En 'n eeuwenoude zeekaart als dak

Het vernieuwde Scheepvaartmuseum is weer net zo transparant en robuust als toen het werd gebouwd.

Het glazen dak van architect Laurent Ney geeft allure.

Een lichtkoepel, een beschermend dak, een nachtelijke sterrenhemel – de glazen overkapping die Laurent Ney voor de binnenplaats van het Amsterdamse Scheepvaartmuseum heeft ontworpen, is dat alles en meer. Geïnspireerd door een zeventiende-eeuwse zeekaart heeft hij in staal een patroon van windrozen en navigatielijnen onder het glas getrokken; tussen die lijnen liggen ruim duizend stukken glas waarvan er niet één gelijk is aan de ander. Als de zon schijnt wordt een net van schaduwlijnen uitgeworpen over het stoere, lege plein van ruim dertig bij dertig meter. Op de 868 punten waar die lijnen elkaar kruisen is een ledlichtje voor ’s avonds. Aan Daniël Stalpaerts zeventiende-eeuwse complex van no-nonsense, superfunctionele, streng symmetrische pakhuizen heeft de Brusselse architect Ney een laag lichtvoetige schoonheid toegevoegd – augmented reality zonder iPhone.

En om dan te bedenken dat de binnenplaats in het begin in de zeventiende eeuw alleen een achterkant was, opslagruimte. Bij de bouw was alles op het water gericht: goederen werden per schip aangevoerd, gingen met katrollen de pakhuizen in en uit, en als er mensen naar boven moesten, gebruikten ze een ladder. Liesbeth van der Pol van Dok Architecten, als hoofdarchitect voor de hele verbouwing verantwoordelijk, heeft daarom alle steigers eromheen weggehaald. ’s Lands Zeemagazijn, zoals het bij de bouw in 1656 heette, staat nu weer zoals het hoort, zegt ze, direct in het water. De binnenplaats heeft voor het eerst een functie gekregen, als de nieuwe buitenkamer van Amsterdam – en is al tot het eind van het jaar volgeboekt met feesten, partijen en ontvangsten.

Met zijn idee voor de glazen koepel won Ney in 2003 de prijsvraag van het museum. Hij ontwerpt wel vaker ‘speciale structuren’, zegt hij, zoals een aantal glaskoepels in België en ook bruggen. Er gaat er een van hem in Nijmegen open in 2013, in Zwolle wordt binnenkort met de bouw van een andere begonnen en in Amsterdam heeft hij een brug ontworpen bij het nieuwe complex IJ-Dock. Toch had Monumentenzorg twijfels. De kap mocht alleen op de vier hoeken rusten, die hiervoor ook verstevigd zijn, en het plein moest open blijven. En zoals bij alle toevoegingen aan monumenten moest het weer ongedaan kunnen worden gemaakt. Het is gelukt.

Al die ruim duizend stukken glas – drie-, vier-, vijf- en zeshoeken – hebben aan de binnenkant een zonwerende coating. Maar sneeuw? In de dakranden liggen roosters en elektradraden die de sneeuw laten smelten. En schoonmaken? Bovenop is er een ‘robot’ op wieltjes die al poetsend met borstels en een waterstraal aan kabels heen en weer rijdt. De robot heeft twee dagen nodig voor het hele dak.

De glazen kap was een oplossing voor het gebrek aan een goede ingang en aan ontvangstruimte voor het museum, maar het creëerde ook een probleem: het geluid. „Het geluid weerkaatste en er was een nagalmtijd van 12 seconden”, zegt Van der Pol. „Dat is langer dan in het kathedraal van Amiens.” Akoestische panelen ophangen was geen optie, de vloer was de enige oplossing. Dok Architecten ontwikkelde samen met ingenieursbureau LBP Sight een tegelvloer van negen centimeter dik, met travertin bovenop en eronder allemaal schuine driehoekige holtes – zeg maar omgekeerde eierdozen – met daaronder isolatiemateriaal. Het geluid wordt als het ware weggezogen in de spleten tussen de tegels. „De nagalmtijd is nu drie seconden en het plein heeft nog de uitstraling van een gewoon plein dat met klinkers is bestraat.”

Liesbeth van der Pol heeft nu twaalf jaar aan het Scheepvaartmuseum gewerkt „Er waren grote problemen bij het gebruik van die pakhuizen als museum. Er was geen klimaatbeheersing, het was een labyrint van trappenhuizen en tussenvloeren. We hebben veel weggehaald en de nieuwe toevoegingen ook als nieuw herkenbaar gemaakt, bijvoorbeeld door glas en staal te gebruiken. Nu is de routing ook helder, je maakt je keuze op de binnenplaats en kiest een poort waar ‘Noord’, ‘Oost’ of ‘West’ op staat. Het gebouw is nu weer net zo transparant en robuust als toen het werd gebouwd.”