Waarom moet de archeoloog flink graven?

Hoe komt het dat archeologen vaak flink moeten graven om oude bouwwerken bloot te leggen, wil Hans Jonker uit Bussum weten. Soms wel meters diep. De aarde wordt toch niet dikker?

Naast de Domtoren in Utrecht ligt een vijf meter diepe put waarin senior archeoloog Robert Hoegen twintig eeuwen geschiedenis onderzoekt. „Na ongeveer een meter begint het interessant te worden”, zegt hij. Onder twee lagen bestratingszand komt Hoegen er oude grafkelders tegen. In 1674 raasde een tornado over Utrecht, die het middenschip van de gotische Domkerk verwoestte. De graven die daar onder de vloer lagen, bevinden zich nu op een meter diepte, naast de Domtoren. Onder de eerste meter vindt de archeoloog van de gemeente Utrecht vervolgens middeleeuwse en daarna Romeinse bouwresten. Bijna onderop is een zwarte brandlaag te zien. Die stamt uit 69 na Christus toen de Bataven in opstand kwamen tegen de Romeinen en hun legerkampen afbrandden.

Zo lijkt er met iedere periode weer een grondlaag bij te komen. „Het is hier eigenlijk één groot afvalpakket”, zegt Hoegen. Als bouwwerken vroeger werden afgebroken of instortten werden de funderingen vaak niet uitgegraven. Ook oude bestrating werd niet altijd verwijderd. „Vaak werd de boel geëgaliseerd, net als nu. Soms met afval, waar we dan later ook weer voorwerpen van terugvinden. Daar bovenop werd weer gebouwd.” Voor je bij de juiste ruïne bent, moet je dus door diverse ‘vullagen’ heen. Het gebied rond de Dom behoort dan ook tot de hoogste punten van de stad.

Toch wordt het land op andere plaatsen soms ‘vanzelf’ dikker. Bij Hardinxveld-Giessendam werden in de jaren negentig op zeven meter diepte nederzettingen van jagers-verzamelaars gevonden. Zij leefden zo’n 7.000 jaar geleden in een uitgestrekt moerasgebied waar nu Maas en Rijn stromen. Volgens conservator Luc Amkreutz van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is de bodem er door veengroei en kleiafzetting meters hoger komen te liggen. „Dat kon doordat de grondwaterspiegel er onder invloed van de zee flink steeg.”

Oude voorwerpen worden niet altijd op grote diepte gevonden. In de Brabantse Kempen komen voorwerpen van diezelfde jagers-verzamelaars vaak bloot te liggen als boeren hun akkers omploegen. Nederland is wat dat betreft ruwweg in tweeën te delen. In het westen liggen historische schatten door latere afzetting van veen en klei vaak diep. Elders hoeven archeologen, buiten de stad, veel minder diep te ploegen.

Wilmer Heck