Verbeet wil niet altijd ingrijpen in Kamerdebatten

Den Haag : 21 september 2011 Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer. De fractievoorzitters Roemer, vd Staaij, Cohen, Blok, Sap, Pechtold, Thieme, Slob, Haersma Buma en Wilders voor aanvang van het debat bij kamervoorzitter Verbeet. foto © Roel Rozenburg
Den Haag : 21 september 2011 Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer. De fractievoorzitters Roemer, vd Staaij, Cohen, Blok, Sap, Pechtold, Thieme, Slob, Haersma Buma en Wilders voor aanvang van het debat bij kamervoorzitter Verbeet. foto © Roel Rozenburg De fractievoorzitters verzamelen zich bij Kamervoorzitter Gerdi Verbeet voor aanvang van de eerste dag van de Algemene Beschouwingen. Foto NRC / Roel Rozenburg

De voorzitter van de Tweede Kamer moet niet altijd ingrijpen bij heftige woordenwisselingen tussen politici. Volgens de huidige voorzitter Gerdi Verbeet horen die discussies bij de politiek, zei ze vanochtend in de talkshow Eva Jinek op Zondag.

Verbeet in een reactie op alle ophef over het taalgebruik tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen:

“Ik kan niet overal ingrijpen. De voorzitter moet er ook niet altijd tussen zitten. [...] Politici horen elkaar te lijf te gaan met woorden”, oordeelt ze.

Door het debat voortdurend te onderbreken, worden discussies vertraagd en dat wil Verbeet voorkomen, zo meldt Novum.

Volgens haar wordt de ophef voor het grootste deel opgeklopt door de media.

“Het is niet aldoor zo opwindend geweest. Over het grootste deel is het gewoon een debat. Maar zo werken de media.”

Verbeet had graag gezien dat er in de media meer aandacht uitging naar de problemen waarover werd gesproken.

Weisglas: Verbeet kent reglement van Kamer niet

Oud-voorzitter Frans Weisglas noemde het gisteren een “zwaktebod” dat Verbeet de schuld bij de minister-president legde. Volgens hem kent Verbeet het reglement van de Kamer niet. Anders had ze wel ingegrepen, meent hij. Die kritiek wuift Verbeet weg.

“De term ‘haatpaleizen’ heb ik voor het eerst onder zijn leiding gehoord. Daar heeft hij destijds ook niets tegen gedaan.”

Het taalgebruik keurt Verbeet overigens niet altijd goed. Sommige uitlatingen vindt ze ‘buitengewoon onsmakelijk’.

“Dat is niet fijn om te horen. Niemand vindt dat mooi”, zegt Verbeet. “Vaak worden dergelijke uitlatingen gedaan in de hitte van de strijd. Politici zijn dan hevig geëmotioneerd.”

Verbeet zei eerder deze week dat premier Mark Rutte had moeten stoppen met praten toen PVV-leider Geert Wilders hem toesprak met de woorden “Doe eens normaal, man!”. Hij had het aan haar moeten overlaten om in te grijpen in plaats van terug te schreeuwen, vond ze. Volgens Verbeet kwam het ambt van de premier zo in het geding.