Met een dubbel paspoort help je allochtonen niet

Behalve de oud-Hollandse keuken is er in Nederland inmiddels een nieuw-Hollandse keuken tot ontwikkeling gekomen. Dit is de keuken van tajine met gedroogd fruit en amandelen, van gegrild vlees met yoghurt en munt, van humus en baklava, van shoarma en falafel na het uitgaan – en wie zou al die heerlijkheden willen missen? Bijna niemand. Over één ding kunnen we het dan ook snel eens worden: in gastronomisch opzicht is de multiculturele samenleving een strategische meesterzet geweest.

De verrijkingen die nieuwkomers onze cultuur hebben gebracht, beperken zich niet tot de keuken. In bijna alle sectoren van de maatschappij hebben migranten of hun kinderen inmiddels bijzondere, waardevolle bijdragen geleverd – van literatuur tot mode, van bedrijfsleven tot wetenschap. Bij de veelkleurige en dynamische samenleving die de afgelopen decennia tot stand is gekomen, steekt het Nederland van de jaren vijftig schril en saai af.

Laten we het dan ook eens niet hebben over de problemen die er zijn: over ‘kutmarokkanen’ en hun oververtegenwoordiging in de criminaliteit; over scholen waar de Holocaust niet wordt onderwezen en over gedwongen uithuwelijking. Die problemen zijn reëel en moeten worden aangepakt. Inmiddels erkent zelfs de PvdA bij monde van straatcoach (en Kamerlid) Diederik Samsom dat dit thema een van de „enorme zwakke plekken” van de politiek is geweest en dat dergelijke problematiek „het zelfvertrouwen van Nederland” aantast.

Maar laten we ook eens kijken naar de hoopvol stemmende feiten waarop Frits Bolkestein twee weken geleden wees tijdens de jaarlijkse Schoo Lezing in Amsterdam – opleidingsniveaus schieten omhoog, arbeidsparticipatie neemt toe, het aantal bruiden uit het land van herkomst loopt sterk terug.

In de film Rabat, die deze zomer uitkwam, wordt het proces waar de nieuwe generatie Nieuwe Nederlanders kennelijk middenin zit, schitterend verbeeld. Drie jongens uit Amsterdam-West – twee met Marokkaanse en één met Tunesische achtergrond – reizen naar Marokko. Wanneer ze vertrekken, vinden ze Nederland maar een koud en vreemd land. Ze hebben ‘heimwee’ naar de Rif. Met een Maghrebijnse dadelhandelaar die ze al rijdend door België tegenkomen, voelen ze ‘verwantschap’; ze zien in hem een ‘broeder’ en ‘landgenoot’.

Gaandeweg hun ‘thuisreis’ ontdekken ze door allerlei toevallige gebeurtenissen dat ze eigenlijk veel westerser zijn dan ze altijd dachten. Ze komen bijvoorbeeld op een feestje in Barcelona terecht, waar de één tot de conclusie komt dat homo’s eigenlijk best oké zijn en waar de ander verliefd wordt op een vrijgevochten Franse blondine. Bij de oversteek naar Afrika zijn ze verontwaardigd over de schrijnende economische en sociale ongelijkheid die ze om zich heen zien en worden ze opgelicht door locals die vooral een zak met geld in hen zien. Al snel besluiten ze om rechtsomkeert te maken. Ze zijn tot het inzicht gekomen dat ze eigenlijk gewoon Nederlander zijn geworden, in weerwil van wat hen altijd – in naam van tolerantie en kosmopolitisme – is verteld.

Inderdaad: ondanks alle pluriformiteit van de moderne samenleving is er in feite allang een nieuw, gedeeld Nederlanderschap tot ontwikkeling aan het komen: een ‘multicultureel nationalisme’. Waar mensen ook vandaan komen, steeds meer worden ze opgenomen in het sociale collectief van de nationale identiteit, die op haar beurt weer steeds bonter en interessanter wordt. En wat is het toch jammer dat deze Nieuwe Nederlanders, die vasthouden aan aspecten van hun culturele achtergrond maar niettemin wortel schieten in Holland, nog zo vaak in de steek worden gelaten door beleid dat gebaseerd is op de drogredenering dat tolerantie van ons vraagt Nieuwe Nederlanders te isoleren in hun ‘eigen’ cultuur.

Nog altijd hebben wij te veel schroom om onze gebruiken, volksliederen en geschiedenis te delen met nieuwkomers. Eigenlijk sluiten we hen daarmee buiten. Hetzelfde geldt voor het zich in bochten wringen om het dubbele paspoort goed te praten, zoals oud-minister Ernst Hirsch Ballin twee weken geleden nog deed toen hij aantrad als hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit van Amsterdam.

Marokkaanse en Turkse Nederlanders zijn daar echt niet mee geholpen. De lange arm van de Marokkaanse staat houdt via die dubbele nationaliteit op allerlei manieren greep op Nederlanders van Marokkaanse afkomst – tot het uitoefenen van druk op het kiezen van Marokkaanse namen voor hun kinderen en het vernederen van vakantiegangers bij de Marokkaanse grensovergang aan toe.

Turkse Nederlanders worden opgeroepen om 18 maanden militaire dienst in Turkije te vervullen, en zelfs als zij 10.000 euro op tafel leggen moeten ze nog altijd drie weken marcheren door Anatolië en trouw zweren aan de Turkse vlag.

Wat onze allochtonen nodig hebben is een Nederlandse staat die pal staat voor hun rechten om vrij en zonder belemmeringen het Nederlanderschap te omarmen – en dus voor een Nederland dat niet bang is voor een open, tolerant en ‘multicultureel’ nationalisme.