Overpeinzingen op een festivalterrein

Op de beruchte Zwarte Cross in de Achterhoek was schrijver P.F. Thomése een van de optredende festivalartiesten. In zijn ‘Essay op locatie’ schrijft Thomése over het gesprek dat hij daar voerde met auteur Herman Brusselmans over de teloorgang van de boekhandel en ‘ontheemde lettermannen’. In een biertent op een festivalterrein in de Achterhoek bespraken mijn Vlaamse collega Herman Brusselmans

Op de beruchte Zwarte Cross in de Achterhoek was schrijver P.F. Thomése een van de optredende festivalartiesten. In zijn ‘Essay op locatie’ schrijft Thomése over het gesprek dat hij daar voerde met auteur Herman Brusselmans over de teloorgang van de boekhandel en ‘ontheemde lettermannen’.

In een biertent op een festivalterrein in de Achterhoek bespraken mijn Vlaamse collega Herman Brusselmans en ik de nijpende toestand van het boekenbedrijf, waar de ene na de andere boekhandel wegens gebrek aan baten noodgedwongen de deuren sluit. Om ons heen het uitgelaten kermisgejoel van aangeschoten middagdrinkers. Zie ons toch zitten op deze vieze, natte, houten campingbanken, zulke verfijnde geesten als wij, want dat zijn we, sla onze werken er maar op na.

Mijn confrère rookte de ene sigaret na de andere, als een terdoodveroordeelde die kalmpjes zijn tijd uitzit tot aan zijn executie. Wij zaten daar in afwachting van onze respectieve optredens en vreesden, niet ten onrechte, dat onze uitgekookte zinswendingen via een slecht afgestelde microfoon kopje onder zouden gaan in de alles overstemmende monotonie van het feestgedruis.

Het was een mooie regenachtige dag, alles was bij wijze van spreken mogelijk, voor anderen dan, maar wij waren doortrokken van een besef van teloorgang.

Herman Brusselmans schilderde in sombere bewoordingen een Europa zonder boekhandels, waar schrijvers voortaan alleen te vinden zouden zijn in stampende en bruisende feesttenten, alwaar de ontheemde lettermannen op veler verzoek stand-upjes van tien minuten deden, zijnde de fossiele resten van de oorspronkelijke meesterwerken waar niemand in geen eeuwigheid nog naar vroeg.

Ik riposteerde: kop op, Herman, zo erg is het toch ook weer niet? Zelf was ik pas sinds enkele jaren tot het lucratieve circuit van de feesttenten doorgedrongen; voordien was ik aangewezen geweest op de Nederlandse bibliotheekdienst, die een strikt regime van koffie en thee hanteerde. Dat is een keuze en wellicht ook een statement. Wat mij betreft was de biertent derhalve een stap vooruit in onze beschaving, waar deze ook naartoe mocht gaan.

Het grootste misverstand in de cultuur is dat kunst voor gelijkgestemden zou moeten zijn. Niets is minder waar. Juist de cross-over, de grensoverschrijding, creëert een nieuwe betekenis. Het waren de jongens uit de blanke middenklasse die de blues begrepen, beter dan de katoennegers zelf, die er allang niet meer naar luisterden. Het waren de ongelovige muziekkenners die eindelijk de grootheid van Bach verstonden. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Juist de omverwerping van de bestaande orde zorgt voor nieuwe betekenis. Je kunt zeggen dat kunst faalt wanneer zij er niet in slaagt om de cross-over te maken, de eigen grenzen te overschrijden en de belangstelling van vreemden te wekken.

Herman was inmiddels gaan pissen in een daarvoor bestemde caravan en ik zag hem niet meer terug.

Dit artikel is afgelopen zaterdag 24 september verschenen in de bijlage Opinie & Debat van NRC Handelsblad. Abonnees kunnen het artikel hier lezen.