Cabaret

Een vertrouwde reflex: Geert Wilders doet iets ongehoords, zo ongehoord dat je mensen naar adem hoort snakken. Vervolgens spreekt iemand er schande van – en daarna nog zoveel anderen, dat je je vanzelf gaat afvragen: was het eigenlijk wel zo erg? De stemming slaat om. Waarom moet iedereen Wilders hebben? Laat die hetzers naar zichzelf kijken! Het eindigt er meestal mee dat iemand op tv komt vertellen dat we niet zoveel over Wilders moeten praten. Daar gaat het dan al gauw een uur lang over.

Er zijn te veel opinies, te veel columnisten. Zoveel Jorissen – en maar één draak

Iedere tegenaanval op Wilders eindigt in overkill. Dat komt doordat er in Nederland te veel partijen zijn, te veel oppositieleiders. Er zijn te veel pratende hoofden, te veel opinies, te veel televisiezenders en ja, te veel columnisten. Zoveel Jorissen – en maar één draak.

Je zou bijna vergeten dat Wilders het moeilijk heeft. Met zijn geestverwanten in Europa gaat het niet goed. Zijn Deense zusterpartij is uit de regering geflikkerd, de Noorse variant heeft een flinke knauw gekregen. Het Vlaams Belang verkeert in doodsnood. Zijn ideologische bondgenoten in de strijd tegen de islam hebben na de slachtpartij van Breivik hun toon gematigd of het bijltje erbij neergegooid. Of, erger, ze zijn in hun perverse waan doorgeschoten en voorgoed van het padje af – zoals de met Wilders bevriende haatheks Pam Geller.

Zal ik nog even doorgaan? Wilders redevoering in Berlijn heeft de maffe Duitse zusterpartij Die Freiheit niet geholpen – de kiesdrempel kwam niet eens in zicht. Van de week werd in New York bij Ground Zero het nieuwe islamitische centrum geopend. Er waren geen protesten.

De hoogste tijd voor cabaret, dus.

Erg goed was het niet. Om te overleven heeft Wilders zijn anti-islamretoriek moeten inruilen voor een anti-Europa-tirade. Zijn oprispingen tegen de islam zijn pijnlijk plichtmatig. Zoals bij een Tourette-patiënt onder sedatie: het gescheld is er nog, maar het vuur is eruit. Ook in zijn aanvallen tegen Cohen schoot hij door – alleen de echte fans scheppen er nog genoegen in Cohen voor de duizendste keer beschimpt te zien worden.

Bovendien is de grootste bedreiging van de PVV niet de PvdA. Dat is de SP. Die partij heeft zijn zwakke plek in het vizier. In tijden van economische crisis moet je ten minste de suggestie weten te wekken dat de penibele situatie van de sociaal zwakkeren je aan het hart gaat. Daartoe is Wilders niet in staat. Empathie is een emotie die hij niet kan acteren, omdat hij die niet lijkt te kennen. Verder dan een onwillig poesje aaien in een Limburgs asiel is hij nooit gekomen.

De hoogste tijd voor nog meer cabaret, dus.

Praten over de vraag of Wilders te ver is gegaan, dat is precies wat hijzelf graag ziet. Rutte probeerde het nog af te stoppen door te zeggen dat hij het over „de inhoud’’ wilde hebben. Tevergeefs. Wie heeft er zin in de inhoud?

De mantra luidt dat Wilders een stem geeft aan Nederlanders die zich niet gehoord voelen. Maar het lijkt erop dat hij net zo goed een vacuüm vult bij de elite. Twee weken terug zag ik in het Stedelijk Museum te Amsterdam een filmpje van beeldend kunstenaar Erik van Lieshout: minstens twintig keer kwam het portret van Geert Wilders voorbij. Van de zomer was ik op Lowlands – dat in het teken stond van een protest tegen Geert Wilders. Ik ben niet vies van activisme, maar mij viel vooral op dat alle jongeren daar, een enkele opvallende uitzondering daargelaten, heel erg wit waren. Een halve eeuw immigratie en op een progressief jongerenfestival is daar vrijwel niets van te zien. Net als bij die bijeenkomst in het Stedelijk trouwens. Is de PVV dan je grootste probleem?

En ook opvallend: bij zulke bijeenkomsten blijkt men het jargon van de tegenstander te hebben overgenomen. Wie in die kringen leuk ironisch wil zijn, heeft het over het koppel Henk en Ingrid – Martin Bosma’s laatste echt grote hit. Het lijkt wel of juist de elite Wilders hard nodig heeft. Als dat waar is, dan is dat een groter probleem dan Wilders zelf.