Dubbele moraal

Mag ik nog even terugkomen op de toon van het debat? Niet de toon van de Algemene Beschouwingen, maar de toon waarop er in de afgelopen maanden over Griekenland is gesproken. Ik doel niet op de nog steeds niet definitief beantwoorde vraag of Griekenland in de eurozone moet blijven of nu beter terug kan naar de drachme. Het gaat mij om de dubbele moraal die in de discussie is geslopen. Een dubbele moraal, omdat we van Griekenland datgene eisen wat we zelf nalaten.

In Nederland wenst regering noch oppositie serieus de drie urgentste onderwerpen aan te pakken: flexibilisering van de arbeidsmarkt, hervorming van de woningmarkt en de zorg. En dan zwijg ik nog over het feit dat de herziening van het pensioenstelsel zo minimaal gebeurt dat de effecten ervan ontoereikend zijn. Voor iedere paar euro aan extra jaarlijkse lasten – ziektekosten, kinderopvang, collegegeld – is er een batterij aan verontruste, verongelijkte en verontwaardigde sprekers die in de media een dankbaar podium krijgen. Dat is terecht en begrijpelijk, want wij willen onze verworvenheden beschermen.

Maar ondertussen wordt er met het grootste gemak door politici, net als door de president van De Nederlandsche Bank en vele commentatoren, geëist dat Griekenland per ommegaande zijn economie moet hervormen. Makkelijk is dat. Natuurlijk moet Griekenland hervormen, en ja, helaas gaat het veel en veel te traag, erodeert het vertrouwen zienderogen en is de bevolking bepaald niet coöperatief. Maar wij krijgen hier niet eens een schijntje voor elkaar van wat we van Griekenland eisen. Er zit iets van wreed leedvermaak in de toon van het debat: die Grieken, die profiteurs, die moeten maar eens voelen hoe stom ze zijn geweest. Die houding gaat voorbij aan het feit dat je niet een hele bevolking verantwoordelijk kunt houden voor het slechte beleid.

Bovendien, als Nederlanders Grieken waren geweest hadden ze, vrees ik, net zo enthousiast de kantjes eraf gelopen. Op je 52ste met pensioen, zoals daar volgens de verhalen mogelijk was – ik denk dat als die kans in Nederland had bestaan, er ook hier hele hordes hadden staan te trappelen. Het gaat niet aan een heel volk te straffen met makkelijke vooroordelen, hoe gemakzuchtig het ook geprofiteerd heeft en hoeveel kortzichtig verzet er nu ook wordt gepleegd tegen de bezuinigingen.

Volgens een vergelijkbare redering hebben de Amerikanen destijds, mede ook uit verlicht eigenbelang, een Marshallplan gelanceerd voor Europa – inclusief de overwonnen vijand Duitsland, juist omdat het economisch en psychologisch afstraffen van een bevolking (hoe ‘schuldig’ die ook moge zijn) zich niet tot de volgende generaties mag uitstrekken. Alleen economische groei leidt tot vrede en stabiliteit, niet het uitknijpen van een land. Rancune is een gevaarlijke voedingsbodem. Ook nu wordt geroepen om een Marshallplan voor Griekenland. Let wel: niet door de VS, die wel andere zorgen hebben. De vergelijking gaat mank. In Griekenland is nauwelijks zware industrie die opnieuw opgebouwd moet worden, er is geen infrastructuur vernietigd, er zijn geen plat gebombardeerde steden. Griekenland is op geen enkele manier te vergelijken met een naoorlogs, kapot Europees land. Griekenland is eerder een van die ontwikkelingslanden die ooit min of meer functioneerden, maar aan lager wal is geraakt, zoals Argentinië of Brazilië, met een redelijk opgeleide bevolking, maar een failliet staatsapparaat en een groot zwart circuit.

Niet de ervaringen van de wederopbouw van Europa middels een Marshallplan zijn hier relevant, maar de lessen die we met schade en schande uit decennia van betalingsbalanssteun en ontwikkelingshulp hebben geleerd.

Een plan voor de hervorming van de Griekse economie ligt trouwens niet voor de hand. Griekenland heeft behalve scheepvaart en toerisme niet veel mogelijkheden tot ontwikkeling, beide sterk afhankelijk van de conjunctuur. Banen scheppen in Griekenland zelf is bijna onmogelijk.

Hier zien we weer die dubbele moraal. De Tweede Kamer besluit in de Algemene Beschouwingen dat er niet verder aan ontwikkelingshulp getornd mag worden, maar strekt die generositeit niet uit tot Griekenland. Op grond waarvan zijn wij dan meer solidair met Tanzania en die andere vijftien landen die Nederlandse steun krijgen, dan met Griekenland? En het gaat nog verder, want net als in arme ontwikkelingslanden is een van de weinige opties voor jonge mensen om te migreren naar landen waar zij wel werk kunnen vinden, dus in Noord-Europa. Het zou me niet verbazen als dat massaal gaat gebeuren. Willen we dan ook Grieken aan de grenzen tegenhouden?

Wat voor recht hebben wij om zo hard te oordelen over Griekenland? Dat wij Nederlanders het goed voor elkaar hebben is een combinatie van geluk in de vorm van een gunstige ligging, weinig oorlogen en een vleugje verstandig beleid. Daar kunnen we niet al te veel merites aan ontlenen. Nog los van het eigenbelang dat voortvloeit uit het handhaven van de euro, moeten wij een minimum aan grootmoedigheid tonen. Want stel je voor dat je toevallig niet in Tilburg, maar in Thessaloniki geboren was...