Zoekt u iets speciaals?

Bij de Selexyz Boekhandel aan het Koningsplein in Amsterdam zijn ze kennelijk niet blij met alle aandacht voor de nieuwe vestiging van de koffietafelboekwinkel Taschen in de P.C. Hooftstraat. Ze hebben een hele vitrine voor een soort protest ingeruimd. „Taschen, al jaren hier te koop’’, staat verongelijkt op een groot bord.

Ook bij De Slegte zijn nog Taschen-boeken in de aanbieding, net als bij Selexyz voor een deel dezelfde boeken die in de P.C. Hooftstraat liggen.

Nieuwsgierig geworden door alle publiciteit rond Taschen nam ik gisteren, de eerste dag na de officiële opening, een kijkje in het smalle pand in de P.C. Hooftstraat. Een smaakvol en overzichtelijk ingerichte winkel, bestaande uit twee verdiepingen, de bovenste voor het betaalbare werk, de onderste voor het min of meer onbetaalbare rijk van de gelimiteerde edities.

Hoe onopvallend ik ook probeerde binnen te komen, vrijwel onmiddellijk werd ik besprongen door een dolenthousiaste verkoper die vroeg of ik „iets speciaals’’ zocht. Het is een vraag die ik alle kersverse boekverkopers en kunstgaleriehouders ernstig moet afraden. Als de klant iets speciaals zoekt, meldt hij zich wel bij de toonbank. Laat hem maar rustig zijn gang gaan, de klant in zulke winkels wil snuffelen, mijmeren, vergelijken.

De jongens van Taschen waren kennelijk anders geïnstrueerd, want na die eerste kwam er nog een tweede, een derde en vervolgens weer die eerste, steeds met dezelfde, uiterst blijmoedig uitgesproken vraag: „Zoekt u iets speciaals?’’

Dit alles in het bestek van een halfuurtje. Ook riepen ze soms, glimmend van ijver en trots: „Is het niet prachtig? Lijkt het hier niet een klein museum?’’ Ik begon angstig over mijn schouder te kijken als ik even niet werd aangesproken. Maar ach, het zal ook wel komen doordat het de eerste dag was. Over een half jaartje hebben ze misschien al de wrevelige lichaamstaal van verkopers die alleen nog maar vurig hopen dat de klanten ‘iets gewoons’ willen.

Wás er iets speciaals bij Taschen? Zeker. Ik heb er de merkwaardigste boekwerken gezien, gehuld in velours, leer en houten mosseldozen. De prijzen liepen uiteen van 6 tot 10.000 euro. Van veel van die boeken kende ik tevoren het bestaan niet eens. Enkele boeken, zoals de 10.000 euro kostende pil over Mohammed Ali, waren zo groot en zwaar dat ik even wankelde toen ik ze had opgepakt.

Bij Taschen zie je een merkwaardige mengeling van hoge en lage cultuur. Het ene moment voel je je de bezoeker van een serieuze kunstboekenwinkel, het andere moment lijk je verzeild in een pornoshop voor poenige oliesjeiks, die vlot 1.000 euro neertellen voor een exclusief boekwerk van een oude Amerikaanse hoer, Vanessa del Rio geheten.

Wie anders koopt zulke dure boeken? Bij het boek over Mohammed Ali moest ik aan zekere veroordeelde Amsterdamse maffiosi denken die iets hebben overgehouden van een of andere ontvoering of roofoverval en de dag na hun vrijlating grijnzend hun stamkroeg binnenstappen, triomfantelijk zwaaiend met de papieren kilo’s van Mohammed Ali: „We scheuren hem kapot en jullie krijgen allemaal een blaadje!’’

Ik wil maar zeggen: het gaat bij Taschen dan wel om koffietafelboeken, maar ze komen heus niet bij iedereen op de koffietafel.

Verder gun ik Taschen het allerbeste, maar laten we eerst maar de oude Taschen-voorraden bij Selexyz en De Slegte wegkopen – die winkels hebben het toch al zo moeilijk.