Een reservoir van weer en wolken

John Constable: Landschap met dubbele regenboog, 1812. Olieverf op papier, 33,7 x 38,4 cm. Afbeelding uit John Baskett, 'Constable Oil Sketches'.
John Constable: Landschap met dubbele regenboog, 1812. Olieverf op papier, 33,7 x 38,4 cm. Afbeelding uit John Baskett, 'Constable Oil Sketches'.

John Constable. Olieverfschetsen uit het Victoria and Albert Museum. Tot en met 29 januari 2012 in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, Gent. www.mskgent.be ****

Eén voordeel van de natste zomer sinds 1906: er was aan mooie regenbogen geen gebrek. Soms zie je ze jarenlang niet of nauwelijks, maar de afgelopen maanden was het bijna wekelijks raak. Landschapsschilders die wel eens een regenboog wilden vastleggen kregen ruimschoots de kans.

Het is nog niet zo makkelijk, een regenboog schilderen. Zo’n ding is tegelijk duidelijk en onduidelijk, helder en vaag. Toch zijn er in de kunstgeschiedenis mooie voorbeelden te vinden, van onder meer Rubens, Millet, Jan Porcellis en Willem Roelofs. Recenter maakte Jan Andriesse abstracte regenbogen in gebroken wit met een heel subtiel kleurverloop. Eén van die doeken hangt permanent in De Pont in Tilburg.

Op 28 juli 1812 legde de Engelse schilder John Constable een regenboog vast in een olieverfschets. Die studie is nu te zien in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, waar een ruime keuze uit Constables olieverfstudies uit het Londense Victoria and Albert Museum wordt getoond.

Constables regenboog is misschien net iets te hard, iets te concreet voor een optisch verschijnsel. Maar hij deed het toch maar, meteen dat verschijnsel in de onweerslucht schilderen toen het zich aandiende.

Constable (1776-1837) was een van de eerste schilders die olieverfstudies maakte in de buitenlucht. Het woord studies moet letterlijk worden genomen: de schilder studeerde ter plaatse op land, licht en lucht. Hij maakte de schetsen voor eigen gebruik, op stukjes doek of karton die vaak scheef zijn afgesneden. Pas na zijn dood kwamen ze op de markt en werden ze gewaardeerd als impressionisme avant la lettre.

Behalve van formaat zijn de studies ook heel verschillend van opvatting. Een wolkentype of zonsondergang is schetsmatig in verf genoteerd, een kathedraal of het schors van een boomstam heel precies. De schilder zal tijdens het werken nauwelijks over kunst of stijl hebben nagedacht.

Zijn benadering werd bepaald door wat hij wilde bestuderen. Door die verscheidenheid is het moeilijk de vinger te leggen op wat karakteristiek is voor Constable, wat zijn typische oplossingen waren. Karakteristiek is misschien vooral dat hij in zijn schetsen weinig typische oplossingen had. En hoewel de ene beter gelukt is dan de andere, word je als kijker vrolijk van zoveel onbevangenheid.

Je krijgt in Gent dus een kijkje achter de schermen van Constables oeuvre. Je ziet het voorwerk, de ingrediënten die hij verzamelde. Maar je ziet niet wat hij daar later mee deed in zijn officiële werk: of en hoe hij dat reservoir van bomen en gebouwen, weer en wolken in zijn atelierstukken verwerkte.

Er hangen bijvoorbeeld twee studies van een huis en een boomgroep langs het water bij East Bergholt, die links in zijn beroemde schilderij De hooiwagen (1821) terecht zouden komen. Van de volledige compositie is er ook een voorbereidende schets op de definitieve grootte (een van de twee grote, binnen gemaakte olieverfstudies op de tentoonstelling). Het liefst zou je die drie schilderijen natuurlijk vergelijken met het uiteindelijke doek, maar dat is in de National Gallery, en voor de Gentse tentoonstelling is nu eenmaal alleen geput uit de verzameling van het Victoria and Albert Museum.

Intussen is het wel verfrissend om die verzameling eens op een andere locatie te zien. In Londen wordt normaal gesproken een (af en toe wisselende) selectie gepresenteerd in één, wat donkere zaal.

Nu hangt een grotere keuze ruim en licht in vier mooie zalen van het Gentse museum. Er is nog een vijfde zaal toegevoegd met olieverfschetsen van andere, meest Franse negentiende-eeuwse landschapsschilders uit de eigen collectie van het Museum voor Schone Kunsten, die sowieso zeer de moeite waard is.

Redenen genoeg om op een regenachtige dag naar Gent af te reizen. Op de terugweg zag ik vanuit de auto – echt waar – een van de mooiste regenbogen van het jaar. Als een ijslolly zo fel stond hij boven het Brabantse land.