Waarom nou zo veel gemor?

Ieder mens ontwikkelt gewoontes: het scheelt energie als je over simpele handelingen niet hoeft na te denken. Bij verandering moet de prefrontale cortex in de hersenen in actie komen en dat kost letterlijk denkkracht, zegt Bas Verplanken, hoogleraar sociale psychologie aan de University of Bath. „Vandaar dat mensen bij verandering altijd wat morren.” Wordt de nieuwe handeling consequent ingevoerd, dan is de oude snel uit je systeem. Zo moesten weggebruikers in Zweden in 1967 plotseling rechts in plaats van links rijden. „Dat ging meteen goed omdat het overal werd ingevoerd.” Is de aanpassing niet overal van kracht, dan moet je constant blijven nadenken waardoor de nieuwe gewoonte zich niet ontwikkelt, er verwarring ontstaat en mensen gaan klagen. Daarom, zegt Verplanken, is het „desastreus” dat nog niet alle winkels zijn overgegaan op het nieuwe pinnen. Een lastig kenmerk van de Nederlandse overlegcultuur is dat er bij veranderingen, zoals die van ‘gordel om’ of een snelheidslimiet, verwarring ontstaat. „Kijk naar het rookverbod. In het buitenland is er geen enkel gemor: het werd overal direct en streng toegepast. In Nederland is nog steeds onduidelijkheid en blijven we klungelen omdat we uitzonderingen toestonden.”