjes. Als je kleur de gelegenheid geeft, neemt kleur de zaak over, leerden ze van Matisse, de peetvader van de Côte d’Azur. Ik zie in zijn gekleurde krullen het genoegen van bloemblaadjes. Of is het de lol van papegaaiensnavels? Dondert niet, het gaat om het roze, het duivenveerblauw, het vanillegeel.

Kleur is geduldig, leerde Matisse. Kleur is ongeduldig, vonden de kunstenaars die na hem kwamen. Kleur is arbitrair, besloot de volgende generatie.

Kleur verraadt geheimen, op Jacqueline Gainons Dimanche (2006). Een kind van een jaar of tien hangt in haar feestjurk op de hoek van een sofa. Lieftallig? Het doek dreigt met volslagen rood. Een kwestie van tijd, dan zal ze met knetterende vloek de zondagsrust van haar ouders verstoren en de kinderrevolutie kraaien. Bandiera rossa!

Joyce Roodnat