Als trainee heb je weinig onderhandelingsruimte

Illustratie Tomas Schats
Illustratie Tomas Schats

Naam: Christiaan Opleiding: sociale geografie en planologie, Rijksuniversiteit Groningen (afgestudeerd in 2010)Functie: rijkstrainee, ministerie van Infrastructuur en Milieu, vanaf medio 2011 (eerste baan)Salaris: 2.400 euro bruto voor 36 uur in de week

Wat doe je voor werk?

„Ik werk als rijkstrainee bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daar ben ik betrokken bij de ontwikkeling van het beleid rond de planologische inpassing van grote energieprojecten, zoals de aanleg van energiecentrales of de bouw van een windmolenpark op zee. Ik ben net na de zomer begonnen in deze functie. Het is een tijdelijke functie, voor zes maanden. Aansluitend ga ik voor weer zes maanden werken op een andere plek bij de rijksoverheid. In totaal duurt het traineeprogramma twee jaar. Zo krijg ik de kans om vier keer een half jaar mee te draaien binnen verschillende projecten en afdelingen.”

Hoe verliep de sollicitatie?

„De procedure bestond uit drie ronden, onder meer met een IQ-test en twee sollicitatiegesprekken. Die gesprekken gingen voornamelijk over motivatie, kennis en kunde. De gehele procedure besloeg een maand of drie.”

Kwam je salaris ook ter sprake?

„Pas helemaal aan het eind, toen ik al was aangenomen, was er op het ministerie een presentatie over salaris en arbeidsvoorwaarden. Die bijeenkomst werd bijgewoond door alle dertig trainees die bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan de slag gaan. Ik snap wel waarom men kiest voor een centrale bijeenkomst. Het gaat immers om een grote groep trainees die op deze manier eenduidige en relevante informatie krijgen. Het is allemaal goed geregeld. Hoe dan ook, inhoudelijk was de presentatie niet zo verrassend. Het salaris van trainees ligt vast. Dat kende ik al voordat ik ging solliciteren.

„Voorafgaand aan de presentatie op het ministerie had ik me echter wel voorgenomen om mijn verhuisvergoeding ter sprake te brengen. Ik woonde toen in het noorden van het land terwijl Den Haag mijn standplaats zou worden. Het leek mij terecht om naar een verhuisvergoeding te vragen. Financieel is dat een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde.”

En?

„Het is me niet gelukt. Ten eerste leek de centrale bijeenkomst met alle trainees me niet geschikt om erover te beginnen. Na afloop had ik wel een persoonlijk gesprek met een van de coördinatoren van het programma. Ik heb de verhuisvergoeding ter sprake gebracht. Maar het werd me direct duidelijk dat zo’n vergoeding er gewoonweg niet is. Net als het salaris liggen ook de secundaire arbeidsvoorwaarden voor trainees grotendeels vast. Een verhuisvergoeding zit niet in het pakket. Ik vind mijn salaris en de voorwaarden overigens gewoon goed: ik heb naast mijn vaste salaris van 2.400 euro een dertiende maand, een mobiele telefoon van het werk, een persoonlijk spaarplan en een opleiding- en boekenbudget. Daarnaast wordt mijn woon-werkverkeer volledig vergoed en krijg ik met een kleine bijbetaling een ov-jaarkaart. Ik ben inmiddels verhuisd naar Den Haag.”

Heb je het gesprek, achteraf terugkijkend, goed aangepakt?

„Dat denk ik wel, ondanks het feit dat ik die verhuisvergoeding dus niet heb kunnen binnenhalen. Wellicht had ik er in een eerder stadium over moeten beginnen. Maar je krijgt toch een beetje het gevoel dat je blij mag zijn dat je bent toegelaten tot het traineeprogramma. Er waren dit jaar ongeveer 3.000 aanmeldingen voor in totaal 80 plaatsen bij de rijksoverheid. Het is een tamelijk zware selectieprocedure. Dat ik daar doorheen ben, vind ik op zichzelf al een mooi resultaat. Mijn functie als trainee bied me een waardevolle kans om ervaring op te doen op verschillende interessante plekken binnen de rijksoverheid, ook in het buitenland. Voor mij is dat het belangrijkste.”