Cellosuites Bach zijn lichtvoetig bij Viersen

Quirine Viersen, cello. Gehoord: 23/9 in de Waalse Kerk in Amsterdam. Herh.: t/m 31/3 2012. Inl.: www.quirineviersen.com en www.depuurheidvanbach.nl Cd: Globe GLO 5244****

Sommige cellisten gaan in de Zes suites voor cello-solo van Johann Sebastian Bach een gevecht aan met de muziek, ze lijken hun instrument met de strijkstok doormidden te willen zagen. De laagste noten krijgen dan extra veel nadruk. Ze resoneren en ronken, diep en duister. Voor celliste Quirine Viersen zijn die lage noten minder belangrijk, ze gaat liever de hoogte in. Ze vlindert en vliegt over de snaren, ze tipt de hoge noten aan, spits en speels. Humor en lichtvoetigheid streeft ze na in deze dansante muziek, zei ze onlangs in deze krant.

Quirine Viersen speelde vrijdag het eerste van dertien concerten ter viering van haar dubbel-cd met de zes cellosuites van Bach. Het is repertoire dat zich op talloze manieren laat interpreteren. De noten zijn als losse letters die de cellist moet vormen tot woorden en zinnen. Het kan altijd weer anders en daarom namen de ‘authentieke’ cellisten Anner Bijlsma, Pieter Wispelwey en Jaap ter Linden de cellosuites ieder een tweede keer op. Quirine Viersen wil daar de eerste twintig jaar niet aan beginnen.

Van ‘authentiek’ trekt Viersen zich niets aan. Haar cello klemt ze niet tussen de knieën, die staat stevig op zijn pin. Technische problemen bestaan voor haar niet, ze speelt met het grootste gemak, evenwichtig, plezierig, soms zelfs terloops. Bachs sarabandes springen er dan uit: gelukkig toch wat complexe zwarigheid.