Welke taal spreekt Christus straks?

Dimitri Verhulst is een schrijver van het hart en van het uitzinnige idee. Dit keer ziet hij in zijn verbeelding Christus’ terugkomst op aarde, met alle complexe logistiek van dien. Intussen gaat hij de wrede, onhandige en aandoenlijke mens te lijf.

In den beginne was er het woord en het woord las men, zoals altijd, op internet: ‘Daar stond het, weggemoffeld tussen een bericht over een wereldrecordpoging hotdogs eten en de immer op de voet gevolgde strapatsen van een zangeres. Christus zou naar Brussel komen, de eenentwintigste juli aanstaande, de bron was betrouwbaar doch onbekend, maar dat Hij komen ging was een vaststaand feit, nadere informatie volgde later.’

In twaalf jaar tijd is het oeuvre van Dimitri Verhulst uitgedijd tot twaalf boeken. In dat werk zijn globaal genomen twee lijnen te ontdekken: die van de anekdotische romans, vol tragikomische verhalen over mensen voor wie het leven soms wat snel gaat (De kamer hiernaast, De helaasheid der dingen, Mevrouw Verona daalt de heuvel af, De laatste liefde van mijn moeder) en boeken waarin de schrijver zijn netten breder uitwerpt om iets te zeggen over de maatschappij, soms met journalistieke middelen (Dinsdagland, Problemski hotel), soms door een schijnbaar uitzinnig idee met doodernstige consequentie uit te werken. Zie de personageloze wereldgeschiedenisroman Godverdomse dagen op een godverdomse bol, maar ook de absurdistische toekomstroman De verveling van de keeper (2002).

De intrede van Christus te Brussel hoort in de tweede groep, in veertien statiën beschrijft Verhulst hoe Brussel (en België en Europa) steeds meer in de ban raakt van het bezoek van de allerhoogste. Het geeft hem de gelegenheid om bijtende spot over zijn landgenoten uit te storten, te beginnen in een formidabele openingsscène waarin de lezer vanuit de hemel wordt meegetroond richting Brussel, de stad waar het op dat moment niet regent. Nee, het regent echt niet, herhaalt de verteller zo vaak dat het gaandeweg toch een tikje klam gaat aanvoelen. Brussel is niet voor niets de stad van Pieter Brueghel de Oude, de man die de Toren van Babel schilderen. ‘Voorbij de gevels werd er gebeden, gedroomd, met potten gesmeten en de liefde bedreven in alle mogelijke dialecten uit alle windstreken. Maar op trein, tram of bus waren het idiomen waarin er voornamelijk werd gezwegen.’

U kunt de gehele recensie hier lezen.