'Als jij poen moet, geef een brul, hè'

Het Openbaar Ministerie eiste gisteren zeven jaar tegen Jan van V., hoofdverdachte in de vastgoedfraudezaak. Zo wil het OM het ‘dunne laagje beschaving’ in Nederland beschermen.

Hoofdverdachte Jan van V. (links) en zijn oom Nico Vijsma bij de opening van een gebouw in Capelle aan den IJssel.
Hoofdverdachte Jan van V. (links) en zijn oom Nico Vijsma bij de opening van een gebouw in Capelle aan den IJssel.

De licht geaffecteerde stem van hoofdverdachte Jan van V. klinkt door de boxen in de rechtbank in Haarlem. „Rob, dan heb ik nog op mijn lijstje staan: geld. Als jij poen moet, geef een brul, hè Rob?” De stem van Rob klinkt. „Ja, ik geef een brul.” Het volgende afgeluisterde gesprek klinkt. Jan overhandigt Rob nu daadwerkelijk geld. Rob telt na. Het geritsel van de bankbiljetten is te horen.

Hoofdverdachte Jan van V. vetrok gisteren geen spier. Hij zette zijn bril op en af en maakte onverstoorbaar aantekeningen. Het was ook niet nieuw voor hem. Hij wist natuurlijk al lang dat hij de directeur Rob L. van Philips Pensioenfonds in 2007 met bankbiljetten had volgestopt.

Maar justitie wilde het tamelijk gênante audiofragment gisteren nog graag eens laten horen. De Philips-directeur die bijna bedelt om geld. En de projectontwikkelaar Jan van V. die niet moeilijk doet en heel genereus de flappen over tafel schuift. Zo deden de door de buitenwereld gerespecteerde zakenlieden dat dus. Zo verdeelden ze miljoenen. Geld van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds, dus van belastingbetalers en werknemers van Philips.

De afgelopen twee dagen hield het Openbaar Ministerie het slotbetoog in de vastgoedfraudezaak, de grootste fraudezaak uit de Nederlandse geschiedenis. De verdachten zouden voor tientallen miljoenen gerommeld hebben met vastgoed van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Door omkoping werden deals gegund. Vastgoed werd volgens justitie voor te lage prijzen verkocht. Daarna werd het tegen mooie prijzen doorverkocht. De miljoenenwinsten werden verdeeld.

Het OM eiste gisteren forse straffen tegen de verdachten. Hoofdverdachte Jan van V. gaat als het aan justitie ligt 7 jaar de cel in. Ja, Van V. trof in juni vorig jaar al een schikking van 70 miljoen met Bouwfonds en Philips Pensioenfonds om de schade die de bedrijven hadden geleden te vergoeden. Ook andere verdachten troffen schikkingen. Maar het OM benadrukte gisteren dat zo’n schikking geen strafkorting oplevert. „Als je wordt gesnapt moet je teruggeven wat je gestolen hebt.”

Fikse straffen voor deze verdachten moeten ook anderen in de vastgoedwereld afschrikken, hoopt het OM. Want dat niet alleen de elf verdachten die gisteren terechtstonden fraudeerden, lijkt aannemelijk. Aanvankelijk waren er 50 verdachten in de vastgoedfraude, maar het OM kon niet iedereen dagvaarden. Zo moeten hoofdverdachte Jan van V. en zijn medeverdachten toch nog een voorbeeldfunctie krijgen. Via hen wil het OM afrekenen met graaiende, besodemieterende en parasiterende vertegenwoordigers van de vastgoedsector en het bedrijfsleven. Want dergelijk gedrag leidt tot corrosie van het „dunne laagje beschaving” dat nog over ons land ligt. En dus volgde er een betoog dat soms leek op een goede calvinistische donderpreek.

Justitie rekent de verdachten zwaar aan dat ze nooit spijt hebben betuigd. „Deze lieden denken dat ze zich alles kunnen permitteren.” Terwijl ze het al goed hadden. „De riante salarissen die ze kregen uitbetaald zorgen voor voorspoed en maatschappelijk aanzien. Maar het was de heren niet genoeg – ze stalen uit pure hebzucht.”

De aanwezige verdachten – slechts vijf waren verschenen – hoorden onverstoorbaar de strafeis aan. Daarna vertrokken ze zonder commentaar te geven. De komende weken mogen hun advocaten pleiten.