OM eist zeven jaar cel tegen Jan van V.

De vastgoedfraudezaak begon in november 2007 met 54 invallen.

Gisteren maakte het Openbaar Ministerie de eisen bekend tegen de verdachten.

Plunderen. Besodemieteren. Mensen met een volstrekt gebrek aan moraal die alleen maar dachten aan zo veel mogelijk geld binnenhalen. En regels? Die waren voor andere mensen.

Zo omschreef het Openbaar Ministerie gisteren de verdachten in de vastgoedfraude, om daarna fikse straffen tegen hen te eisen.

Hoofdverdachte Jan van V. – „de grootste manipulator van allen” – moet als het aan het OM ligt 7 jaar de cel in. Tegen voormalig Bouwfonds-bestuursvoorzitter Cees H. werd 4 jaar geëist. Voormalig directeur Rob L. van de vastgoedtak van het Philips Pensioenfonds hoorde 3 jaar cel eisen. Zijn voorganger Will F. zou van justitie 5 jaar de cel in moeten.

Twee dagen had het OM nodig voor het zogeheten requisitoir, het slotbetoog, in de vastgoedfraudezaak. De zaak werd bekend in november 2007 doordat honderden opsporingsambtenaren invallen deden op 54 plekken in Nederland, Zwitserland en België. Nette, gerespecteerde vastgoedhandelaren werden opgepakt. De administratie werd meegenomen en er werd beslag gelegd op bankrekeningen, vastgoed en luxe goederen. De verdenkingen? Omkoping, valsheid in geschrifte, witwassen en de vorming van een criminele organisatie met projectontwikkelaar Jan van V. als het brein.

Vijf verdachten hadden gisteren de moeite genomen om naar de rechtbank in Haarlem te komen, onder wie hoofdverdachte Jan van V. Zes anderen waren thuis gebleven. Het OM schetste in twee dagen een inktzwart beeld van de vastgoedmannen. Wat volgens het OM het meest schokte, is het „brutale cynisme waarmee de verdachten in deze zaak de kas van hun werkgever en opdrachtgever hebben geplunderd om hun eigen bankrekeningen te spekken”.

Wat ze met al het geld deden? „De huizen, de jachten, de extravagante feesten en partijen, de peperdure horloges en andere attenties – ze zijn allemaal gefinancierd met gestolen geld, de opbrengst van langlopende, slimme, maar daarom niet minder ordinaire diefstal. Diefstal van Bouwfonds, en dus ook uiteindelijk van de belastingbetaler. En diefstal van het Philips Pensioenfonds, waarmee deze heren vele tienduizenden pensioengerechtigden hebben benadeeld.”

De hoge strafeisen waren onvermijdelijk na het aanhoren van het urenlange betoog van het OM. De officieren gooiden nog even wat statistieken over „een van de meest complexe strafzaken uit de Nederlandse geschiedenis” op tafel. Tientallen verdachten, de honderden miljoenen die verdeeld werden, de 50.000 telefoontaps en de 270.000 uur die 600 medewerkers van de opsporingdienst FIOD in het onderzoek staken.

Maar dat was volgens het OM niet waar het om ging. Nee, de verdachten hadden met hun handelen „de rechtsorde” vreselijk beschadigd. De zaak heeft „diepe sporen getrokken” in de samenleving. Dodelijk voor de maatschappelijke moraal, die toch al last heeft van afnemende betrokkenheid en solidariteit. „Want als het de hoge heren is toegestaan een spectaculaire greep in de kas te doen, wat let de gemiddelde burger dan om ook maar wat te gaan rommelen met z’n belastingaangifte en z’n zzp-factuurtje?”

Deze strafzaak en de eisen moeten als voorbeeld dienen voor de Nederlandse maatschappij, aldus het OM. „De integriteit van het Nederlandse bedrijfsleven staat op het spel en daarmee het vertrouwen in ons economisch systeem.” Daarom heeft justitie ook zo veel in deze strafzaak geïnvesteerd. „Het uiteindelijke lot van de verdachten zal dienen als waarschuwing voor al degenen die menen zich op kosten van anderen – belastingbetalers, gepensioneerden, beleggers – te kunnen verrijken.”