Beroepsgeheim in noodgeval niet heilig

De behandelaars van Tristan van der V., de dader van het schietdrama in Alphen aan den Rijn, hadden hun beroepsgeheim moeten schenden. Want ze waren gewaarschuwd.

Nederland, UTRECHT, 11 april 2006. Interieur Flevo Future, Rijks TBS-inrichting (voorheen Dr. F.S. Meijerskliniek). Flevo Future is een forensisch psychiatrisch behandelcentrum, een TBS kliniek, waar patiënten worden behandeld die op basis van een strafrechtelijke veroordeling een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging opgelegd hebben gekregen. Het gaat hierbij om patiënten met complexe psychische stoornissen die ernstige delicten hebben gepleegd. Interieur separeercel (isolatiecel). Lichtgroen geverfde wanden zonder scherpe hoeken, tl-licht (=groen), met kunststof overtrokken matras, roestvrij stalen toiletpot. Boven de toiletpot: kijkglas waarachter een camera, cameratoezicht. Foto: Co de Kruijf/HH
Nederland, UTRECHT, 11 april 2006. Interieur Flevo Future, Rijks TBS-inrichting (voorheen Dr. F.S. Meijerskliniek). Flevo Future is een forensisch psychiatrisch behandelcentrum, een TBS kliniek, waar patiënten worden behandeld die op basis van een strafrechtelijke veroordeling een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging opgelegd hebben gekregen. Het gaat hierbij om patiënten met complexe psychische stoornissen die ernstige delicten hebben gepleegd. Interieur separeercel (isolatiecel). Lichtgroen geverfde wanden zonder scherpe hoeken, tl-licht (=groen), met kunststof overtrokken matras, roestvrij stalen toiletpot. Boven de toiletpot: kijkglas waarachter een camera, cameratoezicht. Foto: Co de Kruijf/HH

Hadden de behandelaars van Tristan van der V. bij de GGZ Rivierduinen in Alphen aan den Rijn hun beroepsgeheim moeten schenden? Zij waren immers door de ouders gewaarschuwd voor zijn fascinatie voor wapens. En ze wisten dat hij in het verleden zelfmoordplannen had.

Die vraag heeft velen beziggehouden sinds de fatale schietpartij in april dit jaar in winkelcentrum de Ridderhof. Want dan waren de zes doden (plus Tristan zelf) en de gewonden misschien niet gevallen.

Vanmorgen kwam het antwoord van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ja, de behandelaars hadden in dit geval hun beroepsgeheim moeten schenden. Ze hebben, zo schrijft de inspectie, te weinig aandacht besteed aan het risico van suïcide en het risico voor derden, als gevolg van eventueel vuurwapenbezit. Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden ze de politie kunnen waarschuwen. In jargon: dan waren ze in conflict gekomen met hun beroepsgeheim. Moet ik de patiënt beschermen of de omgeving? In dat geval bestaan er richtlijnen van de artsenorganisatie KNMG die gevolgd moeten worden. „In het dossier Van der V. zijn geen afwegingen over een ervaren conflict van plichten terug te vinden.”

Het beroepsgeheim is een groot goed, stelt de inspectie. Het zorgt ervoor dat patiënten naar een hulpverlener kunnen gaan zonder dat ze bang hoeven zijn dat naar buiten komt wat er besproken of gedaan is. Maar, stelt de inspectie, er zijn uitzonderingen.

De behandelaars hadden een uitzondering moeten maken na waarschuwingen van de ouders van Tristan. Die maakten zich vanaf 2004 ernstig zorgen over hun zoon. In 2006 werd hij gedwongen opgenomen, omdat hij suïcidaal was. Tijdens die opname hebben de ouders regelmatig hun zorgen over hem bij de hulpverleners van de GGZ geuit. In oktober 2008 bespraken de ouders hun zorgen over het aanvragen van een wapenverlof (een verlof op het verbod op een wapen) door hun zoon met de GGZ-hulpverleners. Maar de hulpverleners zagen vanwege hun beroepsgeheim, onvoldoende mogelijkheden om de politie te informeren. De GGZ-behandelaars waren niet op de hoogte van het latere wapenbezit. Maar daar hadden ze, gezien de waarschuwingen van de ouders, wel navraag bij de ouders of bij Tristan naar kunnen doen. Ook de huisarts hadden ze volgens de inspectie kunnen informeren. Dat dat niet gebeurde, rekent de inspectie de eindverantwoordelijk psychiater aan.

Psychiaters zijn ook maar mensen die weleens fouten maken, zegt René Kahn, hoogleraar psychiatrie en afdelingshoofd bij het academisch ziekenhuis UMC Utrecht. „Een fout maken is niet erg maar er moet wel een degelijke afweging aan vooraf zijn gegaan. Als je informatie van een patiënt krijgt, die duidt op mogelijk gevaar, moet je afwegen of je daar iets mee doet. Of je bijvoorbeeld de politie inschakelt. En dat moet je documenteren. Blijkbaar heeft de inspectie niets van die afweging teruggevonden in het dossier.”

Ook Kahn raadpleegt weleens een collega als hij twijfelt over een patiënt die dreigt dat hij iemand iets ‘aan gaat doen’. „We hebben zelfs weleens de inspectie geraadpleegd. Dat is geen schending van het beroepsgeheim maar een zorgvuldige afweging maken. Na zo’n afweging, kun je alsnog het verkeerde besluit nemen, maar dan heb je er tenminste over nagedacht.”

Na de gedwongen opname in 2006 kwam Tristan in behandeling bij de GGZ. Hij voerde gesprekken en kreeg antipsychotica en antidepressiva. Aanvankelijk bezocht hij de GGZ-behandelaars regelmatig, elke zes weken, vaak was zijn moeder aanwezig bij de gesprekken. Zijn ouders verdiepten zich in de ziekte van hun zoon. De behandeling werd in oktober 2010 uiteindelijk beëindigd. Vooral omdat Tristan er steeds minder zin in had. Hij „neigde naar het afhouden van zijn klachten en problemen”. Hij was gestopt met blowen.

Tristan kon wel contact opnemen met zijn behandelaars als hij dat wilde. Dat heeft hij ook een keer gedaan. Volgens de ouders hadden Tristan en zij wel altijd vertrouwen in de GGZ-behandelaars. De ouders willen, schrijft de inspectie, niet dat er maatregelen tegen bepaalde individuele hulpverleners worden genomen, maar vinden het wel zeer belangrijk dat een dergelijk drama niet meer kan plaatsvinden.

In de twee maanden voorafgaand aan de schietpartij waren er geen signalen die een psychiatrische beoordeling voor eventuele gedwongen opname of behandeling noodzakelijk maakten. Maar bij ernstiger psychiatrische stoornissen, zoals bij Tristan, had de GGZ de behandeling meer in eigen hand moeten nemen. Ze hadden op huisbezoek moeten gaan en vooral meer moeten dóórvragen.

Forensisch psychiater Nils Duits, van het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie, vindt het een goede aanbeveling van de inspectie dat hulpverleners voortaan zelf actief vragen naar wapenbezit bij mogelijk agressieve patiënten. GGZ Rivierduinen gaat beter letten op wapenbezit (of andere gevaarlijke kanten van hun cliënten). Ze zullen bij risicopatiënten de risico’s in het dossier vermelden. En er zal betere afstemming plaatsvinden met de huisarts.