Waar je ook kijkt, overal lekt olie

Olieboringen in het poolgebied worden lucratief, door het warmere klimaat.

Maar de ervaringen in Komi zijn slecht: overal lekt olie de kwetsbare natuur in.

In this Saturday, Sept. 10, 2011 photo an oil spill seen near the town of Usinsk, 1500 km (930 miles) northeast of Moscow, Russia. Komi is one of Russia's largest and oldest oil provinces but ruptures in aging pipelines and leaks from decommissioned oil wells make oil spills in the region routine. (AP Photo/Dmitry Lovetsky)
In this Saturday, Sept. 10, 2011 photo an oil spill seen near the town of Usinsk, 1500 km (930 miles) northeast of Moscow, Russia. Komi is one of Russia's largest and oldest oil provinces but ruptures in aging pipelines and leaks from decommissioned oil wells make oil spills in the region routine. (AP Photo/Dmitry Lovetsky) AP

Met een tak roert Valeri Bratjenkov door een zwartglanzend vet meertje. „Zo is het overal in deze omgeving”, zegt hij, als hij een hap olie oplepelt. „En wanneer hier over twintig jaar de oliereserves op zijn, duurt het zeker een eeuw voordat de natuur is hersteld en er weer voldoende vis in de rivieren zwemt.”

De 63-jarige ingenieur en milieuactivist behoort tot de Komi, een vissersvolk uit de gelijknamige republiek in Noord-Rusland. De olie-industrie, die al tachtig jaar in de omgeving van het stadje Oesinsk actief is, heeft er flink huisgehouden. Vooral de rivieren de Oesa, de Petsjora en de Kolva zijn zwaar verontreinigd.

Vis is er schaars sinds in 1994 100.000 ton olie uit de drastisch verouderde installaties van het bedrijf Komineft in de Kolva lekte, en een milieuramp veroorzaakte die het Guinness Book of Records haalde. „Maar al in 1978 klonterde de olie aan de oevers van de Petsjora”, relativeert Bratjenkov. „Als de vissers door de struiken de wal opklommen, zagen ze helemaal zwart.”

Het lot van het noorden van de Komi-republiek laat zien hoe in enkele decennia tijd de rauwe olie-industrie de natuur heeft vernietigd. Het is precies het scenario dat nu de nabije Noordelijke IJszee te wachten staat, het laatste grote oliereservoir ter wereld. Exxon Mobil en Rosneft gaan binnenkort als eerste offshore naar olie boren in het Russische deel ervan.

Bratjenkov herinnert zich nog goed hoe al in zijn jeugd de visstand in de rivieren daalde en de rendieren wegtrokken, omdat het water en de weidegronden steeds meer verontreinigd raakten. „Het komt allemaal door die oude en verroeste pijpleidingen, die makkelijk breken. Je moet ze eens in de twintig à dertig jaar vervangen en dat gebeurt te weinig.”

Door het nazomerse moeras slentert Ivan Blokov, directeur van Greenpeace Rusland, achter hem aan. Muggen zwermen om hen heen. „In Komi melden de oliemaatschappijen jaarlijks zo’n duizend pijpleidingbreuken”, zegt hij. „En dan zijn er nog heel wat die niet worden gerapporteerd, omdat ze afgelegen liggen.”

Hij wijst op kapotte pijpleidingen, die met metalen ringen zijn gerepareerd. „Om een lek op te sporen, moet de oliemaatschappij eerst een paar gaten in de grond boren, legt zijn collega Roman Dolgov uit. „Vaak hebben ze daar geen zin in. Het geld dat ze mislopen door de olieverspilling is aanzienlijk minder dan de reparatiekosten.”

De Komi merken de vervuiling als de lente aanbreekt en het ijs smelt. „’s Winters zit de gelekte olie vast onder de sneeuw”, zegt Bratjenkov. „Maar als die smelt stroomt de olie naar de rivieren. Alles smaakt dan naar benzine, van de vis tot de bessen.”

Met een waggelend busje rijden we verder over een tweebaansweg van betonplaten, die vol gaten zitten. Duizenden kilometerslange pijpleidingen snijden de bostoendra in parten. Het wemelt er van olieputten, ja-knikkers, opslagcontainers, schoorstenen die gas affakkelen. Hier straalt alles nog een zekere orde uit.

Maar zodra we een zijweggetje inslaan is het anders. Bij een afgesloten olieput van Lukoil loopt vanaf een verroeste afsluiter een zwart spoor een heuveltje af naar een bassin, aangelegd om de ontsnapte olie op te vangen. „Vanaf de grote weg zie je deze plek niet”, zegt Dolgov. „Daardoor denkt Lukoil de pijpbreuk verborgen te kunnen houden. Soms wordt er jarenlang niets aan zo’n plek gedaan.”

Greenpeace heeft op zo’n zestig locaties in Komi schade aan het milieu vastgesteld, aan de hand van satellietbeelden van het bedrijf ScanEx. „Ik heb er dertig op de grond zelf gecheckt”, zegt Greenpeacemedewerker Zjenja Beljakova trots.

Even verderop ligt weer zo’n plek: een stuk vervuilde grond dat met zand is bedekt. Erachter openbaart zich een moeras vol olie. „Het zand is hier een maand geleden heengebracht om de vervuiling te maskeren”, zegt Beljakova. „Terwijl de olie nog vloeibaar is.”

Dat de gezondheidssituatie in de dorpen langs de rivieren beroerd is, blijkt even later in de Komi-nederzetting Oest-Oesa aan de rivier de Oesa. Vroeger woonden hier veertienduizend mensen, nu zijn het er tienduizend minder. Of het door de gevolgen van de olie-industrie komt of door het landelijk verschijnsel van aan alcoholisme, zelfmoord en werkloosheid stervende dorpen, is onduidelijk. Al weten de inwoners zelf heel zeker waaraan ze hun ellende danken: de oliemaatschappijen.

Door de hoofdstraat sjokken paarden. Voor een van de bouwvallige barakken hangen drie stomdronken twintigers rond. Acht gezinnen wonen er bij elkaar op de gang. Waterleidingen, riolering en gasverwarming hebben ze niet. Met melkbussen halen ze hun naar roest smakend drinkwater uit de centrale put. „Iedereen wordt hier ziek door de olievervuiling en het afgefakkelde gas”, zegt de 54-jarige invalide activist Nikolaj Fjodorov. „Sommige kinderen hebben bij hun geboorte al kanker.”

De 52-jarige biologielerares Jekaterina Jetsjkova legt de schuld voor de verontreiniging niet alleen bij de oliemaatschappijen, maar ook bij de incompetente overheid. „We hebben het bestuur van Oesinsk om een speciaal onderzoek gevraagd naar de gevolgen van de olie-industrie voor onze gezondheid”, zegt ze. „Maar ze hebben nooit geantwoord. Daardoor beschikken we niet over statistieken waaruit enige samenhang valt op te maken.”

Toch is Lukoil slechts in beperkte mate verantwoordelijk voor de vervuiling, zeggen anderen. Het jonge bedrijf opereert pas sinds 1999 in Komi, nadat het Komineft had overgenomen. De eerste jaren was Lukoil druk bezig met het opruimen van de gelekte olie uit 1994 en het vervangen van oude pijpleidingen, waarvoor het zelfs is bekroond. „Tegenwoordig gedraagt het zich voorbeeldig”, zegt journalist Anatoli Polkin van de lokale krant Krasnaja Znamja, die eerder felle kritiek op het bedrijf had. „Sinds ze de oude apparatuur hebben vervangen is het aantal olielekken enorm afgenomen. En wanneer er toch olie lekt, dan wordt dat meteen aangepakt.”

Bratjenkov heeft geen vrede met die woorden. „Voor de inwoners van de stad Oesinsk heeft de olie-industrie welvaart en werkgelegenheid gebracht, maar de dorpen hebben er niets aan overgehouden.”