Elf kinderen

Mohammed uit Somalië kwam met een brief van het COA. Daarin stond dat hij morgen met zijn gezin de opvang zou moeten verlaten. Een paar maanden terug had hij een verblijfsvergunning gekregen, net als zijn vrouw en hun elf kinderen.

Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft gekregen, gaat het COA op zoek naar passende huisvesting. De asielzoeker is verplicht de door het COA aangeboden huisvesting te accepteren. Doet hij dat niet, dan wordt de opvang beëindigd en komt hij op straat te staan. De betreffende brief en vooral de consequenties in het geval een aanbod niet wordt geaccepteerd, worden goed uitgelegd. Zo ook aan Mohammed.

In Nederland is huisvesting voor een gezin van dertien personen geen sinecure. Uiteindelijk vond het COA een dubbele flat in Roermond. Mohammed accepteerde het aanbod niet. Hij wilde een huis in de Randstad, waar clangenoten woonden. De brief van het COA waarin hem en zijn gezin verwijdering uit het centrum werden aangezegd, volgde snel. Maar Mohammed, hoe ongeletterd ook, kende zijn rechten. In geval van familie- of clanverbanden, kan een asielzoeker aanspraak maken op een onderkomen in de buurt. In een door Mohammed aangespannen kort geding kon het COA aantonen dat men al het mogelijke had gedaan om voor dertien personen passende huisvesting in of bij de Randstad te vinden. Dat was niet gelukt. De rechter oordeelde dat niemand tot het onmogelijke gehouden is en dat de uitzetting kon doorgaan. Twee dagen later werd Mohammed met zijn gezin op straat gezet.