Bankpas afgeven? Dat kan geen kwaad, dacht hij

Justitie in Rotterdam heeft vandaag een aantal ‘geldezels’ gedaagd. Ze leenden hun bankrekening voor digitale bankfraude. Pakkans: 100 procent.

De echte dader, zegt de 19-jarige verdachte uit Den Haag, is niet hijzelf maar ene Jay, een „goedgeklede 23-jarige Afrikaan” die hij ontmoette in grand café Mystery Lounge. Hij was van hem onder de indruk. Jay is groot, droeg broeken van 500 euro, dure riemen, dure schoenen. En hij maakte met iedereen graag een babbeltje.

Maar toen ze elkaar weer eens in het café tegenkwamen, bedreigden Jay en zijn vrienden hem met een mes. Hij moest zijn pinpas en pincode afstaan. Zoveel kan er niet gebeuren, dacht hij nog. „Er staat toch niets op mijn rekening.” Prompt ontving hij daarop 2.500 euro. Via de pinautomaat werd daarvan direct 2.300 euro opgenomen.

Dat hem niets kon gebeuren, bleek een vergissing. De politie pakte hem op in verband met een grote fraudezaak. Met 45 anderen, verdacht van oplichting en witwassen. Een deel van hen, tussen de 14 en 54 jaar, verscheen vandaag in Rotterdam op een zitting waarbij de officier van justitie zelf zaken afhandelt. Geldezels worden ze genoemd, omdat ze hun bankrekening ter beschikking stellen aan oplichters.

Geldezels zijn een groeiend probleem, zegt de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), die hun aantal op ruim 5.000 schat. Twee jaar eerder ging ze nog uit van 2.000. Om het probleem tegen te gaan, is de NVB de campagne Pas op je pas begonnen. Die richt zich op jongeren van 12 tot 18 jaar uit de Randstad.

Vooral zij worden geronseld, weet Jacqueline Bonnes, cybercrime-officier van justitie in Rotterdam. Via kennissen, social media, op scholen, soms zelfs via vacaturesites die een money transfer agent zoeken. Het doel is altijd hetzelfde: de geldezel ontvangt grote bedragen op zijn rekening, neemt die direct op en staat het geld af. Meestal gebeurt dat tegen een kleine vergoeding. Soms onder dwang: sociale dwang, zoals een loverboy zijn slachtoffers onder druk zet. Bonnes heeft het over kwetsbare groepen: „En ze denken inderdaad vaak: wat kan het kwaad, er staat toch niets op mijn rekening.” Maar de pakkans is 100 procent, zegt ze.

In een criminele organisatie staan geldezels helemaal onderaan de ladder. Bovenaan staan de ‘grote jongens’ voor wie ze bedragen opnemen. Dat geld is afhandig gemaakt van rekeninghouders, wier inlogcodes zijn bemachtigd via bijvoorbeeld nep-mailtjes (phishing), zoals in de Rotterdamse fraudezaak, of ‘spionage’-software. Geld dat zo wordt gestolen, kan de dader niet direct naar zijn eigen bankrekening doorsluizen. Dan is hij immers snel te vinden. Dat risico is voor de geldezel.

In de Rotterdamse phishing-fraude, waarbij de 46 geldezels zijn opgepakt, loopt het onderzoek nog naar de grotere bazen. Die kunnen evengoed in Nederland als in Oost-Europa of Afrika zitten.

Onschuldige slachtoffers van phishing krijgen hun geld van de bank terug. Dat leverde Nederlandse banken vorig jaar zo’n 10 miljoen euro schade op, verdeeld over ruim 1.300 fraudegevallen. Om de gemiddelde buit van 7.500 euro te incasseren, schat de NVB, zijn drie geldezels nodig. Ze mogen maar een beperkt bedrag per dag pinnen en kunnen vrij snel worden opgepakt.

De geldezel zelf komt er minder snel vanaf. Hij moet de bank terugbetalen, en krijgt acht jaar lang geen bankrekening.

En dan is er nog het strafrecht. De 19-jarige Hagenaar die deze maand in Rotterdam voorkwam, wist volgens justitie heel goed dat-ie iets deed wat niet mag. Hij krijgt een taakstraf van veertig uur.

„Een gevangenisstraf vinden we toch te zwaar voor dit delict”, zegt Bonnes. „De meeste geldezels hebben nog geen strafblad. We hebben liever dat ze er iets van leren.”