Wereldleiders zoeken dynamiek

De wereldleiders zijn bijeen in New York bij de Verenigde Naties. Er waren periodes van nutteloosheid, maar nu zijn de VN weer ‘absoluut essentieel’ voor de wereld.

Veel armoediger kan het niet. In een hoofdkwartier dat half in de steigers staat, ontvangen de Verenigde Naties deze week tientallen staatshoofden en regeringsleiders voor de jaarlijkse opening van de Algemene Vergadering in New York.

De staatslieden moeten door met dekzeil afgeschutte gangen het hoofdgebouw betreden, of worden welkom geheten in een raamloos bijgebouw dat tijdelijk in de tuin is neergezet. In de meeste landen heeft de jaarvergadering van het midden- en kleinbedrijf meer cachet.

Maar het lijkt de wereldleiders niet te deren. Want het decor mag sober zijn, bij de VN wordt dezer dagen zeker zoveel wereldpolitiek bedreven als op de vele internationale toppen die plaatsvinden in glanzende regeringsgebouwen of statige paleizen. De VN doen er weer toe, dat kan niemand meer ontkennen.

Vooral de VN-Veiligheidsraad, die zo vaak verlamd is geweest door diepe verdeeldheid tussen de vijf permanente leden, heeft dit jaar laten zien soms wel degelijk besluiten te kunnen nemen in lastige kwesties.

De slepende crisis in Ivoorkust bijvoorbeeld, waar de zittende president Gbagbo weigerde op te stappen nadat hij de verkiezingen had verloren, werd dit voorjaar opgelost toen de Veiligheidsraad de VN-vredestroepen in het land opdracht gaf de zware wapens uit te schakelen die Gbagbo inzette tegen burgers. Daarmee werd de militaire patstelling doorbroken en kon de gekozen president Ouattara de macht overnemen.

Ook in Libië gaf de Veiligheidsraad dit voorjaar een beslissende wending aan de geschiedenis. Toen het er in maart naar uitzag dat de opstandelingen tegen de Libische leider Gaddafi onder de voet gelopen zouden worden, maakte de raad de weg vrij voor de militaire interventie van de NAVO.

Niet alle landen in de raad stemden ervoor, maar ook kritische landen als Rusland en China stemden niet tegen en spraken geen veto uit. De vertegenwoordigers van de nieuwe leiding in Libië, inmiddels ook erkend door Moskou en Peking, werden gisteren in New York hartelijk onthaald.

„De Verenigde Naties hebben zeker hun relevantie hervonden”, zegt Thomas G. Weiss, auteur van veel (kritische) boeken over de VN en hoogleraar aan de City University of New York. „Je ziet dat ook in het Midden-Oostenconflict, waarbij iedereen nu kijkt hoe het afloopt met de aanvraag van de Palestijnen om toegelaten te worden als een volwaardige lidstaat. De VN zijn altijd heen en weer geslingerd tussen periodes van nutteloosheid en relevantie, maar nu is weer duidelijk dat de VN absoluut essentieel zijn voor de politieke debat in de wereld.”

Een kleine klimaatverandering bij de VN deed zich voor toen president Obama in 2009 zijn eerste toespraak hield voor de Algemene Vergadering, waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd.

Onder George W. Bush was de verhouding tussen de volkerenorganisatie en haar machtigste lidstaat en grootste contribuant danig verkild, maar Obama beloofde dat zijn regering de banden weer zou aanhalen.

Dat heeft in elk geval tot een aanmerkelijke verbetering van de atmosfeer geleid, zeggen VN-diplomaten die met huiver terugdenken aan de barse VN-ambassadeur van Bush, John Bolton, de man met de walrussnor die zijn afkeer van de VN zelden verborg.

De toon mag veranderd zijn, op veel terreinen volgt de regering-Obama binnen de Veiligheidsraad nog wel dezelfde koers als de regering-Bush, zegt David Bosco, auteur van een boek over de macht van de vijf permanente leden van de raad (Five to rule them all).

„Als het gaat over Noord-Korea, Iran, Soedan en Israël is eigenlijk sprake van een fundamentele continuïteit. Maar de manier waarop deze Amerikaanse regering met de andere landen spreekt en omgaat is anders, en dat is van groot belang. Dat heeft zeker geholpen om de VN effectiever te laten functioneren. Er is een nieuwe dynamiek, die tot een opmerkelijk aantal beslissingen in de Veiligheidsraad heeft geleid.”

Maar de grenzen van de nieuwe daadkracht zijn ook al weer meteen zichtbaar geworden. De Veiligheidsraad bleek niet in staat te reageren op het harde optreden van de Syrische regering tegen demonstranten en opstandelingen. Pogingen van met name de Fransen en de Britten om een gezamenlijke veroordeling uit te spreken, stuitten op weerstand van Rusland en China. Die twee landen vinden dat de NAVO in Libië een veel te ruime uitleg heeft gegeven aan de resolutie van de raad, en staan onder meer daarom in Syrië op de rem.

Bij de Palestijnse aanvraag om tot de VN toegelaten te worden als lidstaat zal de Veiligheidsraad naar algemene verwachting evenmin overeenstemming bereiken, deze keer vooral vanwege Amerikaans verzet tegen dat lidmaatschap. Maar in die zaak zorgt de Algemene Vergadering, waar een grote meerderheid het Palestijnse voorstel steunt, er vanaf vandaag voor dat de ogen van de wereld op de VN gericht zijn.

De Algemene Vergadering kan de Palestijnen zonder instemming van de Veiligheidsraad niet het volwaardige lidmaatschap bezorgen, maar zij kan hen wel een status als „staat die geen lid is” bieden, en wat meer is: een groot podium voor hun argumenten.

De Algemene Vergadering heeft van oudsher de rol om landen, ook kleine landen, de mogelijkheid te geven hun stem te laten horen. Vanaf vandaag komen achter elkaar de vertegenwoordigers van alle landen aan het woord, te beginnen met de presidenten van onder meer Brazilië, de Verenigde Staten, Frankrijk en Rusland, maar vervolgens ook die van Rwanda, Iran, Suriname en het pas onafhankelijke Zuid-Soedan.

Nederland wordt vertegenwoordigd door minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal, die maandag het woord voert.

Dat Brazilië vandaag na secretaris-generaal Ban Ki-moon als eerste het woord mag voeren in de Algemene Vergadering is traditie. Maar nieuw is dat Brazilië, en enkele andere opkomende economieën, ook in elders in de VN een grotere rol opeisen.

Dit jaar hebben in de Veiligheidsraad behalve Brazilië ook Zuid-Afrika, India en Nigeria een tijdelijke zetel. Al die landen vinden dat ze eigenlijk recht hebben op een permanente zetel in de raad, en nu kunnen ze alvast laten zien dat ze op niveau kunnen meepraten over de grote kwesties in de wereld.

De Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice zei onlangs dat ze teleurgesteld was over het stemgedrag van India, Brazilië en Zuid-Afrika in de raad, omdat ze zich te vaak bij Rusland en China zouden aansluiten, en niet bij de VS en de Europese landen.

Maar als de raad het met deze opkomende landen erin wél eens wordt, dan is het gezag van zijn beslissingen – dan ook gedragen door die nieuwe sterke economieën – wel extra groot.