Wankele wereldeconomie

Een ‘gevaarlijke nieuwe fase’. Zo kenschetst het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de toestand van de wereldeconomie nu.

Het IMF had het risico al ingecalculeerd dat het herstel dat zich in de loop van vorig jaar en begin dit jaar aandiende aan kracht zou verliezen. De opbouw van voorraden door bedrijven na de crisis, een belangrijke impuls, zou eindigen. Het stimulerende of althans niet remmende begrotingsbeleid in het Westen zou plaatsmaken voor consolidatie.

Een opleving van de particuliere vraag had het economische herstel dus verder moeten gaan dragen. Dat is, na een recessie, altijd een precair moment. Het aantrekken van de vraag staat of valt met het vertrouwen van burgers en bedrijven in de toekomst.

Juist dat vertrouwen is nu danig op de proef gesteld. In de Verenigde Staten, waar een bloedig begrotingsdebat het vertrouwen in de leiding van het land heeft aangetast. En in Europa, waar de onrust rond de euro niet alleen is opgelaaid door de crisis waarin verschillende eurolanden zijn geraakt, maar zeker ook door de weifelende, halfslachtige en soms ronduit chaotische gang van zaken in de politieke besluitvorming.

Europa en Amerika mogen dan de oude, gevestigde orde zijn die bleek afsteekt bij de dynamiek van landen als China, India en Brazilië, de twee zijn samen nog altijd goed voor meer dan de helft van de mondiale economie. Het grootste deel van de rest van de wereld groeit nog steeds vooral bij de gratie van de export naar de markten in deze twee blokken. De balans is nog altijd scheef. Het stimuleren van binnenlandse vraag ten koste van het heilige handelsoverschot, met name in China, is dan ook de beste bijdrage die de nieuwe economische grootmachten kunnen leveren.

Dat ontslaat Europa en VS geenszins van hun eigen verantwoordelijkheid. Een spoedige en duurzame oplossing van de eurocrisis is geboden. En in de VS moet een totale verlamming van de besluitvorming door de campagnes voor de presidents- en parlementsverkiezingen van begin november volgend jaar worden vermeden.

Dat is veel gevraagd. Het IMF dringt erop aan de huidige conjuncturele tegenslag niet te verergeren door voortijdige bezuinigingsdrift, tenzij daar een geloofwaardig plan voor begrotingsherstel op de middellange termijn tegenover staat. Dat is geen ideale oplossing. De begrotingen in het Westen staan er al slecht voor. Maar het alternatief kan slechter uitpakken. In Nederland stelde het Centraal Planbureau vorige week dat nieuwe bezuinigingen ter grootte van 5 miljard euro – die het kabinet zou willen doorvoeren als de „storm opsteekt”, zoals minister De Jager gisteren zei – niet verstandig zijn. Het IMF sluit zich nu bij het Planbureau aan. De wereldeconomie en de nationale economie balanceren op een slap koord. Dat noopt tot evenwichtskunst, niet tot een bijl.