De commerciële kracht van mensenrechten

Multinationals wordt dikwijls verweten in arme, instabiele landen het milieu te vervuilen en mensenrechten te schenden. Maar ze beteren hun leven, signaleert Luc Zandvliet, adviseur maatschappelijk verantwoord ondernemen. „Het gaat vaak daar fout waar ze niet goed luisteren naar de lokale bevolking.”

Luc Zandvliet: "Multinationals zien vaak niet wat hun komst in de ogen van de lokale bevolking betekent." Foto Reuters A man's leg is coated in crude oil as he walks out of a polluted river in Bidere community in Ogoniland in Nigeria's delta region August 20, 2011. Picture taken August 20, 2011. REUTERS/Akintunde Akinleye (NIGERIA - Tags: ENERGY ENVIRONMENT SOCIETY)
Luc Zandvliet: "Multinationals zien vaak niet wat hun komst in de ogen van de lokale bevolking betekent." Foto Reuters A man's leg is coated in crude oil as he walks out of a polluted river in Bidere community in Ogoniland in Nigeria's delta region August 20, 2011. Picture taken August 20, 2011. REUTERS/Akintunde Akinleye (NIGERIA - Tags: ENERGY ENVIRONMENT SOCIETY) REUTERS

Dat was ongewoon. Het grote energieconcern Shell dat zich in de Tweede Kamer kwam verantwoorden voor zijn activiteiten in Syrië. Bijna alle oppositiepartijen hadden het bedrijf aangevallen, drie weken geleden. Steunde het met zijn olie niet de tanks van het regime Assad, dat demonstraties onderdrukt met bruut geweld?

„De schreeuwende politici hebben boter op hun hoofd”, zegt Luc Zandvliet, die internationale olieconcerns en mijnbouwbedrijven adviseert over maatschappelijk verantwoord ondernemen. „Ze kunnen zoiets leuk vanuit Den Haag of Londen roepen. Maar ze stappen vervolgens wel in hun auto en rijden weg, op benzine of diesel. Wie je eigenlijk moet vragen of Shell in Syrië mag blijven, is de Syrische bevolking.”

In de volksmond zijn oliemaatschappijen en mijnbouwbedrijven synoniemen van milieuvervuiling en schending van mensenrechten. Maar Zandvliet ziet de laatste twee, drie jaar veel veranderen. „Soms zelfs vrij revolutionair”, zegt hij via de telefoon vanuit zijn woonplaats, het Canadese dorpje Wiarton.

„Kijk naar de Franse oliemaatschappij Total. In Birma gaat het in de dorpen waar het actief is lokale leiders trainen in mensenrechten. Total doet dat samen met de ILO, de internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties.”

Dat gebeurt in samenspraak met de Birmese regering?

Luc Zandvliet: „Niet echt. De minister van Olie van Birma heeft me verteld niet blij te zijn met dit initiatief. Hij verzekerde me dat het kabinet dit zeker niet als standaard beleid gaat opleggen.”

Moet Shell wel of niet weg uit Syrië?

„Het is een dilemma. Als je weggaat zijn er consequenties, als je blijft ook. De politici in Nederland moeten wel beseffen dat het niet altijd voordelig hoeft uit te pakken als een multinational vertrekt. In 2003 is het Canadese olie- en gasbedrijf Talisman vertrokken uit Soedan, waar al decennialang een burgeroorlog woedde. Dat gebeurde onder grote druk van non-gouvernementele organisaties en lokale kerken. Talisman werd ervan beschuldigd te hebben geholpen bij het bombarderen van kerken en het wegvagen van dorpen om zo de weg vrij te maken voor oliewinning. Olie is de belangrijkste bron van inkomsten voor de regering, ook om de oorlog te kunnen voeren. Maar de rechtszaak, die in New York diende, strandde bij gebrek aan bewijs. Nadat Talisman uit Soedan was vertrokken, verslechterde de mensenrechtensituatie daar alleen maar.”

Shell deed het anders. In de jaren ’70 was er al kritiek op zijn activiteiten in Nigeria. Het bedrijf besloot te blijven. De situatie is sindsdien niet verbeterd. Lekkende pijpleidingen. Massale olievervuiling. Aanslagen, doden. Rebellenlegers eisen de laatste jaren met geweld de olie, en de bijbehorende rijkdom op, die hen decennia lang is onthouden.

Zandvliet, die voorheen bij de non-gouvernementele organisatie Artsen zonder Grenzen werkte, schreef twee jaar geleden samen met zijn collega Mary Anderson het boek Getting it right, over de dilemma’s waarmee multinationale ondernemingen te maken krijgen in arme, instabiele landen. Ze behandelen zestig gevallen, gebaseerd op eigen ervaringen. En ze geven adviezen voor verbetering.

Is de kritiek op de olie-industrie terecht?

„Onderzoek met betrekking tot aantijgingen van schendingen van mensenrechten heeft aangetoond dat het verhoudingsgewijs vaak de olie- en mijnindustrie betreft. Je kunt daar een kanttekening bij maken: deze twee sectoren kunnen in tegenstelling tot andere industrieën hun locatie niet kiezen. Ze gaan daarheen waar de grondstoffen zitten. En dat zijn vaak landen waar de bescherming van mensenrechten zwak is.”

U zegt dat u de afgelopen twee, drie jaar veel ziet veranderen binnen de industrie. Hoe kan dat?

„De Amerikaanse hoogleraar internationale betrekkingen John Ruggie heeft van de VN de opdracht gekregen nieuwe richtlijnen op te stellen voor het respecteren van mensenrechten [zie: Richtlijnen van de VN, red.]. De richtlijnen zijn drie jaar geleden geaccepteerd door de Mensenrechtenraad van de VN.”

Zijn die richtlijnen zo baanbrekend?

„Ze wijzen bedrijven erop dat ze de mensenrechten moeten respecteren. Ze kunnen zich niet langer verbergen achter een slecht werkende overheid. Bovendien worden bedrijven opgeroepen een klachtenprocedure op te zetten. Ik zie veel bedrijven nu mensen aanstellen om de richtlijnen in de organisatie toe te passen.”

Doen multinationals het goed?

„Het gaat vaak daar fout waar ze niet goed luisteren naar de lokale bevolking. Je kunt wel denken dat je er bent door ergens een schooltje of een kliniek te financieren, maar zo werkt het niet. Shell heeft die fout in Nigeria gemaakt. Het bedrijf heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in lokale projecten, maar het werd allemaal beslist door Shell. De gemeenschap had geen ownership. Voor Shell is Nigeria een zwart schaap.

„Multinationals zien vaak niet wat hun komst in de ogen van de mensen betekent. In Nederland zien we de Shell-raffinaderij in Pernis gewoon als een bedrijf. We hebben er verder weinig verwachtingen van. Maar in Birma, Syrië of Nigeria zien mensen de komst van een multinational als een springplank naar een betere toekomst. Je moet als bedrijf laten zien dat je dat serieus neemt. Je moet bijvoorbeeld werk bieden.

„Op dat punt scoren Chinese bedrijven bijvoorbeeld slecht. Ze bouwen in Afrika havens, stadions, leggen wegen aan. Maar wel met hun eigen mensen. Ze nemen hun eigen schoonmakers mee, hun eigen chauffeurs, zelfs hun eigen prostituees. De lokale bevolking ziet niks terug van de investeringen. In Ethiopië en Congo zijn er daarom al aanvallen gepleegd op Chinese bedrijven.”

Maar doen multinationals het nou goed of niet?

„Je kunt ze niet over een kam scheren. Sportartikelenfabrikanten Nike and Reebok hebben al jaren een mensenrechtenbeleid. Coca Cola is al enige tijd bezig met het recht op schoon water in gebieden waar het grote hoeveelheden schaars water in zijn producten verwerkt. Wat ik voor de oliesector baanbrekend vind, is dat de bedrijven als een collectief veel meer de nadruk zijn gaan leggen op mensenrechten. Hetzelfde geldt voor de mijnbouwbedrijven. Zij zijn er naar mijn idee verder mee dan de oliesector. En de westerse bedrijven zijn er verder mee dan de multinationals uit opkomende economieën.”

Omdat het goed is voor hun reputatie?

„Niet alleen. Het heeft ook met de opstelling van banken te maken. Zij zijn minstens zo huiverig om geassocieerd te worden met projecten waar mensenrechten worden geschonden. Veel grote banken, inclusief Aziatische, hebben in 2003 de zogenaamde Equator Principles aangenomen, die aangeven onder welke voorwaarden banken projecten mogen financieren. Dat initiatief heeft een geweldig versnellende uitwerking op de manier waarop bedrijven zaken doen. Heb je als bedrijf bijvoorbeeld geen serieuze klachtenprocedure om de schending van mensenrechten te behandelen, dan wordt het lastig om een bank te vinden die jou geld leent. Mensenrechten en de sociale aspecten van de bedrijfsvoering worden steeds meer uit de humanitaire hoek getrokken en meer en meer gezien als een aspect van de commerciële bedrijfsvoering.”

Gaan de vorderingen niet tergend langzaam?

„Dat is voor de buitenwereld wellicht zo. Mijn ervaring is dat er in veel bedrijven dagelijks over mensenrechten wordt gesproken. We zitten in een fase waarin iedereen zich afvraagt wat ze betekenen vanuit bedrijfsperspectief. Binnen bedrijven is er altijd een gevecht. Moet je alleen de winst maximaliseren, of houd je ook rekening met zaken als milieu, mensenrechten. In hoeverre dit gebeurt hangt ook af van het leiderschap. Met een nieuwe bestuursvoorzitter kan de koers van een bedrijf in vijf jaar tijd totaal draaien. De goeie kant op, maar ook de slechte.”

Mmv Hanneke Chin-A-Fo