'Tunesië in gevaarlijke fase'

Negen maanden na de revolutie is de democratie in Tunesië in gevaar, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Ahmed Driss. „Als wij problemen krijgen, krijgt u ze ook.”

Een stakende Tunesische politieman toont zijn solidariteit met een soldaat, na een relletje in Tunis. Elke dag zijn er stakingen en protesten. Foto AP A Tunisian police officer, on strike, fraternizes with a soldier guarding the interior ministry following brief scuffles in Tunis, Tunisia, Thursday, Sept. 8, 2011. Police and security officials have been protesting in recent days in front of the Interior Ministry over perceived insults from the prime minister. Tunisia, which unleashed the Arab Spring with an uprising earlier this year, is seeing scattered protests and unrest ahead of landmark elections next month. (AP Photo/Hassene Dridi)
Een stakende Tunesische politieman toont zijn solidariteit met een soldaat, na een relletje in Tunis. Elke dag zijn er stakingen en protesten. Foto AP A Tunisian police officer, on strike, fraternizes with a soldier guarding the interior ministry following brief scuffles in Tunis, Tunisia, Thursday, Sept. 8, 2011. Police and security officials have been protesting in recent days in front of the Interior Ministry over perceived insults from the prime minister. Tunisia, which unleashed the Arab Spring with an uprising earlier this year, is seeing scattered protests and unrest ahead of landmark elections next month. (AP Photo/Hassene Dridi) AP

Geen twijfel mogelijk, de opstand in Tunesië was absoluut een revolutie, zegt de Tunesische hoogleraar Ahmed Driss. „Het was een werkelijke breuk met het verleden. De dictator is weg, er is vrijheid van meningsuiting, ruimte voor politieke actie”, zegt hij.

Maar dat was negen maanden geleden. Sindsdien verslechtert de economie en wordt duidelijk dat de moslim-fundamentalistische Ennahda-partij veruit de grootste in het parlement gaat worden. Door deze twee ontwikkelingen, zegt hij, is Tunesië nu in een „erg gevaarlijke fase” beland.

Driss is hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit van Tunis en directeur van het Instituut voor mediterrane en internationale studies. Hij was vorige week in Amsterdam voor een debat over de volgende stap in de ‘Arabische lente’.

Armoede, onderontwikkeling en werkloosheid vormden de drijfveren van de revolutie. De Tunesiërs willen werk en meer loon. In plaats daarvan stijgt de werkloosheid snel. Driss somt op:

Elke dag zijn er stakingen en andere protesten om verbetering van de arbeidsvoorwaarden af te dwingen. Maar dat werkt averechts. Ondernemers sluiten hun bedrijven.

Buitenlandse investeerders zijn vertrokken en

De toeristenindustrie is volledig ingestort doordat buitenlandse toeristen wegblijven. Hotels en restaurants gaan dicht.

„Negen maanden geleden waren er 350.000 werklozen. Nu zijn dat er 700.000. Dat betekent dat er aan het eind van het jaar misschien een miljoen werklozen zijn.” Tunesië telt bijna elf miljoen inwoners.

„Als we binnen een jaar, anderhalf jaar niet in staat zijn een oplossing te vinden voor onderontwikkeling, armoede en werkloosheid, dezelfde elementen die in januari tot de revolutie leidden, komt de democratie in gevaar”, zegt Driss. „En als het kleine Tunesië het niet redt, dan zijn de andere landen daar ook niet toe in staat. Egypte heeft nog veel grotere problemen dan Tunesië.”

Leiders van de G8 hebben eerder dit jaar 20 miljard dollar beloofd om de democratische hervormingen in Tunesië en Egypte te helpen. Maar dat is lang niet genoeg, zegt Driss.

„Tunesië alleen heeft 20 miljard nodig. Zonder dit geld dreigt de democratie te mislukken. Wil de revolutie slagen, dan heb je mogelijkheden nodig om werkloosheid en ontwikkelingsproblemen op te lossen. Zonder geld kunnen we niets.”

Maar het is niet alleen een kwestie van geld. „Tunesië drijft op investeringen en toerisme. Daarvoor is internationaal vertrouwen nodig. Tot en met vandaag zie ik geen teken van vertrouwen uit Europa. Niet zozeer van de bevolkingen, maar van de zijde van de regeringen. Ze moeten vertrouwen tonen in Tunesië om het te helpen investeringen en toeristen terug te krijgen. Als Nederland of Duitsland zegt, ga naar Tunesië want het is er veilig, dan gaan de mensen. Maar als je doorgaat met veiligheidswaarschuwingen, moedig je niemand aan.”

Driss spreekt van een periode van één tot anderhalf jaar waarbinnen zich verbetering moet aftekenen. „Anders hebben we een heel gevaarlijke situatie. Niet dat we terugkeren naar het verleden en een dictatuur krijgen. Maar een periode van chronische instabiliteit tot we een oplossing vinden voor de problemen. En anders wordt Tunesië na vier, vijf jaar een soort Somalië. Het is belangrijk dat onze partners zich daarvan bewust zijn.”

Anderhalf jaar, dat is wel heel kort.

„Volgende maand hebben we verkiezingen. Mensen zien dat als een belangrijke stap. Ze hopen dat die stap voor hen de poort naar het paradijs openzet. Dus daarna zet de desillusie in omdat de politieke spelers ook niet in staat zijn een onmiddellijke oplossing te brengen. En de fout van de politici is dat ze nu niet zeggen: je zult moeten wachten, we hebben niet onmiddellijk een oplossing.”

Is het buitenland zich bewust van de problemen in Tunesië?

„Ja, maar ze wijzen op de economische crisis in de wereld, de problemen met Griekenland. De revolutie kwam op het verkeerde moment. Dat beseffen we. Aan de andere kant, als onze partners 100 miljard euro kunnen vinden voor één Europees land, dan moet het ook mogelijk zijn ons te helpen. We weten dat we geen Europees land zijn, maar we zijn buren en als wij morgen meer problemen krijgen, krijgt u ze ook. Kijk maar naar het grote aantal migranten dat nu al naar een beter leven in Europa vlucht. Die stroom zal doorgaan.”

Voor de toekomst van Tunesië vindt Driss de verwachte verkiezingsoverwinning voor het fundamentalistische Ennahda even gevaarlijk. „De fundamentalisten gaan zeker de verkiezingen winnen. De laatste peilingen wijzen uit dat ze 40 procent van de stemmen krijgen. Maar ook met 30 procent zouden ze de sterkste in het parlement worden. Ennahda voert aan dat het door zijn jarenlange ballingschap historische legitimiteit heeft, en dat werkt. Ze zijn veel beter georganiseerd dan andere partijen. En ze krijgen ook de stemmen van mensen die niet hun islamitische ideologie delen maar voor Ennahda kiezen omdat ze schoner zijn dan de andere partijen.”

Waarom is dat zo gevaarlijk?

„Als ze in het parlement de macht krijgen om hun standpunten op te leggen betekent het dat ons seculiere systeem wordt bedreigd. Ennahda vindt het niet nodig de shari’a, het islamitisch recht, op te leggen. Maar wat de partij wél belangrijk vindt, is dat wetten niet in strijd zijn met de islam. Dat betekent dat ze wetten gaat veranderen.”

Het verbod op veelwijverij?

„Niet noodzakelijkerwijs. Dat is een soort interpretatie van de Koran. Het gaat om regels die onomstreden zijn in de islam, wanneer er een duidelijke tekst is in de Koran. Bijvoorbeeld afschaffing van de rente in het banksysteem, wat grote consequenties zou hebben voor de zakenwereld. Of een verbod op alcohol, wat het toerisme zou treffen. Er zijn een heleboel zaken die nu in strijd zijn met de religie. Na de revolutie, in januari, zeiden ze dat ze niets gingen veranderen. Maar hun toon is de laatste maand aan het veranderen, omdat ze zich zich er nu van bewust zijn dat ze de verkiezingen gaan winnen.

„Als Ennahda wint, krijgen we een een ander soort dictatuur. Niet van een politieke partij maar van een goddelijke entiteit. En als de andere politieke partijen het niet accepteren, kun je een gewelddadige situatie krijgen.”

Heeft u onder de omstandigheden nog hoop dat de revolutie slaagt?

„Toch wel. Zelfs met deze gevaren blijft het volk de scheidsrechter. Zelfs als Ennahda 40 procent krijgt, blijven er veel mensen tegen Ennahda. Die kunnen de straat op gaan om te demonstreren. Ze hadden succes tegen de staat van Ben Ali, dus kunnen ze ook de staat van Ennahda bestrijden.”