Weer op het gemak

Ajax begon gisteravond fel en brutaal aan de wedstrijd, en was zelfs dicht bij de 1-0.

Maar na 20 minuten nam Real Madrid de regie over in het Santiago Bernabéu.

Cristiano Ronaldo viert de openingstreffer van Real Madrid tegen Ajax. Foto Reuters Real Madrid's Cristiano Ronaldo celebrates after scoring against Ajax Amsterdam during their Champions League Group D soccer match at Santiago Bernabeu stadium in Madrid September 27, 2011. REUTERS/Juan Medina (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER PROFILE TPX IMAGES OF THE DAY)
Cristiano Ronaldo viert de openingstreffer van Real Madrid tegen Ajax. Foto Reuters Real Madrid's Cristiano Ronaldo celebrates after scoring against Ajax Amsterdam during their Champions League Group D soccer match at Santiago Bernabeu stadium in Madrid September 27, 2011. REUTERS/Juan Medina (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER PROFILE TPX IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Ajax reisde naar Madrid met de bedoeling niet nog eens figurant te zijn, maar heeft gisteren na een sterk begin een kansloze nederlaag in de Champions League niet kunnen voorkomen. Real Madrid versloeg de club uit Amsterdam met 3-0. Olympique Lyon won met 2-0 van Dinamo Zagreb, waardoor de landskampioen derde staat in groep D.

De goede herinneringen van Ajax aan Santiago Bernabéu dateren van een vorige eeuw. Zo hield Gerrie Mühren op 25 april 1973 de bal even hoog bij een overwinning (1-0) in de Europa Cup I. De oud-prof komt zijn subtiele provocatie nog altijd tegen in internationale lijstjes van mooiste voetbalmomenten.

De huidige Ajaxtrainer Frank de Boer zag op 22 november 1995 geblesseerd hoe zijn ploeggenoten een staande ovatie kregen van de Madrileense supporters, na een zege (2-0) in de Champions League. De ploeg uit Amsterdam moest enkele dagen later in Tokio om de wereldbeker spelen en begon uit voorzorg met enkele reserves. Kranten hadden voorspeld dat onervarenheid Ajax zou opbreken, tot ergernis van de toenmalige trainer Louis van Gaal. „Sorry media, weer niet”, haalde hij na afloop zijn gelijk. „Deze overwinning verbaast mij niets, hoor. Ik had dit wel verwacht.”

Vorig jaar waren de rollen omgedraaid, toen Ajax en Real Madrid elkaar opnieuw troffen in de Champions League. De ploeg uit Amsterdam mocht blij zijn dat het bij een kleine nederlaag (2-0) bleef, met dank aan de intussen vertrokken doelman Maarten Stekelenburg. De hoogstandjes in Santiago Bernabéu waren die septemberavond niet van een Volendammer, maar van een Portugees, Cristiano Ronaldo. Hij maakte tot gisteren in 97 officiële duels voor Real Madrid 94 doelpunten, één voor elke miljoen euro die de Koninklijke in 2009 betaalde aan Manchester United.

De arrogantie komt vandaag de dag ook niet van de Ajax-trainer, maar van de hoofdcoach van Real Madrid, José Mourinho. De Portugees moest de groepswedstrijd van gisteren vanuit de catacomben bekijken. De UEFA schorste hem nadat hij openlijk scheidsrechters van partijdigheid had beticht na de halve finales van de Champions League van vorig seizoen tegen aartsrivaal Barcelona, de latere winnaar.

Aitor Karanka, de assistent van Mourinho, prees in zijn voorbeschouwing de ontwikkeling van het jonge Ajax en stelde een moeilijke wedstrijd te verwachten. Zou de Spaanse oud-prof weten van het bestuurlijke geharrewar bij de club uit Amsterdam, ingegeven door Ajax- en Barcelona-icoon Johan Cruijff? De voormalig wereldvoetballer noemde Real Madrid deze week „één groot vraagteken”, omdat de ploeg de laatste weken superieure wedstrijden koppelt aan matige optredens.

Ajax, dat in dezelfde opstelling begon als bij het gelijkspel zaterdag tegen FC Twente, begon fel in Madrid. De landskampioen joeg brutaal op de speelhelft van de tegenstander op de bal en kreeg al in de eerste minuut een goede mogelijkheid via Derk Boerrigter. Real Madrid, dat verdedigers Fabio Coentrão en Pepe miste, leek even van zijn stuk gebracht, waarna ook Siem de Jong een kans kreeg. Doelman Iker Casillas weerhield de middenvelder van scoren.

Na bijna twintig minuten nam Real Madrid de regie over de wedstrijd over. Karim Benzema kreeg de eerste goede mogelijkheid voor het sterrenelftal, maar schoot naast. Ajax’ middenveld had geen antwoord op de snelle combinaties en na 25 minuten was het alsnog raak. Ronaldo zette de aanval op eigen helft op en scoorde op aangeven van Benzema. De Portugees stond vlak voor rust ook aan de basis van het tweede doelpunt. Geen van de Ajax-verdedigers greep in toen Kaká de bal onhoudbaar voor doelman Kenneth Vermeer in de hoek plaatste.

De sterren van Real Madrid kwamen na rust ontspannen lachend de catacomben uit, maar hadden vier minuten nodig om opnieuw tot scoren te komen. Benzema schoot raak, waarna De Boer ingreep. De trainer voedde met de snelle wissel van Theo Janssen – Eyong Enoh kwam in zijn plaats – de discussie over het functioneren van de middenvelder. De Boer slaagde erin zijn elftal compacter te laten spelen en was in de slotfase nog twee keer dicht bij een treffer, via Jan Vertonghen. Ook omdat Real Madrid gas terugnam, bleef het bij 3-0.