Een lieflijke engel met een kern van staal

Jane Eyre. Regie: Cary Fukunaga. Met: Mia Wasikowska, Michael Fassbender. In: 25 bioscopen.

Interessant stuk in het Britse opinietijdschrift Prospect. Schrijver en filmhistoricus Matthew Sweet constateert daarin met enige verbazing dat het literaire werk van de zusters Brontë anno 2011 plotseling weer hip is en zelfs edgy: vernieuwend en riskant. Bonafide arthouse-regisseurs storten zich op hun beroemde boeken. Andrea Arnold (Fish Tank) bewerkte Wuthering Heights van Emily Brontë, dat eerder deze maand in première ging op het filmfestival van Venetië, Cary Fukunaga greep naar Jane Eyre van Charlotte Brontë. Helemaal verbaasd is Sweet ook weer niet over die belangstelling uit de arty hoek, aangezien de fictie van de Brontës „niet te negeren schrilheid, emotionele wreedheid en verzengend sadomasochisme” bevat. Voer voor ambitieuze cineasten.

Fukunaga maakte naam met het fel-realistische Sin Nombre, waarin een jong meisje uit Honduras wanhopige pogingen doet de VS te bereiken. Dat is niet mijlenver verwijderd van de lotgevallen van Jane Eyre, constateert Fukanaga: als wees is ze liefdeloos opgevoed door een wrede tante, belaagd door een sadistische neef, afgescheept naar een kostschool, alleen op de wereld.

Jane Eyre is een harde, ze moet wel. Die subtiele, maar onmiskenbare harde kern onderscheidt Jane Eyre in de handen van Fukunaga van het gros van de kostuumdrama’s. Mia Wasikowska (Alice in Wonderland) is een etherische, kwetsbare verschijning. Maar ergens in haar zit toch die kern van staal, brutaliteit en zelfverzekerdheid, die haar baas Edward Rochester (Michael Fassbender) uit zijn evenwicht brengt; het begin van hun complexe verhouding.

In de verte is deze Jane Eyre een zielsverwant van Wuthering Heights van Arnold, al is die film veel radicaler. Arnold ziet af van vrijwel alle lokkertjes van het traditionele kostuumdrama. Bij haar blijft slechts een elementaire vertelling over, vol ressentiment en rancune, trauma en agressie. Voor zover er sprake is van grote liefde, is die nauwelijks te onderscheiden van een pathologische obsessie.

Zo ver gaat Fukunaga in Jane Eyre niet. Maar ook hij frustreert de verwachtingen die de kijker kan hebben die hoopt op een overzichtelijk en meeslepend romantisch avontuur. De Rochester van Fassbender is een vermoeide, ouwelijke, cynische man, die pas langzaam zijn eigen gevoelens voor Jane leert begrijpen. En ook Jane is niet meteen van haar sokken te blazen door hem, ze heeft meer aan haar hoofd dan de romantische liefde alleen.

De liefde is hier niet het centrum van het universum, maar onderdeel van uiteenlopende emoties en sociale verhoudingen, die allemaal betrekking op elkaar hebben. Jane zoekt hardnekkig naar een vervanging voor de familie die ze nooit heeft gehad, meer nog dan naar een man. Liefde is zo niet een allesoverheersende emotie, maar een emotie tussen andere, niet per se de overheersende. Dat is een tamelijk uitzonderlijk uitgangspunt voor een kostuumdrama. Bij de film van Arnold weet de kijker vanaf de eerste seconde dat de film niet zal brengen wat de titel Wuthering Heights op het eerste gezicht belooft. In Jane Eyre komt de kijker daar pas geleidelijk achter. Ook niet slecht.

Peter de Bruijn