Yves Saint Laurent Mondriaan

Op de expo Mode Kunst in het Gemeentemuseum Den Haag is te zien hoe modeontwerpers flirten met kunstenaars.

Klimt op een jurk van Dior.

In 1966 ging in het Gemeentemuseum Den Haag een overzichtstentoonstelling over Piet Mondriaan open. Voor de gelegenheid waren vijf medewerksters gekleed in jurken die waren geleend van Yves Saint Laurent. De couturier had het jaar ervoor een serie jurken gemaakt geïnspireerd op Mondriaans abstracte schilderijen uit de jaren twintig. Een van die schilderijen had hij zelf in bezit: Compositie met blauw, rood, geel en zwart; in 2009 jaar werd het geveild voor 21,6 miljoen euro.

45 jaar later zijn twee van de jurken terug in Den Haag; ze staan, omringd door krantenknipsels over de opening in 1966, aan het begin van Mode Hartje Kunst: Een Affaire, een expositie over „de innige relatie tussen mode en kunst”.

Voor wie regelmatig een modetentoonstelling bezoekt, kan het bepaald geen verrassing zijn dat de relatie verder gaat dan die legendarische jurken van Saint Laurent. Alleen al het feit dat zo veel in beeldende kunst gespecialiseerde musea de laatste twintig jaar zo veel mode laten zien, geeft aan dat de kunstwereld in elk geval graag flirt met mode. Bovendien zijn de laatste twintig jaar meer modeontwerpers op een conceptuele manier gaan werken: mode die niet zozeer draait om trends en draagbare kleding, maar die op de eerste plaats een persoonlijk expressiemiddel voor een ontwerper is, een manier om iets te zeggen over het lichaam, de maatschappij of de modewereld.

Het Groninger Museum was de eerste die grote tentoonstellingen wijdde aan Viktor & Rolf en de Brits-Cypriotische Hussein Chalayan, allebei voortgekomen uit die school. Twee jaar geleden opende in Museum Boijmans van Beuningen The Art of Fashion, een expositie over de raakvlakken tussen mode en beeldende kunst. Daar was mode te zien van ontwerpers die in hun werk richting beeldende kunst opgaan en werk van beeldende kunstenaars die gebruikmaken of -maakten van textiel. Een aantal ontwerpers, onder wie wederom Viktor & Rolf en Chalayan, maakten voor de gelegenheid autonome installaties.

Madelief Hohé, modeconservator van het Gemeentemuseum, heeft gekozen voor een andere aanpak. Mode Hartje kunst concentreert zich op draagbare damesmode die zichtbaar is beïnvloed door beeldende kunst.

Daar is een hoop van. Om twee recente voorbeelden te noemen: de tassen met door Takashi Murakami ontworpen dessins zijn al jaren een hit voor Louis Vuitton. En de verlopende pasteltinten in de vrouwencollectie van de Belg Dries van Noten van afgelopen voorjaar waren afkomstig van de schilderijen van Jeff Verheyen – voor winter 2009 liet Van Noten zich leiden door de kleuren uit het werk van Francis Bacon en kwam zo op een heel nieuw trendsettend kleurpalet.

Kunst hoeft dus niet nieuw te zijn om mode vooruit te helpen. Tussen de composities van Mondriaan en de jurken van Saint Laurent zat ook meer dan veertig jaar. Maar de schilder leerde Saint Laurent dat een kledingstuk ontdaan kon worden van alle overbodige decoraties, en dat het opgebouwd kan worden uit lijnen, zonder dat die de coupenaden of de vorm hoefden te volgen.

Saint Laurent is gedurende zijn hele carrière blijven teruggrijpen op schilderijen. In wat nu de Mondriaancollectie wordt genoemd, zaten ook jurken die waren gebaseerd op Kazimir Malévich en Serge Poliakoff. In 1966 maakte hij zijn beroemde pop-art jurken gebaseerd op het werk van Tom Wesselmann. In 1988 liet hij in een show hommages zien aan zowel Braque en Picasso als Van Gogh: jasjes en capes waar met borduursels en pailletten citaten uit hun werken op waren gemaakt.

De tassen van Vuitton, kleren van Van Noten en de andere door zijn eigen kunstcollectie geïnspireerde kleren van Saint Laurent zijn allemaal niet te zien in Den Haag, maar het sfeervol vormgegeven Mode Hartje Kunst heeft wel een paar erg goede voorbeelden van rechtstreekse invloed van kunstwerken op mode. Zoals theatrale jurken uit de couturecollectie voor voorjaar 2008 van Dior, ontworpen door John Galliano, waarin de kleuren en motieven van Gustav Klimt duidelijk terug te vinden zijn, ontwerpen van Riccardo Tisci voor Givenchy die teruggrijpen op Frida Kahlo en verschillende pop-artjurken uit de jaren zestig.

Het Gemeentemuseum wilde niet te veel de nadruk op conceptuele mode leggen. Maar door die in de expositie helemaal te negeren, is het daar alsof de beeldende kunst gestopt is bij de beeldhouw- en schilderkunst, en mode bij mooie jurken. Dat maakt Mode Hartje Kunst weliswaar erg toegankelijk, maar ook wat beperkt.

Tentoonstelling

Mode Hartje Kunst: Een affaire.

T/m 8 jan in het Gemeentemuseum Den Haag